Experiment: potgrond uit de Weerribben

Jaarlijks worden miljoenen kubieke meters veen afgegraven in Duitsland en de Baltische Staten om onze kas- en kamerplanten in te laten groeien. Daarbij komt veel CO2 vrij. Een groen alternatief is in zicht: potgrond uit natuurgebied de Weerribben.

Boswachter Egbert Beens kijkt tevreden naar een stel verse afdrukken van reeënhoeven in de zwarte aarde. In de kleiige grond zijn ook de rupsbanden van de graafmachine die hier vorige week zo'n 800 kuub grond heeft afgegraven, nog goed te zien. Het opengebaggerde stuk grond in het Overijsselse natuurgebied de Weerribben oogt een beetje vreemd tussen de rietvelden en moeraslandjes. Toch is Beens daar allerminst van ontdaan. Hij wijst op een wortelstok van een waterlelie die in het vrijgekomen zwarte water drijft. "Die krijgt al snel voet aan de grond. Binnen een paar jaar staat dit gebied vol riet, tot groot plezier van de grote karekiet en de roerdomp."

Om te voorkomen dat dit unieke moeras verder dichtgroeit met bos, moeten Beens en zijn medewerkers regelmatig met speciale rietmaaiers en graafmachines uitrukken. Beheerder Staatsbosbeheer kijkt nu of het materiaal dat hierbij vrijkomt een nieuwe bestemming kan krijgen. Samen met potgrondproducent Jiffy onderzoekt de organisatie of het jonge veen dat vorige week uit dit gebied is gegraven, als potgrond kan worden gebruikt.

De koppeling van economie en ecologie is niet nieuw voor de Weerribben. Dobberend in zijn platboot vertelt Beens over de ontstaansgeschiedenis. Vanaf de Middeleeuwen tot aan de Tweede Wereldoorlog werd in dit deel van Overijssel turf gestoken uit het veen dat hier na de laatste ijstijd is ontstaan. Hierdoor veranderde het landschap in een moeras waarin smalle stroken land en water, de ribben en de weren, elkaar afwisselen. "De weren zijn trekgaten waar het veen uit is gehaald en de ribben waren de stukjes grond waarop de turf te drogen werd gelegd", verklaart Beens de naam.

Drijvende matrassen

Bij de verlanding van die trekgaten is een grote rol weggelegd voor de krabbenscheer, een merkwaardige waterplant die 's zomers naar de oppervlakte drijft en zich 's winters op de bodem terugtrekt. Beens trekt een exemplaar van deze ananasvormige plant omhoog. "Zie je die muggenlarven op de wortels? Die zijn weer voedsel voor de vissen en maken het voor hen een ideaal paaigebied. Die vissen trekken weer otters." De krabbenscheer vermenigvuldigt zich snel en de lange wortels vormen kraggen, een soort drijvende matrassen waar andere planten zich vestigen. Het zompige landje waar we even stoppen, was twintig jaar geleden bijvoorbeeld nog open water. Nu zit het trilveen al vol met het veenmos sphagnum, moeraskartelblad en orchideeën. Beens: "Daar zie ik zelfs een stekje van een wilg. Een van de pioniers van een moerasbos."

Beens: "Moerasbos is niet de reden waarom nationaal park De Weerribben ooit tot mooiste natuurgebied van Nederland is gekozen. Als de verlanding van het gebied in dat stadium terecht is gekomen, verlies je allerlei bijzondere libelle- en vlindersoorten. Met name de zeldzame grote vuurvlinder is erg afhankelijk van waterzuring en andere planten die rond open water groeien."

Jaarlijks wordt daarom zo'n 20 hectare aan kraggen weggegraven. Die stapels bagger en jong trilveen worden nu nog opgeslagen in depots in de omgeving. Beheerder Staatsbosbeheer kreeg voor de natuurherstelprogramma's af en toe geld van de rijksoverheid en Europa. "Maar die subsidies zijn niet meer voldoende om het gebied open te houden", vertelt Zwier van Olst, hoofd marketing en business development van Staatsbosbeheer. "We zijn daarom vier jaar geleden gaan zoeken naar andere toepassingsmogelijkheden voor alle biomassa die bij het onderhoud van dit gebied vrijkomt. De Weerribben zijn ooit ontstaan vanuit de energiewinning, dus hebben we eerst gekeken of het als brandstof kon dienen, maar de grote hoeveelheden vocht in het materiaal maken het daarvoor ongeschikt." En laat vocht nou geen probleem zijn voor potgrondfabrikanten. Een zak potgrond bestaat immers voor zo'n 60 procent uit water.

Behalve uit vocht bestaat potgrond uit een mix van materialen zoals kokos, houtvezels en compost. Maar het belangrijkste bestanddeel is veen. Tuinbouwland Nederland is een grote importeur van veen voor potgrond. Jaarlijks wordt 7,5 miljoen kubieke meter aan turf ingevoerd. Dat komt grotendeels uit Noord-Duitsland, Baltische Staten, Scandinavië en Ierland.

De winning van veen daar komt steeds meer onder vuur te liggen. Het draagt namelijk bij aan klimaatverandering. Veen is eigenlijk een laag oude plantenresten die zich in de loop der jaren, soms eeuwen, in moerassen heeft opgebouwd. Daarbij wordt koolstof vastgelegd. Zodra het veen wordt drooggelegd voor afgraving, komt dit koolstof vrij in gasvorm: koolstofdioxide (CO2). Ook is er discussie over het verlies van biodiversiteit in veenwingebieden, al mag de turf in Europa niet worden gewonnen uit gebieden met een hoge natuurwaarde.

"Hierdoor wordt het voor potgrondfabrikanten moeilijker om toezeggingen van nieuwe wingebieden te krijgen", zegt Cees van der Burg, manager product development bij Jiffy. "Daarom willen we graag kijken naar duurzame alternatieven. Compost en kokos zijn daar voorbeelden van, maar andere materialen zijn welkom." Toen hij hoorde dat Staatsbosbeheer naar markten zocht voor de biomassa uit de Weerribben, besloot hij contact op te nemen.

Het veen uit de Weerribben draagt namelijk niet bij aan de uitstoot van broeikasgassen. "In tegenstelling tot veen uit Duitsland en de Baltische Staten gaat het hier om jong veen. Hierin is ook CO2 vastgelegd. Die is niet eeuwen geleden, maar pas vrij recent aan de lucht onttrokken en komt nu alweer vrij. Het draagt dus niet bij aan de opwarming van de aarde."

Laboratoriumtests

Het duurt nog even voordat de kraggen uit de Weerribben vermengd met andere materialen ergens in een kas in het Westland liggen. Eerst moet Jiffy het organische materiaal nog onderwerpen aan laboratoriumtests. Er mogen immers geen chemicaliën of andere vervuilende stoffen in zitten. De eerste tests die Staatsbosbeheer op het materiaal liet uitvoeren, zien er gunstig uit. Van der Burg: "Het voordeel van de Weerribben is dat daar al twintig jaar lang geen water van buiten het gebied wordt toegelaten. Er zitten dus geen pesticiden of kunstmest in." Beens: "Je ziet hier zelfs de zoetwaterspons, een dier dat alleen kan overleven in schoon water. Dat hier meer dan vijftig libellensoorten leven, zegt ook iets over de waterkwaliteit."

Het zuivere water én het feit dat er jaarlijks een vaste stroom van 200.000 kubieke meter aan kraggen vrijkomt, maakt het gebied een potentieel interessante leverancier voor Jiffy.

Boswachter Beens staat achter het project, mits de winning van de grond met fluwelen handschoenen gebeurt. De natuur mag er niet onder lijden. "Alleen ervaren machinisten mogen de graafmachines bedienen. Die voelen precies aan welke bodemlagen ze wel en niet kunnen pakken." Omwille van de natuur was er nog even uitstel van het oorspronkelijke plan om de grond bestemd voor de potgrondpilot in juni af te graven. Beens: "Er bleek vlakbij een paartje kiekendieven te broeden, die konden we natuurlijk niet storen."

Van geluidswal tot straatnaambordje

Met de proef in de Weerribben komt potgrond in het rijtje biomassaproducten die door Staatsbosbeheer worden geleverd. "Jaarlijks komen er op onze terreinen honderdduizenden tonnen aan hout, maaisel en andere biomassa vrij", vertelt Frank van Hedel, biomassa-expert bij Staatsbosbeheer. "Een deel daarvan leveren we aan elektriciteitsbedrijven die het in biomassacentrales verstoken. Maar we zoeken het liefst naar hoogwaardige toepassingen waarbij de CO2 zo lang mogelijk in het product behouden blijft."

Zo levert de organisatie hout met het FSC-keurmerk. Ook voor het maaisel en baggermateriaal worden toepassingen gezocht. Dat gebeurt samen met Rijkswaterstaat die door het onderhoud van groen langs wegen met maaisel en ander materiaal blijft zitten. "We kijken of we dat maaisel in blokken kunnen persen waarmee geluidswallen worden bekleed. Ook leveren we gras en riet aan papierfabrieken die er karton van maken en wordt gewerkt aan straatnaambordjes van biocomposiet uit riet."

De biomassa is vooralsnog geen enorm lucratieve handel. "Het is nog niet rendabel", weet Van Hedel. "De afvoer en de reiniging van al dat materiaal is vrij arbeidsintensief en dus prijzig. Het kost daarentegen maar één lucifer om de boel ter plekke te verbranden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden