Expositie Krabbé als aanzet voor Holocaustmuseum

reportage | Nieuw museum wil ook stilstaan bij de verwerking door nabestaanden

Jeroen Krabbé's moeder sprak niet over de oorlog. Hij wilde als kind alles weten, fantaseerde over wat er precies gebeurd was, maar ze kon er niet over praten. Totdat ze vlak voor haar dood een aantekeningenboek aan hem gaf. Het boek bevatte herinneringen aan haar vader, Abraham Reiss, die omkwam in vernietigingskamp Sobibor. Ze beschreef zijn leven zeer feitelijk en eindigde met een foto van het vernietigingskamp en de tekst 'The rest is silence'.

Na de dood van zijn moeder in 2002 besloot de acteur, regisseur en kunstschilder dat ook hij iets met die beladen familiegeschiedenis moest. Zijn manier van verwerken was het maken van een serie schilderijen, 'een soort filmstills', over het leven en de dood van zijn opa. Krabbé schilderde zijn opa naakt in het vernietigingskamp. En verwerkte zand in zijn schilderijen. "Het moest schuren."

Het verhaal van Krabbé en zijn moeder is een goed voorbeeld van de opzet van het nieuwe Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam: "Veel holocaustmusea stoppen bij Auschwitz. De verwerking door familieleden wordt soms in een tijdelijke tentoonstelling neergezet. Daarin willen wij onderscheidend zijn. We willen het hele verhaal vertellen. De Holocaust heeft grote invloed gehad op de Joodse identiteit."

De tentoonstelling van Krabbé, sinds gisteren te zien in de oude kweekschool vlakbij Artis, is een voorproefje van wat het museum moet worden. Er is 2 miljoen binnen en moet nog 19 miljoen euro gevonden worden, vertelt Schrijver. "Gaat wel lukken", zegt hij optimistisch. Het moet in 2019 af zijn.

Hoe het eruit gaat zien? In ieder geval niet als 'een Amerikaanse holocaust experience', zegt Schrijver. Hij vindt dat veel internationale holocaustmusea wel erg ver gaan om bezoekers een gevoel te geven hoe het was. "Met antracietkleurige muren en door mensen door een treinstel te leiden wordt een gevoel opgedrongen. Zo willen we het hier niet doen", zegt de directeur. Hoe wel? "Misschien wel met kleur. En theater. In ieder geval door verhalen te vertellen en ruimte te laten voor verbeelding."

De vraag of er wel een speciaal holocaustmuseum naast alle andere Tweede-Wereldoorlogmusea in Nederland nodig, vindt hij overbodig. "Het is nodig om de grootste volkerenmoord ter wereld te herdenken. Ik heb niet het gevoel dat we ons daarvoor moeten verantwoorden."

Ook emeritus onderzoeker en Holocaust-expert David Barnouw denkt dat er in Nederland ruimte is voor een écht Holocaustmuseum. "Uit enquêtes van het Nationaal Comité 4 en 5 mei blijkt dat de jeugd te weinig weet van de Holocaust. Herdenkingscentra in Vught en Westerbork vertellen niet het hele Europese verhaal. Daarnaast lijken Nederlanders te denken dat het Anne Frank Museum er alleen is voor buitenlandse toeristen. Dit museum zou van toegevoegde waarde kunnen zijn, met name voor kinderen." Hij is het alleen niet eens met Schrijvers afkeer van de museum als belevenis. "Gebruik ervan wat bruikbaar is. Kinderen zijn gewend informatie op te nemen via Hollywood."

Krabbé staat intussen bij zijn laatste schilderij waarop een concentratiekamp met bloedrode ganzen is afgebeeld. Het zijn de ganzen die in Sobibor werden opgejaagd telkens als er Joden naar de gaskamers gingen. Om het geschreeuw te overstemmen. "Toen ik hoorde dat dat gebeurde, was ik dagen van slag", zegt de kunstenaar. "Wie bedenkt zoiets?" De vraag hoe dit allemaal in hemelsnaam kon gebeuren is nog steeds niet beantwoord, vindt hij. "En daarom is het nog steeds noodzakelijk dit verhaal te vertellen."

Gelderland wil héle oorlogsverhaal vertellen

Een nationaal museum over de Tweede Wereldoorlog bleek te hoog gegrepen. Daarom steken de provincie Gelderland en het Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (vfonds) nu hun geld in het bevrijdingsmuseum in Groesbeek.

Al in 2010 vatte Gelderland het idee op voor een museum van internationale allure dat het héle samenhangende oorlogsverhaal zou vertellen. Maar het plan sneuvelde door ruzie en gaten in de begroting. Een afkoelingsperiode heeft de partijen weer samengebracht. De provincie en het vfonds willen tóch de portemonnee trekken. Het grootste deel van de gereserveerde 7,5 miljoen euro gaat naar een nieuw onderkomen van het bevrijdingsmuseum.

"Hier in Gelderland vond het grootste conflict op Nederlands grondgebied plaats", vertelt gedeputeerde Jan Jacob van Dijk. "Overal vind je sporen van de Tweede Wereldoorlog: van de Duitse inval in 1940 en de slag om de Grebbeberg tot aan de capitulatie in Hotel De Wereld op 5 mei 1945 in Wageningen. Dat moet zichtbaarder worden."

Want oorlogshistorie leeft, merkt Van Dijk. "Nu de belangstelling overgaat van 'herinnering' naar 'geschiedenis' merk je dat mensen willen weten welke rol hun opa of oma heeft gespeeld. En het begrip vrijheid is ook weer actueel."

"Het oude gebouw is óp", zegt directeur Wiel Lenders van het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945. Hij hoopt dat het nieuwe museum er in 2019 staat, 75 jaar na Operatie Market Garden. Daar wordt dan het hele verhaal van de Tweede Wereldoorlog verteld, mede aan de hand van persoonlijke verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden