Evenwicht tussen passie en rede

Hij voelde er in 1993 weinig voor om minister te worden. Toen de koningin hem vroeg, moest hij wel ja zeggen. In anderhalf jaar maakte Peter Kooijmans een onuitwisbare indruk.

Peter Kooijmans beschikte over een exceptionele vaardigheid. Hij kon met beide handen gelijktijdig en in hetzelfde tempo schrijven. Maar dat was nog niet alles. De handen produceerden hetzelfde schrift, met dit ene verschil dat het schrift van de linkerhand spiegelbeeldig was aan dat van de rechter. Met een grijns demonstreerde hij deze kunst eens tijdens een vraaggesprek dat mijn collega Leonoor Meijer en ik met hem voerden in 1994, vlak voor het einde van zijn kortstondige ministerschap van buitenlandse zaken in het derde kabinet-Lubbers.

Niet van elke politicus kun je zeggen dat zijn rechterhand precies weet wat de linker doet, maar van de gisteren op 79-jarige leeftijd overleden Pieter Hendrik Kooijmans kon dat wel, ook in overdrachtelijke zin. Zijn leven en werk als hoogleraar, politicus, internationaal diplomaat en rechter getuigen van een buitengewoon evenwicht tussen passie en rede, engagement en realisme.

Toch lukte het de toenmalige Chinese ambassadeur in Nederland een keer hem in verlegenheid te brengen. Dat was in de tijd dat Kooijmans staatssecretaris van buitenlandse zaken was in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Tijdens een dinertje sprak de Chinees zijn verbazing uit over de roep vanuit de Tweede Kamer de Vietcong, het Vietnamese bevrijdingsfront, te erkennen. Loopt alles bij u in Europa zo feilloos, vroeg hij zijn tafelgenoot, dat u zich alleen zorgen hoeft te maken over de gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld? Kooijmans erkende twintig jaar later dat hij op die subtiele spot geen antwoord had gehad.

Realisme in de buitenlandse politiek kan gemakkelijk doorslaan in cynisme, maar dat is bij de gereformeerde Kooijmans nimmer gebeurd. Hij bespeurde in de wereld ondanks gruwelijke terugslagen, zoals de moordpartijen in Rwanda en Bosnië in de jaren negentig, toch vooruitgang in de bewustwording van de mensenrechten. Een tweede sterke drijfveer om afzijdigheid ver van zich te houden was "dat je je erf niet schoon kunt houden als het elders een rotzooitje is". In het vraaggesprek met Trouw in 1994 zei hij: "Huisje-boompje-beestje is, in mijn heilige overtuiging, zelfbedrog".

Martelen en folteren beschouwde hij als uitingen van primitief denken. Hij kon daarover met bijna ironische afstandelijkheid over praten: "Die ruwe manier van met elkaar omgaan in landen waar gemarteld wordt, is voor een deel onhandigheid die kan worden afgeleerd". Maar over zijn fundamentele standpunt liet hij geen twijfel: "Foltering is de misdadige vernietiging van de menselijke persoonlijkheid, die door geen enkele ideologie of hoger belang kan worden gerechtvaardigd".

Kooijmans sprak met gezag hierover. Tussen 1985 en 1992 was hij voor de Verenigde Naties rapporteur over martelingen in de wereld. Hij omschreef die praktijken als 'de pest van deze eeuw' en toonde zich niet onder de indruk als hij met zijn rapportages een regime aan de kaak stelde. Zijn reactie hierop was dat hij een 'geïnstitutionaliseerde bemoeial' was, een 'gemachtigd pottenkijker'. Hij presenteerde zijn bevindingen ook doelbewust onverbloemd. "We moeten doorgaan met het schaamteloos uitbuiten van politieke schaamte. Alleen dat kan leiden tot verbetering. Elk land vindt het erg aan de schandpaal te worden genageld", zei hij in die periode. Een Russisch diplomaat wierp Kooijmans ooit na een kritisch rapport voor de voeten: "Het paard van de Nederlandse verontwaardiging draaft weer over de aardbol".

In politieke zin behoorde Kooijmans, die in de jaren een van de organisatoren was van de eerste grote Vietnam-demonstraties in Amsterdam, tot de school-Van der Stoel: realistisch, maar onbeschroomd in het benoemen van wat er mis is, consistent en niet bang. Het was geen toeval dat politici van 'het opgestoken vingertje' als de sociaal-democraten Van der Stoel en Pronk en de christen-democraat Kooijmans op belangrijke internationale posities terechtkwamen, die alles te maken hadden met het bewaken en verdedigen van mensenrechten.

Na zijn korte ministerschap, als vervanger van Hans van den Broek die in 1993 tussentijds naar de Europese Commissie vertrok, was er zelfs in de paarse partijen spijt dat Kooijmans alweer moest aftreden. De volkenrechtspecialist had vanwege zijn verdiensten op het internationale toneel, zijn openhartigheid en deskundigheid, alom een groot gezag. Maar hij stond niet op het lijstje ministerskandidaten dat de toenmalige CDA-aanvoerder Elco Brinkman in de zomer van 1994 in zijn binnenzak meevoerde. Het lijstje hoefde nooit te worden geactiveerd, maar dat Kooijmans er op ontbrak was niet Brinkmans enige vergissing.

Toen Lubbers hem in 1993 vroeg de post van buitenlandse zaken van Van den Broek over te nemen, aarzelde Kooijmans aanvankelijk sterk. Wat hem over de streep trok, was dat koningin Beatrix hem persoonlijk verzocht de overstap van de universiteit naar Den Haag te maken. Hij maakte zich de functie verbazingwekkend snel eigen, door zijn ervaring in het internationale circuit, maar ook omdat hij zo goed wist wat hij wilde. Net als na zijn staatssecretariaat keerde hij naderhand weer naar de universiteit terug. Enkele jaren later werd hij benoemd tot rechter van het Internationaal gerechtshof in Den Haag. In 2007 werd hij benoemd tot minister van staat, een erefunctie, waarvoor kandidaten volgens min of meer publiek geheim beurtelings door de koningin en de premier naarvoren worden geschoven.

Hoewel hij de smaak van het ministerschap Den Haag een beetje te pakken had gekregen, voelde Kooijmans vooraf de bui al hangen: "Ik behoor tot het overtollige AR-goed", zei hij kort na de verkiezingen in deze krant. Dat sloeg op de overbedeling van protestanten in het laatste kabinet-Lubbers, maar het was zonneklaar dat hij politiek gezien niet in de ploeg van Brinkman paste. Hij droeg toch te veel de geur van het door christen-democraten zo verfoeide kabinet-Den Uyl mee, dat een buitenlandse politiek voerde onder het motto 'Nederland gidsland'.

Op de rechterflank van het politieke krachtenveld is daar veelvuldig over gesmaald, maar Kooijmans gaf daar beheerst maar vol overtuiging een vorm aan die toch werd gepikt en tevens indruk maakte. Kooijmans is in politiek Den Haag een passant gebleven, maar wel een passant die onuitwisbare sporen naliet, waaronder de belangrijke boodschap dat je ondanks de smalle marges in de politiek niet te benauwd moet zijn. Kooijmans had nog een eigenaardigheid waarover hij openhartig was. 's Nachts voordat hij in bed kroop, ging hij een half uur in het donker zitten om de dag op zich te laten inwerken. "Het is een kwestie van afkicken, anders slaap ik niet. Maar ik vind het ook prettig de balans van de dag op te maken".

Internationaal erkend deskundige in volkerenrecht
Pieter Hendrik (Peter) Kooijmans studeerde economie en rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij promoveerde in het staatsrecht.

Als gereformeerde was zijn partij de ARP, die later opging in het CDA. In de partij bekleedde hij diverse functies, zowel in Nederland als Europa.

Zijn wetenschappelijke carrière leverde hem vier hoogleraarschappen op, in het internationaal en Europees recht aan de VU ('65-'73) en in het volkerenrecht aan de Universiteit Leiden. ('78-'92 en '95-'97).

Tweemaal maakte hij deel uit van het kabinet. In het kabinet-Den Uyl was hij staatssecretaris van buitenlandsezaken ('73-'77), en in 1993 volgde hij een jaar lang Hans van den Broek op als minister (BuZa), toen die eurocommissaris in Brussel werd.

Vereerd was Kooijmans met zijn benoeming tot rechteraan het Internationale Gerechtshof van de Verenigde Naties in 1997. Eerder was hij al rapporteur van de mensenrechten voor de VN.

Koningin Beatrix decoreerde hem in 2006 met de zeer zelden gebruikte Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau. Een jaar later werd hij benoemd tot Minister van Staat.

De Universiteit Leiden heeft een Pieter Kooijmans leerstoelvoor vraagstukken rond vrede, recht, veiligheid en diplomatie, sinds 2009 bezet door Jaap De Hoop-Scheffer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden