Experimenteren in en tegen Amerika

AMSTERDAM - Zoals The Velvet Underground onlosmakelijk met Andy Warhol verbonden is, zo horen ook Sonic Youth en Mike Kelley bij elkaar. Exponenten van de jaren tachtig zijn het, die het zwarte tegendraadse van de Amerikaanse punk en new wave al of niet tegen wil en dank gekoppeld hebben zien worden aan het succes van de jaren negentig.

Maandagavond. Voor hij met zijn band in Paradiso zal optreden en vlak voor hij door vriendin en bandgenoot Kim Gordon gemaand wordt op te schieten omdat zij eerst nog iets in de stad wil eten, vertelt gitarist en zanger Thursten Moore met zichtbaar plezier over het onlosmakelijke verbond van 'zijn' Sonic Youth en de moderne kunst. “Wij hebben bijna allemaal een kunstzinnige achtergrond. Kim en Lee (Ranaldo, red.) hebben een kunstopleiding gevolgd en mijn vader doceerde kunstgeschiedenis, dus ik wist niet beter of er moest in ieder huis wel een of andere vorm van kunst terug te vinden zijn. Wat die hoezen betreft, wij hebben het altijd leuk gevonden om daar iets extra's mee te doen. Soms hebben we ze zelf ontworpen, soms hebben we bevriende kunstenaars gevraagd zoals Mike Kelley of Marnie Webber, die het jongste hoesje ontworpen heeft.”

De band met Mike Kelley, wiens portrettengallerij vol knuffelgezichten en een zelfportret getiteld 'Ahh... Youth' uit 1992 (ook in bezit van museum Boijmans van Beuningen overigens) gebruikt werd voor de cd 'Dirty', was er al aan het eind van de jaren zeventig toen zangeres en bassiste Kim hem leerde kennen op de kunstacademie in Toronto. Moore: “We zagen de foto's voor het eerst in het kunstmagazine XX en hebben hem toen gevraagd of we het mochten gebruiken. Hij vond het geen probleem. Grappig was dat de platenmaatschappijen in sommige landen, zoals Zuid-Korea, juist geen knuffel maar het tussen de knuffels geplaatste zelfportret van Kelley uitkozen voor de voorkant. Zelf ontmoette ik Mike via The Coachmen. Wij maakten muziek in de stijl van The Talking Heads en de Feelies en in onze band speelde ook de kunstenaar John Miller. Behalve in The Coachmen zat Miller ook in een ander bandje, The Poetics geheten. En daar speelde Mike weer in. Je ziet, het is maar een klein wereldje. En als je dan ook nog weet dat Marnie Webber bevriend is met Jim Shaw en dat die weer met Mike in de experimentele groep Destroy All Monsters speelt...”

“Ik was 17 toen ik naar New York ging. Ik woonde in de Lower East-side, vlakbij CBGB's waar net de punk ontdekt was. Wij luisterden naar The Stooges en MC5 uit Detroit en naar The Ramones en Patti Smith. Toen die laatsten rond '78 doorbraken en de wereld introkken, bleven wij met een klein clubje over, waartoe ook DNA en Teenage Jesus and the Jerks behoorden. Kelley overigens niet. Hij ging al snel terug naar Californië waar hij vandaan kwam. Hij was ook niet alleen met pop bezig. Toch kwamen we elkaar altijd weer tegen, ook nadat hij in de jaren tachtig opeens beroemd geworden was. Dat geldt overigens voor meer mensen met wie we aanvankelijk veel optrokken. Jenny Holzer bijvoorbeeld woonde in hetzelfde huis als Kim en zo zijn er wel meer.”

“Veel van onze hoezen zeggen iets over Amerika. Wij spelen graag met de betekenis van typisch Amerikaanse symbolen. Keren ze graag om. Zelf koos ik voor 'Bad moon rising' (1985) met een soort omgekeerd Halloween-symbool erop. En voor 'Daydream nation' (1988) hebben we de Duitse kunstenaar Gerhard Richter gevraagd een beeld te maken. Het werd een vage brandende kaars. Daarop volgde 'Goo'. Het was onze eerste plaat op een groot label, dus wilden wij laten zien waar we stonden. Het werd een tekening van Raymond Pettibon, in zwart-wit. Pettibon hebben we leren kennen via Mike Kelley en de punkgroep Black Flag, waar Raymond hoezen voor maakte omdat zijn broer er in speelde.

Pettibon is een vreemde loner. In zijn huis liggen groentenzakken vol tekeningen waar-ie niks meer doet. Hij is totaal ambitieloos, maar tekent als een wilde. Het beeld voor 'Goo' is ontleend aan een persfoto uit de jaren vijftig met een jongen met zijn vriedinnetje erop. Hij heeft net zijn ouders vermoord en wil gewoon weg. Pettibon is opgegroeid in de auto- en hamburger-cultuur van Californië en hij toont de onderbuik ervan. Het is een reactie op dat hele conservatieve klimaat dat er, met name onder Reagan, heerste. Maar het is humoristisch, niet agressief. Het geldt voor die hele subcultuur waarin wij verzeild raakten. Reagan probeerde van Amerika een groot Disneyland te maken. En wij wilden misschien de andere kant, de schaduwkant daarvan laten zien. Daarom maakten wij nummers als 'Death valley 69'. Reagan wilde terug naar een heroïsch verleden waarin alles OK was. Wat vind je trouwens van dat Hamster-meisje? Lief hè? Wat? Oh sorry, tot ziens, we moeten nu echt eten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden