Ex-dictator Tsjaad onder dwang voor bijzonder hof

Hissène Habré voor aanvang van zijn eerste procesdag.Beeld epa

Onder dwang kwam hij de rechtszaal in en onder dwang ging hij er weer uit. "Weg met het imperialisme!", riep Hissène Habré (72), de ex-dictator van het West-Afrikaanse Tsjaad terwijl hij gisteren de zaal in werd geëscorteerd door beveiligers voor de eerste dag van het historische proces tegen hem in de Senegalese hoofdstad Dakar.

Bij zijn entree veroorzaakten de aanhangers van Habré commotie. Meteen werd Habré door beveiligers omringd en weggeleid. Habré en zijn advocaten noemen het proces oneerlijk en politiek gemotiveerd. "Dit is een farce door verrotte Senegalese politici. Afrikaanse verraders! Dienaars van de Verenigde Staten!", riep de voormalig dictator.

Die laatste opmerking is nogal ironisch; Habré, die terecht staat wegens oorlogsmisdaden, marteling en standrechtelijke executies op 40.000 politieke tegenstanders en bepaalde etnische groepen, kreeg in de acht jaar dat hij regeerde volop steun van de Verenigde Staten en Frankrijk, de voormalig kolonisator van Tsjaad. Volgens velen had zijn politieke politie, de DDS, de Tsjadiërs nooit zo kunnen terroriseren zonder middelen van buitenaf.

Terreur
In de pas verschenen documentaire Talking about Rose (originele titel: 'Parler de Rose') doen slachtoffers van Habré en zijn DDS gruwelijke getuigenissen over die terreur. De documentaire, verteld door de Franse actrice Juliette Binoche, is gebaseerd op het leven en de dood van Rose Lokissim, een vrouw die haar gevangenschap gebruikte om geheime boodschappen over medegevangenen aan hun familieleden door te geven. Ze moest het in 1986 met de dood bekopen.

Haar relaas viste de Canadees Reed Brody van Human Rights Watch in 2001 met een onderzoeksteam uit duizenden documenten op de vloer van een verlaten politiebureau in de Tsjadische hoofdstad N'Djamena. Verslagen van verhoren, rapporten van mensen die stierven in de gevangenis. Brody trof namen aan van 13.000 mensen die waren gemarteld of gearresteerd zonder aanklacht.

Strijd voor gerechtigheid
"We hebben het over één van de best gedocumenteerde oorlogsmisdaden in Afrika," zei Brody zondag vanuit de Senegalese hoofdstad Dakar, waar honderd Tsjadiërs gisteren het begin van een decennialange strijd voor gerechtigheid hoopten te aanschouwen. "De documenten wijzen richting Habré. De DDS moest constant rechtstreeks aan hem rapporteren."

Demonstranten in de rechtszaal die een eerlijk proces eisen.Beeld EPA
Gevangenisbewakers in de rechtszaal die Habré proberen te beschermen van fotografen.Beeld afp

Dat de in het wit geklede Habré gisteren zo van zich liet horen was een verrassing. Het was nog maar de vraag of hij überhaupt zou verschijnen, laat staan of hij iets zou zeggen. In de lange opmaat naar deze eerste procesdag - er zijn meerdere rechtsgangen aan voorafgegaan - hield de ex-dictator zijn lippen ook stijf op elkaar. Zijn advocaten hameren erop dat Habré gedwongen wordt mee te werken en dat het proces een wraakactie is van Idris Déby, Tsjaads huidige president die hem in 1990 verdreef.

Luxeleven
Dat hij meteen al op de eerste de zittingsdag, het resultaat van jaren juridische strijd door duizenden van zijn slachtoffers, verklaarde het bijzondere hof dat hem berecht niet te erkennen, leidde tot zoveel beroering bij zijn tegenstanders dat hij al snel weer de zaal uit gehaald werd. De zitting werd eerst geschorst en ging daarna verder zonder hem.

Habré wordt berecht bij de Buitengewone Afrikaanse Kamer (Extraordinary African Chambers) in Dakar, het eerste grensoverschrijdende Afrikaanse hof opgezet door de Senegalese autoriteiten, in overeenstemming met de Afrikaanse Unie. De ex-dictator vluchtte na zijn afzetting in 1990 naar Senegal, waar hij in vrijheid een luxeleven leidde en daarna onder semi-huisarrest stond.

De EAC wordt al hoopvol beschreven als de Afrikaanse tegenhanger van het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC). Dat wordt door steeds meer Afrikaanse leiders afgeschilderd als neokoloniaal, omdat het enkel Afrikanen heeft aangeklaagd. Dus is er steeds minder medewerking op het continent met het ICC en zelfs sprake van sabotage.

Wie is Hissène Habré?

"De wreedste door de Verenigde Staten gesteunde dictator waar u nooit van heeft gehoord", zo omschrijft Reed Brody de Tsjadische ex-dictator Hissène Habré die in 1942 in de woestijn van noordoost-Tsjaad werd geboren. Nadat hij met een regeringsbeurs had gestudeerd aan de Sorbonne in Parijs, werd hij naar Libië gestuurd om een Tsjadische rebellenbeweging aldaar te bestrijden.

In plaats daarvan voegde hij zich bij ze en greep in 1982 de macht in Tsjaad. Met hulp van de VS en Frankrijk, die graag een krachtig figuur in de regio zagen tegen de Libische leider Moamar Kadafi, bleef hij in het zadel. Kadafi had begin jaren tachtig meerder malen delen van Noord-Tsjaad, dat aan Libië grenst, ingenomen. Habré kreeg hem dankzij de buitenlandse steun weg. Na zijn val in 1990 vluchtte hij naar Senegal.

Straffeloosheid politieke leiders
Dat hij daar jarenlang een relatief onbezorgd leven heeft kunnen leiden staat voor veel Afrikanen symbool voor de straffeloosheid van politieke leiders op het continent. Onder de voormalige Senegalese president, Abdoulaye Wade, was er nog weinig animo om Habré te berechten.

Ook niet nadat hij in 2008 bij verstek in Tsjaad de doodstraf opgelegd kreeg. Het feit dat Habré's advocaat één van Wade's juridische adviseurs was hielp ook niet. Nadat Macky Sall in 2012 aan de macht kwam in Senegal werd daar wel vaart mee gemaakt. In 2013 werd hij door de Senegalese politie gearresteerd. Deze week verschijnt hij voor de rechter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden