Exclusieve mode van Hollandse handenarbeid

Sociale werkplaatsen kampen met het imago van zwaar gesubsidieerde arbeidsvoorzieningen waar gehandicapten wasknijpers in elkaar zetten en prullaria in verpakkingen stoppen. Maar er wordt ook mode geproduceerd.

Onder het motto 'werken naar vermogen' wil het kabinet fors bezuinigen op de financiering van sociale werkvoorzieningen. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau zullen, als de voorgenomen bezuinigingen in de sector doorgaan, over tien jaar nog zo'n 35.000 mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking bij een sociale werkvoorziening aan het werk zijn. Nu zijn dat er 100.000. De negentig sociale werkplaatsen in Nederland bieden mensen met een zogenoemde afstand tot de arbeidsmarkt een perspectief op een reguliere baan door hen gesubsidieerd werk te laten verrichten. Het kabinet wil met de bezuinigingen de doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt stimuleren.

Voor ondernemers in de modebranche die werk laten uitvoeren op sociale werkplaatsen, is de bezuinigingsoperatie geen goed nieuws. "Om onze ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden, willen we in Nederland produceren - en dan is de sociale werkplaats een voor de hand liggende optie", vertelt Erica Bol van reWrap , een accessoirelabel dat composteerbare hoezen voor laptops en mobieltjes maakt. Ze richtte het merk vorig jaar op, samen met haar broer Juliaan, en noemt de sociale werkplaatsen een uitkomst voor startende ondernemers die Dutch design in kleine oplagen en met een duurzame signatuur willen maken.

Meer groene modemerken maken graag gebruik van de werkvoorzieningen: door producten dicht bij huis te laten maken, worden milieubelastende transporten verminderd.

"Wij kiezen nadrukkelijk voor lokale productie, omdat wij werken met gebruikte en afgedankte materialen uit Nederland. Dan vinden we het niet logisch om dat materiaal te verschepen naar een ver productieland en vervolgens weer terug te laten sturen naar Nederland", vertelt Katja Staring, oprichtster van Chatoui. Het Nederlandse bedrijf verkoopt tassen, sieraden, sjaals, keukenschorten en andere textielproducten die zijn gemaakt van gebruikte materialen. De afdankertjes worden verzameld via kringloop- en inzamelingsbedrijven en via donaties van bedrijven en particulieren. De nieuwe creaties, die speciaal voor het merk worden ontworpen, worden in elkaar gezet in sociale werkplaatsen in Amsterdam, Hoofddorp, Den Haag, Enschede en Middelburg.

De bezuinigingen in de sociale werkvoorzieningen kunnen ertoe leiden dat dit soort textielafdelingen de deuren sluiten. En dat komt de milieuvriendelijkheid van de kleding en accessoires van de Nederlandse ecofashion niet ten goede, vindt Katja Staring: 'We zullen moeten uitwijken naar landen zo dicht mogelijk bij huis. Maar dat heeft logistiek meer voeten in aarde, vergt meer vervoerkilometers en is dus minder duurzaam."

Volgens de bedrijven speelt de lagere prijs van gesubsidieerde ateliers geen rol. Zelfs werk dat door sociale werkplaatsen wordt uitgevoerd, is duurder dan productie in ontwikkelingslanden. Bovendien zijn fabrieken in lagelonenlanden niet geïnteresseerd in het maken van tientallen hoezen of tassen. Zij produceren liever grote hoeveelheden voor grote concerns als H&M en consorten.

Wie een product uit een sociale werkplaats koopt, weet zeker dat het onder fatsoenlijke werkomstandigheden in elkaar is gezet en verpakt, verklaart Ellen Willink haar keuze. "Alle enge verhalen over Chinese kinderen die in naaiateliers dag en nacht werken, moedigen mij aan om hier mee door te gaan." Willink verkoopt kleding en accessoires onder haar eigen naam. Ze laat ze maken in sociale werkplaatsen in Middelburg en Den Haag. "De mensen op een sociale werkplaats worden goed verzorgd en er is aandacht voor hun problematiek, hoe divers die ook is."

"Verantwoorde productie kan natuurlijk ook in het buitenland, als de werkomstandigheden goed zijn en er geen kinderhandjes aan te pas komen", vult Erica Bol van reWrap aan. "Maar het is fijn om verantwoorde productie extra te kunnen benadrukken door werk uit te besteden aan sociale werkplaatsen, waar mensen kans hebben op een volwaardige toekomst in onze maatschappij."

Ook Katja Staring van Chatoui benadrukt het toekomstperspectief voor werknemers in de sociale werkplaatsen. "Het gaat vaak om bijzondere gevallen, zoals een Surinaamse kleermaker van 61 of een ernstig lichamelijk gehandicapte jongen in een rolstoel. Deze mensen zouden anders moeilijk een baan op de reguliere arbeidsmarkt kunnen krijgen."

Kleding en accessoires uit sociale werkplaatsen zijn misschien ideale kost voor bewuste consumenten. Voor liefhebbers van fast fashion - snel wisselende collecties die de ontwikkelingen op de catwalks nauwgezet volgen - zijn ze daarentegen minder geschikt. Ellen Willink: "Het duurt lang voordat de werkplaatsen een goed product kunnen leveren. Vandaar dat ik modellen bedenk die niet zo aan mode onderhevig zijn." Willink is daarnaast bezig met het ontwikkelen van een naaiopleiding voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo'n opleiding zou het personeel beter in staat stellen om sneller met nieuwe ontwerpen aan de slag te gaan en om ook bij veranderende collecties de kwaliteit te garanderen.

Vooralsnog zijn de arbeidsvoorzieningen in ieder geval niet goed in staat om trendgevoelige of complexe producten te maken. "Niet alle ontwerpen zijn mogelijk, we moeten ze redelijk eenvoudig houden", zegt Katja Staring. "Met verpakkingen kunnen de meeste werkplaatsen heel veel, maar met een echt productieproces hebben ze minder ervaring. We kunnen het werk dus niet te ingewikkeld maken", geeft ook Erica Bol toe. 'Ze moeten de lapjes van onze hoezen netjes op elkaar leggen en precies recht naaien en dat is best een klus. We zijn echt bij verschillende werkplaatsen langs geweest voordat we het geschikte personeel vonden."

Sociale werkplaatsen beschikken bovendien vaak alleen over eenvoudige machines, wat de productiemogelijkheden ook beperkt. Een bedrijf als OAT Shoes, dat composteerbare schoenen maakt en eerder dit jaar nog een aanmoedigingsprijs won in The Green Fashion Competition, kon niet bij een sociale werkplaats terecht omdat de sneakers op hightech machines gemaakt worden.

Als, zoals het kabinet verwacht, de meest capabele arbeidskrachten straks doorstromen naar een reguliere baan, blijft in de sociale werkplaatsen personeel over dat vooral in staat zal zijn om simpele producten te maken of te verpakken. Dat komt het modieuze karakter van de Hollandse Fair Trade vast niet ten goede.

Nog meer goed goed van Hollandse bodem

Er is steeds meer concurrentie voor sociale werkplaatsen. Er zijn ook projecten die allochtone vrouwen met een taalachterstand kleding laten maken, zoals bij i-did in Utrecht. Dat levert handgemaakte kledingstukken op, die altijd in gelimiteerde oplagen verschijnen. De lengte van een rok of jurk kan naar de wensen van de klant worden aangepast.

Stichting Mode met een Missie biedt in zeven Nederlandse steden onbetaalde leer-werktrajecten aan vrouwen uit de psychiatrie, verslavingszorg of daklozenopvang. Twee keer per jaar verschijnt via het label Ami-e-toi een collectie die is ontworpen door de Deens-Nederlandse couturier Claes Iversen en wordt verkocht in een eigen winkel in de Arnhemse Weversstraat. In ieder kledingstuk is een tweedehands detail verwerkt, zoals een knoop, stukje kant of reepje stof. Dat staat symbool voor het tweede leven van een kledingstuk én voor de tweede kans voor vrouwen in de werkvoorziening.

In de Utrechtse wijk Zuilen verrijst dit jaar Het Huis van de Vlinders, een modebedrijf waar meiden en jonge vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring kunnen opdoen. De onderneming gaat zich in eerste instantie richten op het maken van accessoires en gebruikt daarvoor onder andere textielrestanten uit lokale kringloopwinkels.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden