Experts bij 'burnsites' MH17

Goede hoop dat ook laatste twee slachtoffers worden geïdentificeerd

Pieter-Jaap Aalbersberg heeft goede hoop dat de laatste twee slachtoffers van de neergehaalde MH17 worden geïdentificeerd. "Als we nog nieuwe profielen kunnen vinden, dan is het op de zogeheten burnsites", zei het hoofd van de bergingsmissie in een toelichting op de nieuwe zoektocht die gisteren in Oost-Oekraïne begon.

Een team van dertig militairen en forensisch experts - onder wie een Australiër en vijf Maleisiërs - onderzoekt de komende weken opnieuw de rampplek. Twintig van hen zullen vanuit Donetsk dagelijks op en neer reizen om samen met plaatselijke hulpverleners menselijke resten, persoonlijke bezittingen en wrakstukken te bergen. De overige tien blijven op de basis in Charkov.

Voor het eerst lijkt ook het noordwestelijke deel van de tien kilometer brede crashsite bereikbaar, al liggen daar nog mijnen en andere niet-ontplofte projectielen. "Onze mensen gaan geen mijnenvelden in", zei militair adviseur commodore Theo ten Haaf gisteren. "Maar we verwachten daar ook geen lichaamsdelen te vinden, alleen wrakstukken."

Als er nog overblijfselen van passagiers te vinden zijn, dan is dat op de twee 'burnsites', een terrein van 100 bij 100 en een van 45 bij 80 meter, waar na de crash brand heeft gewoed. "Hier is mogelijk materiaal in de grond terecht gekomen", zegt Aalbersberg. "Net als eerder maken we rasters van 5 bij 5 meter, waarbinnen we gaan rapen en schrapen. Daarna volgt een nieuwe schouw en indien nodig graven we dertig centimeter diep of we harken nogmaals in een maximale slag om alles te vinden."

Opmerkelijk is dat de intensieve gevechten van afgelopen winter de nieuwe missie mogelijk maken. Vorig jaar liep de frontlinie door de crashsite. Met directe steun van Russische grondtroepen verdreven de separatisten in januari en februari het Oekraïense leger van alle gebieden rondom de rampplek. De dichtstbijzijnde Oekraïense posities liggen nu op een afstand van 50 kilometer.

Aalbersberg verduidelijkte ook hoe de samenwerking met lokale autoriteiten verloopt. De separatisten begeleiden de Nederlandse missie, maar het contact vindt plaats via aanwezige tussenpersonen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

Met lokale autoriteiten zoals burgemeesters en rampendienst SES is wel direct contact. Zij waren al in functie voordat separatisten hun strijd begonnen en daarna op hun post gebleven. Volgens Aalbersberg geldt dit niet als contact met separatisten. Nederland vermijdt dat om de Oekraïense regering niet voor het hoofd te stoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden