Ex-politieke gevangenen / Soekarno's paleismeisje wil eerherstel

Duizenden ex-politieke gevangenen in Indonesië, vastgezet na de coup van 1965, wachten nog steeds op eerherstel. Nani Nurani is één van hen. De favoriete zangeres van president Soekarno voelde zich tot voor kort nog steeds een paria. Ze stapte naar de rechter en won als eerste ex-gevangene een proces tegen de staat.

'Het paleismeisje', wordt Nani Nurani nog steeds genoemd in haar geboorteplaats Cianjur, West-Java. Ze woont er allang niet meer. Tegenwoordig leeft ze anoniem in een van de buitenwijken van Jakarta. In haar piepkleine tuin vertelt ze over haar traumatische leven, terwijl de vogels in de volière vrolijk fluiten.

Nani Nurani is 62, maar ze oogt jonger. Spontaan zingt ze het lievelingsliedje van Bung Karno, de vroegere president Soekarno en de vader van de huidige presidente Megawati Soekarnaputri. De tekst gaat over een prins die op zoek is naar een bruid, maar tijdens zijn zoektocht tot verdriet van zijn moeder in een aap verandert.

Ze was 21 toen ze als zangeres werd ontdekt door president Soekarno, de roemruchte eerste president van Indonesië. Hij bezat in de omgeving van Cianjur een van zijn vele paleizen en nam gasten uit binnen- en buitenland steevast mee naar het houten paleis in het plaatsje Cipanas. ,,Elke keer als hij er was, zong ik voor de president en zijn gasten. Ik kookte dan zijn favoriete lunch. Saté, rijst, eieren en sajoer lodeh, verse jonge bamboescheuten. Boeng Karno was als een vader voor mij", vertelt Nani.

In september 1965, een maand voor de staatsgreep, zag ze Soekarno voor het laatst. Ze was inmiddels naar Jakarta verhuisd om daar aan haar zangcarrière te werken. ,,'Ben je er weer', riep Soekarno uitgelaten. Ik vertelde de president dat ik voor hem en zijn gasten graag terugkeerde.'' De avond voordat ze vertrok, trad ze op tijdens het verjaardagsfeestje van de communistische PKI-partij in haar geboortedorpje. Dat optreden zou later haar ondergang worden. Soekarno zou ze nooit meer zien.

Het paleis in Cipanas ging op slot nadat linkse generaals op 30 september 1965 een greep naar de macht hadden gedaan. In de nadagen van die coup werden meer dan een miljoen vermeende communisten vermoord en honderdduizenden mensen vastgezet. President Soekarno kreeg huisarrest, omdat hij weigerde afstand te nemen van de communisten. Eerherstel heeft Soekarno nooit gekregen. Voor het eerst klinkt in Indonesië wel openlijk de roep daartoe. Ex-politieke gevangenen, onder wie Nani Nurani, vinden dat Soekarno's dochter Megawati haar vaders naam moet zuiveren.

Ook Nani kan zich nog goed herinneren hoe in 1965 de dreiging van een staatsgreep al maanden in de lucht hing. Al sprak ze er met de president nooit over. De sfeer in Jakarta was die zomer uiterst gespannen. Het leger was verdeeld. Veel militairen zagen met argusogen toe hoe de aanhang van de machtige communistische PKI-partij bleef groeien. Er gingen geruchten dat president Soekarno ernstig ziek was. De rechterflank binnen het leger vreesde dat na zijn dood de communisten aan de macht zouden komen. Ze voelden zich bedreigd door de PKI en ze eisten dat Soekarno afstand zou nemen van de communisten. Soekarno weigerde. Hij werd daarbij gesteund door de linkse legertop.

In de nacht van 30 september werden in Jakarta zeven generaals van hun bed gelicht. Zes werden dagen later dood teruggevonden in een put op de luchtmachtbasis Halim. Alleen stafchef van de strijdkrachten generaal Nasoetion wist te ontkomen.

Nani reisde onmiddellijk na de staatsgreep af naar haar geboortedorp. Op de radio hoorde ze dat Soeharto de bevelvoering had overgenomen en Soekarno naar zijn paleis in Bogor had gestuurd. In 1967 zette Soeharto Soekarno definitief opzij. In de dagen na de coup rekende de nieuwe bevelhebber Soeharto zonder enige vorm van proces af met de coupplegers. Net als de PKI-top werden ze geëxecuteerd of bij een 'vluchtpoging' neergeschoten.

Nani en haar familie hielden zich schuil achter de veilige muren van hun huis toen overal in Indonesië een goed geregisseerde volkswoede losbarstte. Voor de radio gaf Generaal Nasoetion het startschot, door emotioneel tot de vernietiging van de PKI op te roepen. Militairen hielpen bij de hekensjacht op vermeende communisten. Volgens schattingen kwam meer dan een miljoen mensen om. Eveneens een miljoen zogenaamde communisten werd gearresteerd. Daarna keerde de rust in Indonesië terug. Maar voor Nani Nurani begonnen toen pas de problemen.

,,Mijn oom waarschuwde me als eerste niet meer de kranten te lezen. Journalisten waren een actie tegen me begonnen. Ze schilderden me af als het pleziermeisje van Soekarno en zijn ministers. Ze schreven dat ik een hoer was", vertelt Nani geëmotioneerd.

De haatcampagne werd erger. ,,Mijn vader kwam me in Jakarta opzoeken. Verhalen gingen over mij de ronde dat ik ook bij staatsgreep was betrokken". Nani zou lid zijn van Gerwani, de vrouwenafdeling van de communistische PKI-partij. Over Gerwani werden de meest gruwelijke verhalen verteld. Vrouwelijke communisten zouden in de bewuste nacht van 30 september 1965 op de luchtmachtbasis Halim de ontvoerde generaals hebben opgewacht, naakt om hen heen gedanst hebben en hen hebben mishandeld. Nani was volgens het gerucht een van de dansende vrouwen.

Uiteindelijk werd ze in december 1968 gearresteerd toen ze voor de moslimfeestdagen terugkeerde naar haar geboortedorp. ,,Ze konden me niet eerder oppakken. De militaire commandant was getrouwd met een voormalig paleismeisje. Pas toen hij werd overgeplaatst, arresteerden ze me", zucht Nani. Ze kwam in de vrouwengevangenis Bukit Duri terecht Jakarta. Er kwam nooit een proces. Ze kreeg slechts te horen dat ze was opgepakt vanwege haar optreden tijdens het eerder genoemde PKI-feestje. ,,Maar dat was een openbare avond. Het hele dorp was uitgelopen. De plaatselijke autoriteiten zaten op de voorste rij".

Na zeven jaar kwam Nani vrij, na eerst nog drie maanden huisarrest. Naar haar ouders wilde ze niet. Niemand van haar broers of zussen durfde haar op te nemen uit angst voor de gevolgen. Een neefje van Nani was niet in het leger toegelaten omdat zijn tante 'een communiste was'. Veel familieleden wilden geen contact met Nani. Een zus van haar moeder verbood haar kinderen nog langer de naam van hun nicht te noemen. Een arme oom, vader van acht kinderen, nam haar uiteindelijk liefdevol op in zijn huis. In 1976 keerde Nani terug naar Jakarta. Ze vond er een baan als secretaresse van een zangeres. Zelf trad ze niet meer op. Ze koos voor de anonimiteit.

De terugkeer van het voormalige paleismeisje in de maatschappij verliep moeizaam. Net zoals alle gedetineerden merkte ook Nani dat ze door plaatsgenoten soms als een paria werd behandeld. Haar vriend had haar na de arrestatie in de steek gelaten en was inmiddels met een ander getrouwd. Tot haar grote verdriet werden haar familie en haar vrienden nauwgezet in de gaten gehouden. Naar het buitenland mocht ze niet. Op haar officiële documenten kwam 'ex-tapol' te staan, 'ex-politieke gevangene'. Na een opstand in 1984 tegen het bewind van president Soeharto, moesten alle ex-politieke gevangenen zich voortaan weer maandelijks melden. Dat moeten ze tot op de dag van vandaag.

Nani kreeg voor het eerst hoop toen Abdurrahman Wahid in 1999 na de val van Soeharto tot president werd gekozen. Wahid probeerde een discussie over de coup uit 1965 op gang te krijgen. Hij was voorstander van rehabilitatie van alle ex-tapols. Hij overwoog zelfs de ban op de communistische partij op te heffen. Maar de emoties liepen hoog op. Wekenlang werd er in heel Indonesië gedemonsteerd tegen het communisme. ,,Ik heb Wahid een brief geschreven met het verzoek ons te rehabiliteren. Ik heb nooit antwoord gekregen. Ik heb bij het paleis van president Megawati vier brieven voor haar overhandigd. Ik heb ook van haar nooit een antwoord gekregen", zegt Nani.

Afgelopen voorjaar knapte er iets van binnen toen ze na vijf jaar opnieuw haar identiteitspapieren moest vervangen, terwijl iedere Indonesiër boven de zestig een vaste identiteitskaart krijgt. Maar de autoriteiten weigerden haar die als ex-politieke gevangene te geven. Ze verzamelde al haar moed en stapte op een advocaat af. Als eerste ex-tapol spande ze een proces tegen de staat aan en ze won. Nu wil ze graag eerherstel.

Ze is niet de enige ex-politieke gevangene in Indonesië die dat wil. De advocaat Witaryono Reksoprodjo treedt als coördinator op voor een grote groep van ex-tapols en hun nabestaanden. Hij is de zoon van de voormalige minister van Electriciteit in het laatste kabinet van Soekarno. Zijn vader zat jarenlang gevangen. Hij kent als familielid van een ex-politieke gevangene maar al te goed het discriminerende beleid in zijn land. Vanwege dat beleid is Nani Nurani nooit getrouwd en bleef ze kinderloos. ,,Ik wilde mijn familie geen verdriet doen".

Maar de kans is groot dat binnenkort na bijna veertig jaar de ex-politieke gevangenen eindelijk worden gerehabiliteerd. Advocaat Reksoprodjo vocht voor zijn belangengroep tot aan de Hoge Raad en won. De hoogste rechter van het land heeft nu in een brief aan president Megawati en het parlement gevraagd om de grondlegger van Indonesie, Soekarno eerherstel te geven. En met hem alle alle ex-politieke gevangenen. De kwestie staat deze week op de agenda van de jaarlijkse zitting van het hoogste hoogste volksorgaan, de MPR.

Het parlement heeft al laten weten achter eerherstel van de hele groep ex-gedetineerden te staan. Maar het proces kan veel eenvoudiger. Megawati Soekarnoputri kan als president een decreet uitvaardigen. "We willen verzoening'', zegt de advocaat van de gedupeerden. ,,Ze moet dit doen, niet alleen als dochter van de vader des vaderlands Soekarno. Maar ook als president. Het is haar plicht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden