Expositie in Lakenhal als dubbele ode

LEIDEN - “Bij de inrichting hebben we gezegd: Niet alles naast elkaar. Het moet er goed uitzien, maar waar precies de tweede hangt, dat ziet de bezoeker zelf wel... Dit is wel aardig zo, niet?”

Wanneer hij het zegt, draait Piet Cleveringa even zijn hoofd om, weg van de nog vrij lege wand van een van de expositiezalen van De Lakenhal, waar vandaag de tentoonstelling 'It takes two to tango' voor het publiek geopend wordt. Samen met conservator moderne kunst Rob Wolthoorn bespreekt de onlangs tachtig geworden kunstverzamelaar hoe ze twee zeer verschillende schilderijen van Bram Bogart zullen ophangen. Een van de twee doeken, het zwart-grijzige 'Ecriture stairique' (1959), komt uit de collectie van Cleveringa. Het andere, het felle 'De blauw om geel' (1969) uit die van De Lakenhal. De werken moeten in dit geval naast elkaar hangen, besluiten de twee.

Cleveringa: “In dit geval is het passend. Bij het werk van Marlene Dumas, daar in het kleine kabinet, ook. Maar in het geval van Armando heeft De Lakenhal dat hele grote doek uit 1994, 'Schuldige Landschaft' en is mijn 'Baum' maar een kleintje. Dan werkt het niet. Ik hoop dat de bezoekers daarom ook niet slechts op die directe combinaties zullen letten. Uiteindelijk gaat het toch om de eenheid van de hele expositie. Die biedt op een speelse manier een indruk van de moderne kunst in Nederland.”

Eigenlijk had Piet Cleveringa (verre familie van de beroemde Leidse hoogleraar) zijn laatste tango al gehad. Deze heette 'Op het eerste gezicht' en werd eind 1988 georganiseerd in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch. Aanleiding was de schenking van zijn collectie moderne Nederlandse kunst - dat wil zeggen 170 werken uit de jaren '60-'88 - aan de Rijksdienst Beeldende Kunst. Cleveringa verwierf in de jaren '70 vooral bekendheid door zijn exposities in de Kijkschuur in Acquoy bij Asperen waar hij tot 1992 woonde. Ook grotere tentoonstellingen als 'Beelden aan de Linge' (1984) trokken landelijk de aandacht.

Terugblikkend op de schenking: “Ik ben niet getrouwd, heb geen kinderen en dacht: Wat gebeurt er straks met die collectie? Je wilt dat het bij elkaar blijft, terwijl een eigen museum niet aan de orde was. Dat laatste zou ik ook niet willen hoor. Dan stel je je te zeer op een voetstuk, hetgeen voos is. Ik heb toen eerst met Frans Haks van het Groninger museum gesproken. Hij zei: 'Het grootste deel komt natuurlijk in depot, maar bovendien wil ik het recht hebben dingen te verkopen.' Welnu, dat deed voor mij de deur dicht. Toen ben ik met het Rijk gaan praten.”

Hoewel met 'Op het eerste gezicht' in Den Bosch zijn collectie dus min of meer symbolisch afgesloten werd, ging Cleveringa daarna in Den Haag gewoon door met verzamelen. Naast het (al overgedragen) werk van Ben Akkerman, Armando, Bram Bogart, René Daniëls, Marlene Dumas, Ger van Elk, Fortuyn/O'Brien, Willem Hussem, Reinier Lucassen, Lucebert, Pieter Laurens Mol en niet te vergeten beeldhouwer Henk Visch, kocht hij later opnieuw 'mooi werk' van onder meer Jan Schoonhoven (een tekening uit 1991 waarop de hem zo typerende strakke structuren verdwenen zijn), Krijn Giezen en Klaas Gubbels ('Schilderijtje, 1995' ofwel 'die twee schattige verliefde schenkkannetjes' zoals de verzamelaar ze noemt). Zo groeide de collectie weer aan en dacht hij: 'Ik wil nog wat, maar ja, wat?' Cleveringa: “Ik ben toen met mevrouw Bolten van De Lakenhal gaan praten. Ik vond dat zij de boel hier erg heeft opgefrist. Ze zijn hier heel actief op het gebied van de moderne kunst zonder hun belangrijke verleden uit het oog verliezen. Want dat hebben ze met Lievens en Rembrandt.”

Van het een kwam het ander en zo ontstond de idee voor een bescheiden dubbeltentoonstelling waarbij eerst gekeken werd naar de namen die in beide collecties voorkomen om vervolgens werken te kiezen die goed bij elkaar pasten. Daarbij kwamen uiteindelijk 2 x 33 werken aan het licht van onder anderen de hierboven genoemde kunstenaars, aangevuld met tweemaal vijf losse werken zonder directe link of verwantschap. Voor die 'rest-vulling' koos Wolthoorn onder meer een typisch Leids werk van de Cock Sjardijn met een voorstelling van de begraafplaats aan de Groenesteeg (1992).

Cleveringa koos een groot werk van René Daniëls ('Historia Mysteria' 1982) dat samen met werk van Lucassen en Lucebert in het trappenhuis moet hangen: “Het is een kleine weerspiegeling van een figuratieve tentoonstelling die ik ooit aan de drie gewijd heb. Het schilderij van Daniëls is er nog niet, maar kan elk moment arriveren. Het moet uit Eindhoven komen, waar het hing op een overzichtstentoonstelling in het Van Abbemuseum. Ze waren niet echt blij met mijn verzoek, maar ach, je praat wat en dan kom je er samen wel uit.”

Wie zijn collectie een beetje kent en de tentoonstelling in De Lakenhal ziet, merkt dat de (figuratieve) schilderkunst veel nadruk krijgt. Cleveringa beaamt het: “Dat picturale heb ik altijd een leitmotiv genoemd. Ik keek trouwens ook altijd uitsluitend naar wat ik zelf mooi vond. Ik herinner nog dat ik in de tijd van de opkomst van de conceptuele kunst bij 'Art en Project' kwam. Daar waren foto's te zien ik geloof van Richard Long, de beeldhouwer, foto's met bergen, gezien vanaf een hoogvlakte. Je zag een rivier en een rotsblok en daar stond de volgende tekst onder: 'Hier kwamen wij nadat wij twaalf uur hadden gelopen' Het was een typisch voorbeeld van conceptuele kunst. Ik weet nog dat ik toen zei: 'Ik vind het best aardig om te zien, maar het zal nooit die voldoening geven, die het werk van bijvoorbeeld Lucebert of Visch kan schenken. Ik heb overigens wel eens conceptuele kunst gekocht.”

Al pratend loopt hij in de richting van de zaal waar een groot werk van Rob van Koningsbrugge hangt. Het bestaat uit een wit vierkant en een open, zwart houten driehoek. Cleveringa: “Je ziet dat de kunstenaar voor hij het werk ophing met die zwarte driehoek vol verf over dat witte vierkant 'geveegd' heeft. En dat vond ik dan toch heel boeiend. Dat was ook het verschil met die foto in Art en Project; dit had een resultaat wat ik interessant vond. Dat stel ik als eis. Is dat goed, dan mag het ook best conceptuele kunst zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden