Ex-bontkoning: 'Kunst is gewoon leuker dan mode' Kunst moet lekker zijn, niet te filosofisch ''

Zeven jaar geleden deed Lex Daniëls rigoureus zijn kledingbusiness aan de kant en opende een galerie in de Amsterdamse binnenstad. Deze zomer is een expositie te zien, waarvoor Daniëls meer dan honderdtwintig kunstwerken uit heel Europa naar een plantsoen in Amsterdam Zuid haalde. “En ga nou niet zo'n verhaal maken 'van bontkoning tot kunstpaus', want zo voel ik het absoluut niet. Kunst is gewoon leuker dan mode.

Lex Daniëls is - samen met zijn vrouw - het kleine middelpunt van een groots opgezette beeldenverzameling op en rond de Apollolaan in Amsterdam: Biennale Skulpture '94. Gewapend met een draagbare telefoon beheerst hij het slagveld, waarop tientallen beelden op de vierkante meter met elkaar zullen concurreren in hoogte, schoonheid, uitdagendheid en bekendheid. In totaal hebben zo'n tachtig kunstenaars beelden geleverd, waaronder bekendheden als Karel Appel, Nic Jonk, Kees Verkade, Charlotte van Pallandt, Pierre Lumey, Arman en Fernando Botero.

“Hallo, met Lex. Dat beeld van Robert Indiana is net aangekomen, maar het staat nog in kisten. Wie komt ze even openmaken?”

Terwijl zijn aandacht uitgaat naar honderdeneen details tegelijk, blijft Daniëls opmerkelijk rustig. Geen paniek, geen stemverheffing. 'Cool' zou het juiste woord zijn, als hij niet zo duidelijk liep te genieten van alles wat er om hem heen verrijst. Nu en dan komt echtgenote Ria verslag uitbrengen: “Ik heb net Chadwick daar op die hoek geplaatst, oh zo prachtig. Zoals het daar staat met die wapperende haren . . . ik ben d'r helemaal verliefd op.”

Ria Daniëls heeft samen met haar zoon Alex, zojuist toegelaten tot de Rietveldacademie, voor de inrichting van de beeldenroute gezorgd. Alex maakte een maquette, compleet met boompjes en bankjes, en samen hebben moeder en zoon gepuzzeld en gekibbeld over welk beeld waar moet komen te staan. “Ik heb een goed visueel inzicht”, verklaart Ria. “Het is net als met de inrichting van onze etalages vroeger, ik weet precies hoe ik het hebben wil.”

Plantsoen

“Eigenlijk hebben we de hele tentoonstelling met zijn drieën gedaan”, zegt Daniëls. “Het idee ontstond twee jaar geleden, toen onze vriend Roberto Payer, directeur van het Hilton hotel, tegen ons zei: 'Als je een beeld niet kwijt kunt in de galerie, zet het dan gerust hier neer.' Toen we dat een keer hadden gedaan, bedachten we hoe leuk het zou zijn om hier een heleboel beelden bij elkaar te brengen. Binnen, maar ook buiten in de tuin en voor de deur in het plantsoen. Een dag later zijn we begonnen. Sponsors gezocht, kunstenaars en galeries benaderd, et voilà . . .”

“Hallo, met Lex. Die pomp in de fontein van Nikki de Saint Phalle doet het nog steeds niet. Daar moet nu echt iemand naar komen kijken.”

Er kan na afloop van expositie gekocht worden, op deze Amsterdamse Biënnale aan de Apollolaan. “Maar”, zoals Daniëls zegt, “er zullen geen agressieve prijslijsten bij de balie liggen. Wie belangstelling heeft, kan bij ons informeren.” De opbrengst wordt gebruikt om het evenement over twee jaar te herhalen en wat eventueel resteert, komt ten goede aan de Stichting Kindergeneeskunde Kankeronderzoek en aan de Stichting Doe een Wens.

Een week voor de opening arriveren de beelden voor de beeldenroute met vrachtwagens tegelijk. Een groot aantal komt van Galerie Hüsstege uit Den Bosch en van Marisa del Re in Monaco. Met behulp van hoogwerkers worden sommige beelden op hun sokkels gehesen. Andere moeten half in de grond worden gegraven, en er zijn ook kunstwerken die ter plekke nog moeten worden gerealiseerd. Zoals op het inmiddels omheinde grasperk, waar kunstenaarscollectief Seymour Likely kunstig een glasbak leegstrooide in de vorm van een ban-de-bomteken.

Daniëls: “Sommige mensen vinden dat we de beelden meer uit elkaar hadden moeten zetten, maar ik vind dit leuk. Lekker overzichtelijk. Mensen hoeven geen kilometers te lopen. Alles staat door elkaar: Cobra, nouveau realisten, figuratief, abstract. Ook voor kinderen is dat ideaal. Scholieren komen hier nu al om beelden na te tekenen, dat is toch enig. Volgende week ga ik een groep blinden rondleiden, die komen beelden vóelen.”

Daniëls' visie op kunst is duidelijk: “Ik bepaal niet wat mooi is. En dat doet ook Rudi Fuchs op het Museumplein niet, of wie dan ook. Dat bepaalt ieder voor zichzelf. Daarom zeg ik: 'Ik ben geen kunstpaus.' Ik heb een kunsthandel en een galerie, en in voel me een soort makelaar tussen kunstenaars en publiek. Dat betekent niet dat ik voorspellingen doe over de waarde van schilderijen in de toekomst. Als mensen me dat vragen zeg ik altijd: 'Dat weet ik niet.' Ik weet alleen: dit is werk van een goede kunstenaar en de prijs is niet te duur.”

Niet elitair

Volgens Daniëls moeten kunstwerken niet te filosofisch zijn. Ook niet elitair. “Kunst moet gewoon lekker zijn”, zegt hij. “De beelden die ik hierheen heb gehaald zijn stuk voor stuk lèkkere beelden. Misschien vind je ze niet allemaal even mooi, maar dat hoeft ook niet. Er is zoveel, voor iedereen zit er wel wat bij.”

De smaak van kunst werd Daniëls niet van huis uit meegegeven. “Er hing bij ons alleen een schilderijtje van Sal Meijer aan de wand. Zo'n landschapje met avondrood, weet je wel. Zo'n lullig dingetje. Mijn ouders hadden geen enkele interesse voor kunst. Wat hen betreft zou ik bontwerker worden, net als mijn vader. Ik heb dat vak inderdaad geleerd, maar wist al snel dat ik dàt mijn hele leven niet zou blijven doen. Via het bontvak kwam ik in de mode, en daardoor ben ik weer met kunstenaars en met kunst in aanraking gekomen. Karel Appel bijvoorbeeld, kwam bij ons in de zaak en ruilde dan een schilderijtje tegen een leren broek. Zo kwam ik ook aan werk van Jan Sierhuis en Anton Rooskens. In die tijd was ik helemaal niet professioneel aan het collectioneren, hoor. Ik vond het gewoon leuk. Ik ging naar musea. Het interesseerde me, ook wat de dingen kostten.”

Ria Daniëls: “Ach ja, toen was Cobra nog te betalen. Ik weet nog dat ik een Rooskens voor je kocht voor twaalfhonderd gulden. Weet je nog schat, dat je daar zo blij mee was? We haalden ook schilderijen via de kunstuitleen in huis, en als we het mooi vonden, dan kochten we het.”

Lex: “Onze kinderen zijn dus wel met kunst opgevoed. Mijn dochter kende, toen ze vier was, het verschil tussen een Lucebert en een Appel. Afijn, op een goed moment hebben we een punt gezet achter de confectie. In bont en leer zat al jaren geen handel meer - ik kan me nog herinneren dat er alleen al in de P. C. Hooftstraat zes, zeven bontwinkels zaten. En wat mode betreft, daar waren we een beetje uitgekeken. Eigenlijk hielden we ons veel liever met kunst bezig. Doordat we door de jaren heen allerlei contacten in de kunstwereld hadden opgedaan, besloten we uiteindelijk een galerie èn een kunsthandel te openen. Strikt gescheiden, maar met dezelfde naam: Reflex. In de winkel hangen goedkopere dingen in grote oplage. Grafiek van Corneille bijvoorbeeld. Dat vind iedereen mooi, want het is kleurrijk en bekend. Corneille is daardoor meer een soort logootje geworden, net als Omo. Het echte artistieke werk hangt bij ons aan de overkant, in de galerie. Daar koop je voor zestienhonderd gulden bijvoorbeeld een originele oliepastel van een kunstenaar als O. C. Hooymeijer. Minder bekend, maar dan heb je wel een origineel kunstwerk.”

Lager tempo

Terug naar de Biënnale Skulptuur '94, die gistermiddag officieel werd geopend en te zien is tot eind september. Hoewel het tempo bij de Stadsdeelraad Zuid af en toe iets lager ligt dan in Huize Daniëls, verliep de samenwerking met de gemeente over het algemeen soepel. Er is wel het nodige heen en weer getelefoneerd.

“Neem nou dit”, wijst Daniëls op een lege sokkel. “Hier moet een beeld worden onthuld door wethouder Bakker. Hier stond vroeger een beeld van Jan Havermans, maar dat is gestolen. Nu willen wij de Stadsdeelraad Zuid, voor deze plek, een nieuw beeld schenken van de kunstenaar Arman. Dat beeld heet, heel toepasselijk, Apollo. De stadsdeelraad was er reuzeblij mee, maar op de vraag of ze dan wel zelf voor een nieuwe sokkel konden zorgen, kreeg ik maar geen antwoord.” Daniëls wijst nogmaals: “Dit hier is toch gewoon een vieze oude sokkel, vol grafitti en mos. Zeg nou zelf, daar zet je toch geen beeld van een wereldberoemde kunstenaar op. Ik werd bij de gemeente van de een naar de ander gestuurd, en uiteindelijk konden ze mij niet garanderen dat een nieuwe sokkel op tijd klaar zou zijn. Toen heb ik een relatie van me gebeld. Die stuurt onmiddellijk zijn zoon. En zegt: volgende week is het gepiept. Nu alleen nog die pomp van Nikki de Saint Phalle.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden