Excentriek kan best verantwoord zijn

Tassen gemaakt in de sloppenwijken van Kaapstad of op de vuilnisbelten van Bombay, tassen gemaakt van restjes plastic, reepjes stof of in stukken gescheurde tijdschriften, tassen met Filippijnse jute of schelpen, gemaakt in lokale ateliers. Steeds meer ontwerpers willen mooie, hippe of excentrieke tassen maken, en kiezen er bewust voor te werken in landen waar handwerk nog bestaat. Niet, zoals de grote modehuizen, om goedkope massaproductie in lagelonenlanden neer te leggen. Maar om met lokale materialen te werken, in ateliers waar vakmensen zitten die weten hoe je perfect een hengsel aan een tas moet bevestigen. Ze noemen het lang niet altijd Fair Trade. Maar het zit er vaak dicht tegenaan.

Verantwoord ondernemen was niet het eerste uitgangspunt van Suba Design, een bedrijfje in handen van de Nederlandse ontwerpers Bregtje Houben en Hanna Dankers. Ze kwamen regelmatig in Brazilië en zagen dat er veel gewerkt wordt met vinyl of kunstleer, in de auto- en de meubelindustrie bijvoorbeeld. En dat er na gebruik vaak enorme hoeveelheden overblijven. De ontwerpsters vestigden zich in Tibau do Sul en bedienen van daaruit winkels in Nederland. „We werken met een lokaal atelier”, zegt Houben. „Het materiaal kopen we overal en nergens, vooral in restpartijen. Soms is er maar één kleur beschikbaar.” De tassen zijn opgebouwd uit lapjes, in verschillende kleuren, met de hand gemaakt. Allemaal uniek.

Makkelijk is het niet altijd, werken in een land met een heel andere cultuur. „Het is vaak lastig de juiste materialen te vinden”, zegt Houben. „Laatst wilden we iets met roestvrijstalen gespen. Maar roestvrij staal was in de wijde omtrek niet te krijgen. Dat idee hebben we uiteindelijk maar opgegeven.”

De uitwisseling van westerse kennis met materialen en vakwerk in ontwikkelingslanden is het doel van de Nederlandse organisatie Dutch Design in Development. Deze brengt jonge designers en marketeers in contact met producenten in landen als Bolivia, India of Zuid-Afrika. De Nederlandse designer Annechien van Litsenburg ontwierp een tassencollectie in Bangladesh, in samenwerking met plaatselijke fabriekjes. „Alles gaat daar totaal anders dan je hier gewend bent. De communicatie, de manier van werken. Maar ik werkte met ongelofelijk kundige patroontekenaars, die mijn ontwerp heel goed hebben bijgestuurd.”

Fair Trade is meestal geen doel op zich. „Ik werkte met een meisje van zestien, dat daar al twee jaar werkte”, zegt Van Litsenburg. „Naar onze maatstaven is dat kinderarbeid. Maar ze kreeg een intensieve opleiding en was goed in haar vak.”

Niet alleen westerse ontwerpers zoeken het in lokale materialen en producenten. De Filippijnse ontwerpster Cora Jacob werkte jarenlang voor grote modehuizen als Christian Dior en Givenchy, maar keerde na een tijdje terug naar de Filippijnen. Daar werkt ze met lokale materialen als jute, schelpen, suikerriet en bamboe. Tegelijkertijd heeft ze een stichting opgericht om Filippijnse vrouwen op te leiden in het vak. Zo kunnen zij in hun levensonderhoud voorzien, kan Jacob mooie tassen blijven produceren en blijft het Filippijnse handwerk op een hoog niveau.

Verantwoord ondernemen en opvallend design, het vergt wat creativiteit, maar kan prima samengaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden