Explosief einde van een mooie zomerdag

Het begint met een knal en een rookwolk. Dan ontstaat paniek en verdringen persfotografen zich op de puinhopen en menselijke resten, op zoek naar een close-up. Een bomaanslag in Beiroet.

Net als ik mijzelf een glaasje wijn inschenk op mijn balkon, dat uitkijkt over West-Beiroet en de Middellandse Zee, klinkt er een hele zware dreun. Kabeng! De ramen en deuren rammelen. In de wijk hoor ik overal glasgerinkel. ’Een bom!’, denk ik. En een flinke ook.

Binnen een paar seconden klimt er al een zwarte rookwolk omhoog van achter het reuzenrad, dat permanent aan de strandboulevard staat. Daarachter liggen twee populaire strandjes die rond dit tijdstip leeglopen. Ik grijp mijn fototoestel, trek mijn schoenen aan, en ren richting zee. Binnen twee minuten ben ik bij de ontploffing.

Daar aangekomen zie ik de klanten van het theehuis op de hoek, acht meter van de explosie, verward en sprakeloos staren naar de enorme vuurzee in het nauwe straatje. Ze hebben hun triktrak spelletje, hun waterpijp en theekopjes – die wonder boven wonder nog staan – laten staan. Net nog reed er een parlementslid voorbij, op weg naar huis na een potje kaarten met wat vrienden op het strand.

Nu staat die auto, en nog vijf andere, in brand. De gevel van het drie verdiepingen tellende gebouw ernaast is weggeslagen. Stukken smeulend plastic, verwrongen metaal en betonblokken liggen overal verspreid. Ze zijn nog doof door de enorme knal, te verbaasd om te gaan blussen. Ze zien de enorme ravage, en realiseren zich dat ze aan de dood zijn ontsnapt.

De soldaten van de nabij gelegen basis komen aanhollen. Ze hebben nog geen orders gekregen, en weten niet wat ze moeten doen. Mensen bij het vuur weghalen, of ze laten helpen? Mogen er foto’s worden gemaakt, of niet? Ze proberen wat orde te stichten, maar creëren met hun gehol en geschreeuw alleen meer wanorde.

Direct daarna komen de omwonenden aanrennen. Ze hebben familieleden die op het strand zijn of in de buurt. Aangezien de klap in heel West-Beiroet te horen was, is de hele stad direct aan het telefoneren geslagen om te controleren of iedereen in orde is, en het mobiele netwerk is de komende twee uur geblokkeerd.

Op de parkeerplaats van het strand staan wat badgasten in hun zwempakken schuchter te kijken. Ze halen hun handen nerveus door het haar. Ik herken een kennis. „Alles in orde?” „Ja, jij ook?” Ik vraag of zijn vrouw, mijn vriendin, er is. „Nee, thuis, zij is veilig.” We gaan het rijtje af van mensen die we kennen die hier hadden kunnen zijn.

Een andere kennis zoekt zijn 16-jarige zoon. „Hij ging lopend naar huis. Hij is al 15 minuten onderweg, dus hij moet voorbij de explosie zijn.” Maar je weet het niet, zie je hem denken. Misschien heeft hij nog wat gekocht bij het theehuis. Hij staat met tranen in zijn ogen. „Het komt allemaal goed,” mompelt hij. Ik kan hem niet helpen.

Loeiende sirenes. Het is nu bijna zes minuten na de explosie. Eerst de brandweer. Het blussen is snel gebeurd, de auto’s zijn al uitgebrand. Dan komen de ambulances van het Rode Kruis, de burgerwacht en de politie.

De burgerwacht stelt orde op zaken. Ze slaan letterlijk de handen ineen, en vormen een kring rond de verwrongen autowrakken. Daarbinnen wordt enkel het personeel van het Rode Kruis toegelaten. Daaromheen struinen politiemannen, soldaten en brandweermannen.

Dan komt de volgende golf opdagen; de persfotografen. Ze klauteren met dikke lenzen van alle kanten richting smeulende autowrakken. Dat ze intussen op stukken vlees staan van de slachtoffers ontgaat ze. Ze douwen alles en iedereen opzij, want alleen de close-ups zijn bruikbaar. De soldaten proberen er resoluut een einde aan te maken, maar ze hebben het tegen dovemansoren. Ze maken ze er wel op attent dat het gebouw, waar we onder staan, nog maar twee van de vier pilaren over heeft.

Een man van de burgerwacht werkt zich met plastic handschoenen door de autowrakken. Hij wijst waar witte doeken moeten worden gelegd over menselijke resten. Met zachte stem geeft hij orders, en stuurt wat hulpverleners erop uit met rode zakken om mensenresten te rapen. Hij wijst op het platte dak van het theehuis, in de berm, en de parkeerplaats van het strand. Omstanders wijken uiteen als ze de stukken van de grond oprapen.

Ambulances beginnen nu loeiend af en aan te rijden. Van een souvenirswinkeltje aan de andere kant van het straatje zijn alle ruiten gesneuveld, en klanten zitten met snijwonden en bloedende gezichten op de stoeltjes van de nabijgelegen ijssalon te wachten. Sommigen huilen luid, maar de meesten zitten er gelaten bij en lijken zich niet te realiseren dat de eerstehulpverplegers, in hun oranje uniformen, met hen in de weer zijn.

Het is nu vijftien minuten sinds de bom is ontploft, en heel Beiroet weet het. Walid Eido, een anti-Syrisch parlementslid, zijn zoon en zijn twee lijfwachten, zijn opgeblazen. Iedereen komt nu kijken. De strandboulevard staat in beide richtingen zwart van de mensen. Een cordon van soldaten houdt ze tegen.

Als ik terug naar huis loop, is het personeel van het restaurant aan de overkant van de weg al bezig om het glas bijeen te vegen. De resten van alweer een bomaanslag in Beiroet zijn bijna opgeruimd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden