Ex-arts Festina bepleit legalisering van Epo

In het najaar buigt de Franse rechterlijke macht zich over de dopingaffaire Festina, die in de zomer van 1998 de Tour de France op zijn kop zette. Eén van de hoofdpersonen, Eric Rijckaert, denkt dat die procesfase niet meer voor hem 'bestemd' is.

Johan Woldendorp

Bij de Belgische sportarts werd in de laatste fase van zijn drie maanden durende gevangenschap longkanker ontdekt. De gevangenisarts oordeelde het niet nodig zijn collega te behandelen. Inmiddels heeft het gezwel zich ook vertakt naar de hersenen. Tussen alle chemokuren door schreef Rijckaert een boek ('De zaak Festina') dat hij als een soort testament zal nalaten.

Gisteren presenteerde de doodzieke, door haaruitval en een opgezwollen gezicht onherkenbare medicus zijn 'recht op antwoord'. De interviewsessies moeten met grote regelmaat worden onderbroken voor een rustpauze. De stem is fluweelzacht, maar klinkt strijdbaar. Hij dient geen aanklacht in, Rijckaert is vooral filosofisch. Vanuit die leer wil hij ook dat er een debat wordt gevoerd over het gebruik van verboden en legitieme stimulerende middelen, die in het medische jargon trouwens algauw herstelproducten heten.

Rijckaert werd met de gewezen ploegleider Roussel als de kwade genius achter het dopingnetwerk bij Festina gezien, de door een ontslagen werknemer verraden verzorger Willy Voet (in wiens auto op weg naar de Tourstart in Dublin een grote hoeveelheid Epo, groeihormonen en anabole steroïden werd aangetroffen) als niet meer dan een beklagenswaardige boodschapper.

Rijckaert is zich nauwelijks van enige kwaad bewust. Hij zat gevangen in het web van de hypocrisie. Hij had er eigenlijk in het jaar voor het schandaal al uit willen stappen. Jaren achtereen had hij kruistochten proberen te voeren, maar iedere keer werkte de ijdelheid verlammend. Hij had veel vrienden in de wielersport en dacht de renners naar eer en geweten te kunnen helpen. ,,Ik was als sportarts een idealist en Don Quichot tegelijk, een naïveling, verwaand. Ik maakte deel uit van een socio-economisch systeem, waarin een sporter die te koop is, moet waarmaken waarom hij te koop is. Dat socio-economische systeem wordt gevormd door alle grote organen, het IOC, de UCI en alle andere grote sportbonden.'

Dat systeem schrijft voor dat een wielrenner in de Tour de France over de kling wordt gejaagd en door chronische vermoeidheid opgebrand dreigt te raken, als de medische wetenschap niet het recht krijgt in te grijpen. ,,Men loopt toch ook niet op twintig achtereenvolgende dagen een marathon? Want dat is vergelijkbaar met het rijden van de Tour. Binnen het kader van de sportgeneeskunde ben ik daarom voorstander van Epo-gebruik tot het hematocrietniveau van 48 à 50. Hebben wij als mens het recht om sporters producten te ontnemen die niet schadelijk zijn voor de gezondheid? Daarover wil ik het debat voeren.'

Rijckaert, die ongeveer een kwart eeuw werkzaam is geweest in de wielersport en zich in de beginperiode moest laten welgevallen dat soigneurs zich met de medische 'begeleiding' bezig hielden, pleit er voor dat iedere sportarts een doosje met Epo bij zich draagt waarmee hij het Tourleven van een uitgeputte coureur kan rekken. Daar ligt wat hem betreft ook de grens. Wanneer een wielrenner om kunstmatige hemaglobine, PFC, een ander, nog veel gevaarlijker groeihormoon IGH1 of cortico steroïden vroeg, gaf hij naar eigen zeggen niet thuis. O ironie, voor de bestrijding van kanker kreeg Rijckaert dagelijkse doses tot duizend milligram cortisonen toegediend. Hij lacht erom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden