Review

’Even waande ik mij in de hemel’

In een unieke cd-box verzamelde Trouw de allermooiste geloofsontboezemingen die componisten in vier eeuwen aan het partituurpapier toevertrouwden. Magnificats, Te Deums en Gloria’s van Bach tot Stravinsky in prachtige uitvoeringen.

Het acht minuten durende Magnificat van de Venetiaan Giovanni Antonio Rigatti is het onbekendste stuk in deze unieke cd-verzameling lofprijzingen op God. Trouwens, niet alleen de verrassend mooie compositie uit 1640 is een rariteit, ook de componist zelf – een tijdgenoot van Claudio Monteverdi – behoort niet tot degenen wiens naam automatisch in muziekencyclopedieën is terug te vinden.

Er is nog zo’n werk in deze cd-box waarnaar men in standaard naslagwerken over muziek (nog) vergeefs zal zoeken: het Gloria van Georg Friedrich Hündel. Dat komt omdat dit aanstekelijke Hündel-kwartiertje pas enkele jaren geleden bij toeval werd herontdekt. In deze collectie is Hündels Gloria in Bes dus eigenlijk het ’nieuwste’ werk, maar in een iets andere betekenis van het woord ’nieuw’ komt dan natuurlijk Arvo Pürts Te Deum meer in aanmerking. Pürt schreef zijn hypnotiserende en diepdoorvoelde muziek in 1985.

Magnificat, Te Deum en Gloria: de teksten leverden een baaierd aan prachtige composities op.

De tekst van het Magnificat leende zich uitstekend voor barokke zettingen, waarin woordschilderingen belangrijk werden. Componisten leefden zich uit op expressieve woorden als ’exultavit’, ’deposuit’, ’humilitatem’ en ’dispersit’. De eerste lettergreep van Magnificat (of je het nu op zijn Latijns/Italiaans uitspreekt of op zijn Duits) leent zich bijzonder voor jubelend versier- en coloratuurwerk. Datzelfde geldt overigens voor het woord ’Gloria’; ook op de o-klank, die een extra zwieper krijgt door de lekker bekkende gl-medeklinkers, is het goed jubelen.

Denk aan misschien wel het beroemdste Magnificat uit de literatuur – dat van Johann Sebastian Bach – en je hoort meteen het haast over elkaar heen buitelen van die beroemde beginmaten; de pure vreugde die uit de coloraturen op de lettergreep ’Ma’ spreekt, is daarna door niemand meer geëvenaard. Misschien alleen door Bachs zoon Carl Phillip Emmanuel, maar zijn minder bekende zetting van het Magnificat klinkt sowieso erg geïnspireerd door dat van zijn vader. Een ander belangrijk Magnificat uit deze tijd is dat van Heinrich Schütz, dat in zijn veelkorigheid schatplichtig is aan de muziek die Giovanni Gabrieli voor de San Marco in Venetië schreef.

In de periode na de Barok raakte het Magnificat als compositie wat op de achtergrond, ten faveure van het Te Deum, waarvan er juist weer heel veel werden geschreven, vaak als lofgezang ter viering van een overwinning op het slagveld. In die laatste categorie is het ’Utrecht Te Deum’ van Hündel misschien wel het sprekendste voorbeeld. Zoals de naam al aangeeft, schreef Hündel zijn politieke partituur, want dat was het, ter viering van de Vrede van Utrecht in 1713. Met dat verdrag kwam een einde aan de Spaanse Successieoorlog en kreeg Groot-Brittannië het gezag over Gibraltar – een afspraak die nog steeds standhoudt.

In Frankrijk was het Marc-Antoine Charpentier die het Te Deum op de kaart zette. Zijn prachtige werk uit 1690 was vooral bekend door de instrumentale prélude, ooit gekozen als herkenningstune van de Eurovisie-uitzendingen op televisie. Charpentier was een totaal onbekende componist totdat in de authentieke barokgolf van de jaren tachtig zijn muziek door mensen als William Christie met groot succes uitgevoerd ging worden. De muziek die na die bekende prélude in het Te Deum kwam, bleek van grote schoonheid te zijn. Haydn, Mozart en ook Verdi maakten kleinschaliger Te Deums, maar Berlioz zou Berlioz niet zijn als zijn Te Deum (geschreven voor de Parijse Wereldtentoonstelling van 1855) niet in de categorie groot, groter, grootst zou passen. In meerdere opzichten is Berlioz’ partituur geweldig. Net als het Te Deum van Anton Bruckner uit 1885 trouwens. Euforische, stralende muziek waarvan de componist zelf ooit na een uitvoering tegen de dirigent zei: „Graag nog een keer; even waande ik mij in de hemel.”

Het Gloria werd vooral in Italië door veel componisten op feestelijke muziek gezet. Dat in D-groot van Antonio Vivaldi (ook nog niet eens zo lang aan de vergetelheid ontrukt) is bijzonder populair, en terecht. Latere landgenoten van Vivaldi, net als hem voornamelijk operacomponisten, gebruikten de vorm van een Messa di Gloria, een mis waarin alleen het Gloria op muziek werd gezet, of waarin het Gloria het voornaamste bestanddeel was. Gioachino Rossini en Giacomo Puccini maakten allebei zo’n Messa di Gloria en allebei kregen ze uit religieuze hoek buiten Italië het verwijt dat hun muziek te theatraal, te opera-achtig was. Dat hun muziek in de oren van noorderlingen wat al te uitbundig klinkt, neemt niet weg dat Rossini en Puccini met hele integere gevoelens hun partituren maakten.

Een wat ingetogener en met diepe katholieke gevoelens gemaakt Gloria is dat van Francis Poulenc, dat sinds de eerste uitvoering in Boston in 1961 grote populariteit verwierf. De beroemde dirigent Sergei Koussevitsky bestelde het Gloria bij Poulenc en híj was het ook die aan Igor Stravinsky de opdracht gaf tot het componeren van diens ’Psalmensymfonie’. Dat bijzondere werk ging overigens in het Brusselse Palais des Beaux Arts op 13 december 1930 in wereldpremière, zes dagen later gevolgd door de uitvoering in Boston. Misschien in deze context een wat vreemde eend in de bijt, maar het slotdeel ’Alleluia, laudate Dominum’ maakt duidelijk dat ook Stravinsky een lofzang van grote religieuze overgave schreef.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden