Exit voor de vrouw van Jezus?

De papyrussnipper met de Koptische tekst Beeld EPA

Op 18 september onthulde Harvards professor Karen King een oude papyrustekst. Opvallendst in deze oude Koptische tekst was dat Jezus spreekt over 'mijn vrouw'. Inmiddels lijkt het wat rustiger rond de sensationele vondst. Maar die schijn bedriegt: de waarde van de papyrussnipper is inmiddels fors gedaald, want slechts weinigen houden de tekst voor echt. Gespannen wordt gewacht op de uitslag van de beloofde test van de inkt. En daarmee waarschijnlijk op de definitieve ontknoping van - wellicht - een wetenschappelijk drama.

Hoe heeft het zover kunnen komen? Men kan een aantal factoren aanwijzen. Genereus heeft Karen King het artikel waarin zij, samen met papyrologe AnneMarie Luijendijk van Princeton, de vondst beschrijft direct op internet gezet. Zo zou het onmiddellijk beschikbaar zijn voor kritisch commentaar van collega's. Dat is intussen grondig gebeurd. Bij de presentatie op het congres in Rome klonken al de eerste kritische geluiden.

Die zijn nadien alleen maar sterker geworden. De schrijfwijze van het Koptisch deugt niet: sommige letters zijn op de verkeerde manier geschreven, of anders gezegd: de schrijfhand (ductus) komt niet overeen met wat men in de Oudheid gewoon was en blijkt bij dezelfde letters niet consequent. De grammatica is soms zeer merkwaardig en waarschijnlijk gewoon fout. En is de tekst wel met een antieke rieten pen geschreven? Een dergelijke pen (calamus), mits juist gehanteerd, was in staat dikke verticale en dunne horizontale lijnen te schrijven, de zogenoemde 'dik-en-dun-stijl' kenmerkend voor de meeste Koptische handschriften. Op het stukje papyrus staan alleen maar onhandige grove letters.

Nu kan men zeker niet zeggen dat aan King en Luijendijk al die merkwaardigheden op hun papyrussnipper waren ontgaan. Her en der in hun artikel melden zij er een aantal. Maar kennelijk hebben zij onvoldoende rekening gehouden met hun gezamenlijke gewicht. Dat lijkt doorslaggevend in de richting van een vervalsing.

Evangelie van Thomas
Er is echter meer: de opvallende overeenkomst met het Evangelie van Thomas. Ook dat werd door King (en Luijendijk) gezien, maar wellicht onvoldoende. Kort na de internet-publicatie meldde zich de Britse hoogleraar Francis Watson met een stuk waarin hij meer parallellen aanwees. Overeenkomst is evenwel niet hetzelfde als ontlening en het kwam mij voor dat Watson dat onderscheid niet maakte. Waarom zouden Thomas en de nieuwe tekst niet teruggaan op een gemeenschappelijke traditie? Er waren in de Oudheid meer versies van het Thomasevangelie dan de tekst die wij sinds de ontdekking van Nag Hammadi hebben. Misschien dat Kings Evangelie van Jezus' vrouw een getuige was van een ander (uiteraard sterk verwant) Thomas-evangelie of anders van zo'n gemeenschappelijke traditie?

Recent evenwel publiceerde Andrew Bernhard uit Oxford een vlijtig product waarin hij alle mogelijke parallellen tussen de nieuwe tekst en het ons bekende Thomasevangelie op een rij zet. Op zich behoeft die indrukwekkende hoeveelheid parallellen nog niets te bewijzen. Maar het wordt moeilijk het fenomeen van een overschrijvend fraudeur te ontkennen wanneer eenzelfde fout als in een van de moderne weergaven van Thomas óók voorkomt in de 'pas ontdekte' papyrus.

Dat laatste lijkt inderdaad het geval in de eerste regel van Karen Kings nieuwe evangelie. Hier luidt het: 'Mijn moeder gaf mij le[ven]'. Gezien de vrijwel zekere afleiding uit Thomasevangelie 101 zou er moeten staan: 'Mijn moeder gaf mij het leven.' Het lidwoord 'het' (Koptisch M) is hier weggelaten, net als in een via internet te raadplegen versie van Thomas. In 1997 publiceerde Michael Grondin de Koptische tekst vergezeld van een interlineaire Engelse vertaling in twee versies waarvan een in pdf-formaat (met daarin, bij vergissing, de genoemde weglating). Het is mogelijk dat een vervalser met wat kennis van het Koptisch die internetversie heeft gebruikt.

Vervalsing
Al met al lijkt de conclusie onontkoombaar: deze vondst is een vervalsing. Kon men dat niet eerder zien? Hier stuit men op vragen waarvan sommige altijd vragen zullen blijven. De deskundige op het terrein van gnostische teksten (King) steunt op de deskundige op het terrein van de oude papyri (Luijendijk). En vice versa. Was dat terecht? En zocht King niet veel te vroeg de publiciteit? Dan is er de beroemde papyroloog Roger Bagnall in New York: ook hij heeft het fragment in het echt gezien en kennelijk als echt gewaardeerd.

Bagnall las later de kritische opmerkingen bij de ontwerppublicatie van King en Luijendijk, maar hij bleef bij zijn oordeel. De befaamde koptoloog Ariel Shisha-Halevy in Jeruzalem zag digitale foto's en beoordeelde de tekst kennelijk als authentiek.

Sinds 18 september hullen alle hoofdrolspelers zich in stilzwijgen. Zo ook de redactie van Harvard Theological Review, het tijdschrift waarin Kings artikel (met bijdragen van Luijendijk) in januari 2013 zou moeten verschijnen. Al heel wat geruchten deden de ronde dat de befaamde nieuw-testamenticus Helmut Koester de verschijning van het artikel blokkeert, maar ook hij zwijgt wijselijk. De officiële reactie bij monde van Harvard-woordvoerders is nog altijd dat de uitslagen van tests moeten worden afgewacht en dat de publicatie daarom is uitgesteld.

Maria Magdalena
Betekent dit uitstel afstel? Het lijkt erop en dat zou in zeker opzicht jammer zijn. Ook al is de tekst zeer waarschijnlijk een falsificatie (het papyrus zelf kan zeer wel oud zijn), dan nog geeft de inhoud (en de gang van zaken tot nu toe!) genoeg stof tot nadenken en wetenschappelijke reflectie.

In elk geval krijgen de velen die vanaf het begin hebben geprobeerd deze tekst als waardeloos ter zijde te schuiven geen gelijk. Zelfs wanneer vast komt te staan dat het een falsificatie is, dan berust deze wel degelijk op een echte bron. Niet eerder werd er zoveel over het Evangelie van Thomas geschreven, ook door hen die gewoonlijk doen of dat evangelie niet bestaat. De daarin verwoorde beeldspraak over God als Vrouwe die het leven geeft is authentiek. Zo ook de vroeg-christelijke notie over de rol van Maria Magdalena, haar discipelschap, de oppositie die dat eertijds al wakker riep, Jezus' verdediging van haar. En zo meer.

En sprak in dit verband Jezus van 'mijn vrouw'? Een vervalser kan zeer wel ook het Koptische woord voor vrouw uit de bestaande edities (met woordenlijsten) van het Thomas-evangelie hebben overgeschreven. In Thomas zelf staat het weliswaar niet in deze vorm. Maar de gedachte kwam in bepaalde vroeg-christelijke kringen zeker voor, het duidelijkst wellicht in het zogenoemde Evangelie van Philippus. Die tekst, net als Thomas bekend uit de vondst van Nag Hammadi, spreekt nadrukkelijk van Maria van Magdala als Jezus' 'partner'.

Typefout
Al met al is de nieuwe tekst, waar of vals, niet schokkend nieuw. Nieuws is wel dat wereldwijd zoveel mensen zich zo intensief met vragen rond Jezus en diens plaats in het vroege christendom bezighouden. Wie 'Jesus' wife' googled, krijgt inmiddels in eenderde seconde meer dan 300 miljoen hits.

Merkwaardig hoe misschien met een kromme stok een rechte slag is gemaakt. En hoe wellicht een oude typefout een moderne vervalser ontmaskert. Nu nog afwachten of en wanneer hij of zij zich meldt.

Hans van Oort is hoogleraar vroeg christendom in Nijmegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden