Existentialist Wojtyla ging zich steeds meer voegen

De zilveren paus begon als schrijver en dichter. En filosoof. Wat heeft 25 jaar pontificaat gedaan met Karol Wojtyla, de Poolse wijsgeer met existentialistische trekken?

Het zijn altijd de prominente belevenissen -de grondervaringen, zeg maar- van onze biografie die het motief van ons leven vormen. Zelfs paus Johannes Paulus II ontkomt niet aan overtuigingen die zich hierin wortelen. Het is de bron waaruit hij leeft.

Wat de mens Karol Wojtyla tekent, is zijn ervaring van te leven in een land dat bezwijkt onder de repressieve machten van respectievelijk het nationaal-socialisme en het communisme. Voeg dit bij zijn verweesdheid -zijn broer en ouders stierven, toen hij nog jong was- en de thema's liefde en angst dringen zich op. Liefde, vanuit het gemis eraan. En angst, om niet te mogen zijn wie je ten diepste bent.

De eerste keer dat Karol Wojtyla spirituele vrijheid ervoer, was op het toneel. In deze wereld van schijn kon niets of niemand zijn eigenheid onderdrukken. Het is dan ook geen wonder dat deze Wojtyla werd gegrepen door de existentiële vraag, hoe een menswaardig bestaan te leiden. Niet veel anders dan de toneelfilosofen van het kaliber Vaclav Havel en Jean-Paul Sartre werd de Poolse wijsgeer gedreven door basale begrippen als vrijheid en authenticiteit. Het is zijn overtuiging, gezien zijn achtergrond niet verbazend, dat de menselijke waardigheid alleen dan gestalte kan krijgen als zij in vrijheid verwezenlijkt wordt. Maar dit mag volgens zijn boek The acting person (1970), waarin Wojtyla zijn wijsgerige bevindingen heeft vastgelegd, niet ontaarden in een extreem individualisme. Want als de mens uitsluitend gericht is op eigenbelang en zelfverwerkelijking dan zal hij de wereld en haar bewoners hanteren als bloot instrument voor zijn eigen zelfbehoud.

Collectivisme, tegenpool van dit ontspoorde individualisme, acht hij evengoed uit den boze. Immers, het opleggen van een norm staat de menswording óók in de weg. Conformisme is de dood in de pot en als slachtoffer van totalitaire regimes weet Wojtyla hoe je dan in verdrukking komt. Vandaar ook dat de filosoof een fel pleidooi houdt voor de mogelijkheid in opstand te komen. Toen zag hij het verzet als de hoeder van een menswaardig bestaan.

De begrenzing van de vrijheid -de verzoening tussen de het extreme individualisme en het collectivisme- vindt de geestdriftige Wojtyla dan ook in de medemens. Alleen in ons contact met en onze bekommernis om de ander kunnen wij onszelf als mens verwezenlijken. En zo, welhaast op organische wijze, komt de filosoof uit op naastenliefde.

Fraaie contouren zie je hier van de zijnswijze van Jezus die in opstand komt tegen ongerechtigheid, immer de zijde kiezend van hen die in de verdrukking leven. Dit is wat je noemt levensechte filosofie die op zoek naar de wijsheid in alle hartstocht recht doet aan de ervaring waaruit zij ontsproten is. Het is ook een barmhartig zoeken naar waarheid dat in het teken staat van het geloof in Jezus Christus.

Een kleine twee jaar voor hijzelf kerkvorst werd, mocht Wojtyla op uitnodiging van paus Paulus VI een retraite verzorgen in het Vaticaan. De 22 meditaties die daaruit voortvloeiden zijn gebundeld in het boekje met de veelbetekenende titel 'Teken van tegenspraak'. Hij spreekt hierin over hoe de kerk, en dan in het bijzonder de paus, net zoals Jezus veel verzet in de wereld zal oproepen. Het klinkt bijna profetisch hoe hij keer op keer verhaalt dat de kerk een niet te evenaren beproeving te wachten staat.

En dan, in het jaar 1978, komt deze vrijheidslievende Wojtyla inderdaad op de hoogst denkbare positie van de moederkerk, het teken van tegenspraak nu zélf belichamend. Hier geraken we in verwarring: de Poolse hoeder van waarachtigheid roept tegenspraak op? Maar was hij dan niet van huis uit zelf in oppositie tegen een wereld van onderdrukking? Of heeft hier innerlijk een troonswisseling plaatsgevonden?

De paus zegt wel eens dat zijn vroegere denkbeelden het grondmateriaal van veel van zijn encyclieken vormen, maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat hier sprake is van verontrustende verschuivingen. In de allereerste plaats wordt de menswaardigheid binnen het pauselijke perspectief gedeponeerd in dogma's en leerstellingen. Daaraan dient de katholieke gelovige zich te conformeren, zelfs als dit indruist tegen zijn authenticiteit. Dat is natuurlijk in flagrante tegenspraak met zijn diepgewortelde overtuiging dat de mens in vrijheid de waarheid ontdekt.

Trouwens, ook die vrijheid zélf wordt nu aan banden gelegd: het is de kerk die daar grenzen aan stelt, zo zegt Wojtyla reeds in zijn Roomse meditaties, juist om de menselijke waardigheid veilig te kunnen stellen. Zijn niet aflatende vermaningen vanaf zijn pauselijke troon zijn daar levende getuigenissen van, of het nu gaat om condoomgebruik, abortus, homohuwelijk of het exclusief delen van het heilige brood. De kerkvorst stelt paal en perk waar hij voorheen juist als beschermheer van de waardigheid hindernissen wilde slechten.

De wijze waarop de paus zijn encyclieken componeert, toont hoe hij zich steeds meer is gaan voegen in de in Rome overheersende thomistische traditie. In plaats van het existentialistische, poëtische taalgebruik te bezigen zoals hij dat ooit deed, leidt hij nu met formele stappen het een uit het ander af, waarbij de uitgangspunten (lees: dogma's) buiten kritiek geplaatst zijn. De nadruk komt op de vorm te liggen, zoals te doen gebruikelijk binnen de analytische traditie.

Vanzelfsprekend is hier een nuancering op zijn plaats. Wie wel eens een leidinggevende baan heeft aangenomen, weet hoe idealen binnen de begrenzingen van die positie kunnen sneuvelen. Dit gaat zeker op voor zo'n hoge positie als het pausschap. Het gaat hier uiteindelijk om een ambt dat in een eeuwenoude traditie is gekerkerd. Veel speelruimte is er dus niet. Ook de paus heeft aantoonbaar water bij de wijn moeten doen.

En toch. Als je het leven van Karol Wojtyla overziet, ga je ongemakkelijk op je stoel schuiven. Ook deze mens moet tenslotte met zichzelf leven. We weten allemaal dat de geschiedenis van Jezus er een is van dubbel verzet: de opstand die hij met zijn optreden teweegbracht en zijn eigen revolte tegen ongerechtigheid. De jonge Poolse wijsgeer Wojtyla heeft zelf zo scherp gezien en gevoeld hoe de mensheid kan lijden onder repressie. En hoe die mens in verzet komt. Ik vraag me af wat Jezus zou doen, als hij vandaag tegen het bolwerk van het Vaticaan aanliep: zou hij blijmoedig binnentreden of zou hij stoelen en tafels omver willen smijten? Zou hij zich conformeren of in opstand komen?

Voor het oog van de wereld lijkt het dat de paus zich heeft neergelegd en van zijn schaapjes eenzelfde onderworpenheid eist. Maar vanuit zijn diepste overtuiging dat de verdrukten van de aarde ook een plaats onder de zon mogen hebben, komt hij onvermijdelijk morrend in opstand. Dat is de tegenspraak in de mens die onze paus is.

Deze week verscheen 'Metafisica della persona', het complete filosofische werk van Karol Wojtyla (1948-1978). Uitgave Bompiani, 1600 blz.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden