EXIT JOHN SMITH

In heel Europa en ook elders, zoekt links al vijf jaar naar een nieuwe identiteit. In Engeland kan dat proces nu aanzienlijk versneld worden door de plotselinge dood van John Smith. Plotseling, maar niet geheel onverwacht voor degenen die het bij zijn aantreden als Labour-leider twee jaar geleden wel erg link vonden daarvoor een man van 53 te nemen die al op zijn 49ste een zware hartaanval had moeten verwerken.

THEO JOEKES

Een aardige man, een fatsoenlijke man. Zelfs de socialistenvreetster Thatcher vond hem 'eerlijk en fatsoenlijk': een judicium waarmee hij niet blij zal zijn geweest. Maar in de Engelse (en Nederlandse) politiek bestaat de laatste jaren meer overeenstemming tussen juristen dan verschil tussen de partijen.

Als jong minister in de Labourkabinetten van de jaren '70 had de Schotse advocaat een uitstekende naam. In de verkiezings campagne van bijna precies twee jaar geleden was het vooral zijn aandeel, als schaduwminister van financiën, aan het socialistische program - een lichte belastingverhoging voor de rijksten - dat de balans toch nog in het voordeel van de conservatieven deed doorslaan. Neil Kinnock, die zich na zijn triomfalistische campagne verbijsterd en vernederd voelde door de overwinning van Major, trad uit eigen beweging af vóór de messen zijn rug konden bereiken. Smith volgde hem op.

De godsvrede die Kinnock zo bekwaam tot stand had gebracht tussen links en rechts in de partij; het nieuwe machtsevenwicht tussen vakbonden, hoofdbestuur, afdelingen en fractie, waarvoor de parlementaire leiding sinds Gaitskell in de jaren '50 al zo lang had gevochten: ze zijn onder leiding van Smith vrijwel voltooid. Maar een erg effectieve oppositieleider is hij in die twee jaar niet geworden. Het is ook moeilijk een tegenstander af te maken die zich voortdurend bukt om in zijn eigen voet te schieten.

Vier dagen geleden zag ik in een Hollandse krant dat de conservatieven 'nu hun kansen zien toenemen om bij de Europese verkiezingen (volgende maand) beter uit de bus te komen dan was verwacht'. Op zichzelf zou dat geen grote prestatie zijn, aangezien alle electorale barometers voor de Tories nog nooit zo laag hebben gestaan als nu. Maar wie goed heeft opgelet, weet dat het grote verdriet van de rooien al jaren is, dat het (relatieve) stemmenverlies van de blauwen juist niet naar de rooien gaat - en ook niet omgekeerd - maar naar de gelen: de Liberaal-democraten. Anders gezegd: John Major staat niet lager aangeschreven omdat Labour het zo goed doet, maar omdat zijn rechtervleugel de brutale middle class zweepslagen van Thatcher niet kan vergeten en haar opvolger nadrukkelijk niet tot 'ons soort mensen' rekent.

Wat nu? De vice-voorzitster van de Labourfractie, Margaret Beckett is daar beland als compromis met degenen die nog meer dan vier vrouwen in het schaduwkabinet hadden willen hebben. Het zou best eens kunnen zijn dat zij wordt aangewe zen om het fort een jaartje te bewaken tot de aanloop naar de algemene verkiezingen van uiterlijk 1997. Intussen kan dan de opvolging worden uitgevochten tussen fractieleden als Tony Blair, Gordon Brown, John Prescott en misschien nog een of twee anderen.

Blair en Brown zijn keurige, intelligente en ervaren middle class mannen van ergens in de veertig: Blair wat geestiger, Brown wat serieuzer. Prescott, ruwe bolster, ruige pit, is al herhaaldelijk voor posten in de fractieleiding verslagen. Hij komt uit noord-Engeland, van ouds het grootste rode bastion, en beschouwt zichzelf als de fakkeldrager van links, bevlogen links. Oude rotten als Tony Benn (radicaal-liberaal socialist) en Dennis Healey zullen op de achtergrond hun invloed doen gelden.

De onverwachte verdwijning van Smith, de verzoener, zou op iets langere termijn wel eens een vermomde zegen voor Labour kunnen blijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden