Excuuswandelen in de Ardennen

De proevende wandelaar wordt in Wallonië al gauw een wandelende proever. Met een overvloed aan bier, wijn, ganzenlever en ambachtelijke chocola zou je bijna vergeten dat je er ook nog heerlijk kunt wandelen.

De gastheer van herberg l'Affenage in het Waalse gehuchtje Blier vraagt of hij ons een menuvoorstel mag doen. Mijn disgenoot en wijnproever van dienst had de ganzenlever al op de kaart zien staan, en inderdaad, daar wil de herbergier de avond graag mee beginnen.


In Nederland mag het een uitzondering zijn, hier is het nog volstrekt vanzelfsprekend om ganzenlever op het menu te zetten - en aan te bevelen. De proevende wandelaar (of wandelende proever) die naar de Ardennen afzakt, is beter geen al te grote dierenvriend. Of vegetariër: het goede leven bestaat hier uit vlees, of vis.


Mijn disgenoot zet zich over zijn schroom heen en terwijl de open haard knettert geniet hij van zijn ganzenlever op een toastje van ontbijtkoek. Overheerlijk, zegt hij. En een ware guilty pleasure: hij voelt zich de hele avond een tikje schuldig.


De hotelier, een bekroonde Vlaamse restauranthouder, lijkt eerder medelijden te hebben met de auteur van dit stuk, die wegens omstandigheden het bijpassende wijnmenu aan zich voorbij laat gaan, net als de lever.


Hij pakt uit met tarbot in oestersaus en een eendenborstje in rode wijnsaus met ernaast de geconfijte eendepootjes en het beste stronkje witlof van ons leven. Daarna moet er plaats worden gemaakt voor een dubbel dessert plus bonbons van de lokale ambachtelijke chocolatier, die we eerder vandaag al aandeden tijdens een wandeling.


In de sprookjesachtige omgeving van de herberg (aan hetzelfde binnenplaatsje ligt een kasteeltje) zou je haast vergeten dat we naar de Ardennen kwamen om te wandelen. We zitten onderhand langer aan tafel dan dat we de omgeving hebben verkend.


Nochtans is die zeer de moeite waard. Het land van Ourthe en Aisne is even lieflijk als ons onderkomen. Vanuit het centrum van het nabijgelegen plaatsje Erezée dalen we in ganzenpas de Aisne-vallei in. We stappen door karresporen tussen glooiende groene weiden, langs bonte koeien, over boerenerven. De boerenidylle bestaat hier nog, verzuchten we. En ook: dit deel van de Ardennen is een stuk minder donker, bevreemdend en desolaat dan we kennen uit de films van de gebroeders Dardenne.


Halverwege pauzeren we bij 'chocoladefabriek' Defroidmont, waar naamgever Philippe Defroidmont zelf de machines bedient. Dat de bakkerszoon uit de buurt van Luik chocolatier zou worden was al vroeg duidelijk: als jonge jongen smeerde hij al chocolade tussen de eclairs van zijn vader. Toen hij het drukke stadsleven zat raakte, streek hij in 2000 met zijn vrouw en hun ambachtelijke chocolaterie neer bij het gehuchtje Briscol, op een steenworp van Erezée. Daar produceert hij 15.000 kilo chocola per jaar.


Schaaltje chocola


In het aangrenzende winkelcafé vol pralines, chique chocoladepasta's, -repen, -figuren en -likeuren, strijken we neer met een kop thee en een schaaltje chocola. We zijn lang niet alleen, het zit hier vol met wandelaars en andere dagjesmensen die komen proeven en met hun (klein)kinderen een kijkje nemen in het museumdeel van de chocolaterie.


Een tikje misselijk oordelen we even later dat de pure chocolade met gedroogde thee onze favoriet is en besluiten we het museum voor nu over te slaan. Het begint zo meteen al te schemeren en het is zeker nog een uur lopen voor we terug zijn in Erezée. Weer buiten worden we verrast door de mist, die als een deken vanuit het dal over de heuvels ons tegemoet komt rollen. Het begint nu ook wel fris te worden.


De volgende dag stuiten we bij het ontbijt (met onder meer de pure hagelslag van Defroidmont) in de wandelgids van Wallonië-Brussel Toerisme op een route een klein half uur verderop, die door de feeënvallei van Achouffe voert. Inderdaad, daar waar de kabouters van La Chouffe hun bier brouwen. Mijn tafelgenoot maakt zich op voor wat we intussen een 'excuuswandeling' zijn gaan noemen: een voettochtje van twee, misschien drie uur maken om de kilo's er daarna dubbel en dwars bij te eten en drinken.


Onze herbergier wijst er echter op dat de brouwerij alleen op afspraak en op maandag, woensdag en zondag de deuren opent. Volgens hem is het ook niet nodig om de auto te pakken, rond Erezée is volgens hem genoeg te zien.


Op zijn advies steken we bij de brandweerkazerne in Erezée de provinciale weg over, passeren een veldje minikerstbomen en slaan dan linksaf voor het westelijk deel van de Aisne-vallei, langs Eveux en Fanzel. Die voert ons door bossen en langs de halfbevroren stroompjes van de Aisne. De rijp kraakt onder onze voeten, terwijl de zon op onze wangen schijnt. Zo kunnen we de vrieskou nog wel een dagje aan. Af en toe stappen we in een wak dat verscholen ligt onder een bladerdak, maar gelukkig houden we droge voeten.


Watervalletjes


Het ijs in de beekjes zorgt hier en daar voor mooie watervalletjes. We overwinnen een paar aardige, glibberige klimmetjes. Deze wandeling blijkt een stukje pittiger dan die van gisteren, constateren we. Bovendien valt er langs deze route weinig te smullen.


De uitbaatster van Le Refuge de la Vallée, een landelijke bed&breakfast, moet ons helaas teleurstellen als we haar halverwege aanklampen voor een kop koffie of het adres van een bakker. "Dat bestaat hier helaas al een tijdje niet meer." En zelf moet ze er helaas vandoor.


Met een knorrende maag - ietwat naïef gooiden we alleen een flesje water en een paar chocolaatjes van Defroidmont in de rugzak - zetten we het tweede deel van de wandeling in. Anderhalf uur later lopen we een beetje slapjes maar voldaan Erezée weer binnen. Daar blijken 's winters rond het middaguur alleen de lokale (mini)supermarkt, een snackbar, de bakker en de slager open. Al kun je daar natuurlijk ook een vorstelijke lunch bij elkaar scharrelen om daarna aan de overkant een (lokaal) biertje te drinken in café Le Concordia. De poes staat er waarschijnlijk al op de bar te wachten.

undefined

Ook leuk om te doen

Een biertje drinken bij Fantome, de lokale, traditionele brouwerij in Soy. Het bier is er vernoemd naar het spook van het nabijgelegen kasteel van La Roche. De vermoorde gravin Berthe zou daar nog altijd rondzwerven. De brouwinstallatie werd eind jaren tachtig door de oprichters zelf gebouwd en er wordt gewerkt met traditionele streekrecepten. In de kleine brouwerij kunnen maar een handvol bieren tegelijk worden gebrouwen; vijf vaste bieren worden er afgewisseld met tijdelijke specials, die worden geëxporteerd tot in Brazilië en Rusland. Maar het blijft een familiebedrijf, benadrukken de uitbaters. Er is dan ook een eigen proeflokaal. Let op: alleen in het weekend geopend.


La Petite Batte, de zondagse (rommel)markt in Bomal (bij Durbuy) die wekelijks bezoekers van heinde en verre trekt.


Pittoreske plaatsjes als Durbuy en La Roche-en-Ardenne liggen op zo'n 10 kilometer afstand van Erezée. Met name in La Roche struikel je over de ambachtelijke streekproducten, traiteurs en restaurants. Maar ook verspreid over de streek vind je kaasmakerijen, limonadebrouwers en patissiers. Gelukkig zijn er voldoende wandelroutes in de omgeving om je daarover minder schuldig te voelen. tinyurl.com/gs5f7fy


Rond Erezée zijn ook mountainbikeroutes uitgezet, variërend in moeilijkheidsgraad. tinyurl.com/glnxe94

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden