Even vlug-vlug voor iemand zorgen, dat kan niet meer

Ouderenzorg Bewoners van een verpleeghuis hebben steeds vaker complexe zorg nodig. Waarom lukt het veel verpleeghuizen niet om die te geven?

Het zijn de laatste dagen van Lien Bontrop (80). Ze ligt in een bed op de afdeling Queekhoven van het Utrechtse verpleeghuis Rosendael. Eten en drinken doet ze nauwelijks meer. Twee weken geleden at ze nog een bitterbal op haar verjaardag, die ze vierde met haar kinderen, kleinkinderen én achterkleinkinderen.

Dat was een mijlpaal, vertelt haar zoon Ferry (56). De verjaardag hield haar op de been sinds ze een klein jaar geleden in Rosendael werd opgenomen. "Elke keer als we er waren, vroegen we: Wie wil je uitnodigen voor je tachtigste verjaardag? Dan lieten we alle dierbaren de revue passeren: komt die, en die? Ze keek ernaar uit."

Nu is het feest voorbij en glijdt ze langzaam het leven uit. Soms voelt ze zich akelig, dan klinken haar jammerklachten door de gang. Mevrouw Bontrop heeft dementie en epilepsie; ze krijgt geregeld een insult, een epileptische aanval. Soms is ze wakker en maakt ze contact met de verpleegkundige of de dierbare aan haar bed. "Die momenten koester je", zegt Ferry, die haar vaak bezoekt.

Hij is tevreden over de zorg voor zijn moeder in Rosendael, zeker nu ze een eigen kamer heeft gekregen. "Dat hebben we zeer op prijs gesteld." Afscheid nemen, innige momenten met je moeder delen; in een tweepersoonskamer te midden van vreemden is dat ongemakkelijk.

Deze betrokken zoon zag ook dat het soms wringt op de afdeling, waar 34 ouderen met dementie én psychiatrische problemen wonen. "Je merkt dat de verpleegkundigen hier echt op hun tenen moeten lopen. Het is te veel. Als ze wat langer met mijn moeder bezig waren, gingen ze hollend naar de volgende patiënt. Het is rennen en vliegen en dan is de vraag: krijgt elke patiënt wel de juiste aandacht?"

Hospice

Het verpleeghuis begint op een hospice te lijken, zei de inspecteur voor de verpleegzorg aan het begin van deze week. Ouderen blijven langer thuis wonen, dat wil de overheid en dat willen ze zelf vaak ook. Pas als het écht niet langer gaat, als ze zo ziek zijn dat de thuiszorg, de wijkverpleging en de mantelzorgers het niet meer aan kunnen, belanden ze in een verpleeghuis. Met een 'complexe zorgvraag' zoals het heet.

Wat houdt die 'complexe zorg' precies in? Waarom lukt het veel verpleeghuizen niet om die te geven? Wat maakt dat de zorg in één op de drie huizen die de inspectie onderzocht, onder de maat blijft?

Trouw probeerde deze vragen te beantwoorden vanuit Rosendael in de achterstandswijk Overvecht. De keuze voor dit grootste verpleeghuis van Utrecht was een praktische: het staat midden in een grote stad, het is een oud huis dat al heel wat trends in de ouderenzorg heeft meegemaakt.

Rosendael staat niet bijzonder goed of bijzonder slecht bekend; al bleek deze week dat zorgorganisatie Careyn, waar het huis onder valt, wél op de zwarte lijst van de inspectie staat. Het personeel van Rosendael vond het prima dat er twee journalisten door het huis zwierven. "Wij hebben niks te verbergen", zei Corrie Booman, coördinator welzijn.

Afdeling Queekhoven ligt op de tweede verdieping. Wie de lift uitstapt, ziet een houten bankje met daarboven een vogelhuisje en een nepmeeuw. Aan de wanden landschapjes, veelal door bewoners geschilderd. Uit het linoleum stijgt die typische, zoete verpleeghuislucht op: een mix van schoonmaakmiddelen en ontlasting, rond etenstijd met een vleugje gebraden vlees.

Op de bank tegenover de 'zusterspost' ligt vaak een Bosnische mevrouw; zij heeft aan de oorlog een posttraumatische stressstoornis overgehouden. Andere bewoners kampen naast hun dementie met Korsakov, gedragsproblemen, een manische depressie of hallucinaties als gevolg van een urineweginfectie.

Dit zijn de mensen over wie het in de kranten en de inspectierapporten gaat: zij hebben verschillende ziektebeelden tegelijkertijd. En krijgen daar soms nog van alles bij: een trombosebeen, een longontsteking. Soms komen ze zó slecht binnen, dat het verpleeghuispersoneel zich afvraagt: hoe hebben ze het zo lang thuis gered?

Duizendpoot

Op Queekhoven worden ook studenten opgeleid. Eén van hen is Priscilla Hansen (19), tweedejaars mbo-student (verzorgende niveau 3). In de twintig weken dat ze hier stage liep, zijn drie bewoners overleden. Hun sterfbed was ook voor haar niet makkelijk. "Soms schreeuwen ze het uit van de pijn. Dat vind ik heel erg. We zijn niet opgeleid om mensen zó te zien lijden."

Dat ouderen doodgaan, was deze toegewijde studente natuurlijk wel bekend. Maar dat ze zó ziek en broos zijn, verrast haar. "Ik ging de studie volgen om ze te helpen, om spelletjes met ze te doen. Net had ik even tijd, toen ben ik gaan breien met een mevrouw. Dat vind ik leuk, dat verdienen die mensen ook."

Mooi werk is het, zegt Priscilla, al valt de werkdruk haar wel tegen. "Ik had verwacht dat we meer tijd hadden voor de mensen. Maar je moet zó veel tegelijk doen: rapporten schrijven, medicijnen ronddelen, bedden opmaken, met familie praten. Het is soms zo jammer dat je bij de mensen zelf... tekortschiet."

Soms brengt ze mevrouw Bontrop een bekertje water of een kopje thee. "Als ze niet wil drinken, dan hoeft ze niet, dat mag ze zelf beslissen. Maar voor mij is dat wel moeilijk, want ik weet: als ze niet drinkt, dan gaat ze dood."

Als Priscilla klaar is met haar studie, is ze een verzorgende niveau 3, zoals de meeste werkers in verpleeghuizen. Haar docente verpleegkunde Margreet Pasman van ROC Midden-Nederland legt uit wat 'niveau 3' betekent.

De lijst met dingen die Priscilla straks wél kan, is lang. Er staan veel verpleegtechnische handelingen op: wonden verzorgen, medicijnen delen, sondes, blaaskatheters en stoma's aanbrengen, zuurstof geven, tracheacanules (buisjes in de luchtpijp) verzorgen. "Alleen bloed prikken mogen ze niet."

Daarnaast is de verzorgende een invoelende, sociale, oplettende, handige duizendpoot met verantwoordelijkheidsgevoel, die bewoners wast, helpt, eten geeft, hun dossiers bijhoudt, overlegt met de huisarts en de familie. Doorgaans heeft ze een groot hart en een dijk van een motivatie; zo'n vrouw wil je graag aan je ziek- of sterfbed hebben.

Maar níet als je heel veel tegelijk mankeert, zegt Pasman. Want mbo'ers niveau 3 "lopen stuk op kennis, inzicht en overzicht. Ik leg elk jaar tien keer uit wat corticosteroïde is, een hormoon dat gebruikt wordt bij ontstekingen. Ze zitten me elke keer met open mond aan te kijken: waar hééft ze het over. Het verschil tussen een hypo en een hyper bij suikerziekte; ze hebben geen idee."

Vergevorderd stadium

Natuurlijk kregen ouderen vroeger ook allerlei ernstige ziektes; die zijn niet nieuw. Maar toen kwamen ze veel eerder en gezonder het verpleeghuis binnen, bijvoorbeeld met diabetes en beginnende Parkinson. "Dan groeit het team met de ziekte mee. Als het in stapjes gaat, gaat het wel goed."

Tegenwoordig heeft een bewoner al bij binnenkomst twee of drie ziektes in een vergevorderd stadium, misschien met een verwaarloosde blaasontsteking erbovenop. Welk symptoom hoort bij welk ziektebeeld? Voor een verzorgende niveau 3 is die puzzel vaak te moeilijk.

Meer hbo-verpleegkundigen in het verpleeghuis: is dat een deel van de oplossing? Zeker, maar ze zijn moeilijk uit het ziekenhuis weg te rukken, de ouderenzorg heeft hun voorkeur niet. En mbo'ers blijven ook broodnodig volgens Pasman. "Die zijn weer veel beter in de uitvoering. Het beste is een goede mix."

Uitzendkrachten

In de huiskamer van Queekhoven deelt Thea Jupijn (42) koffie uit aan acht bewoonsters. Tegelijkertijd snijdt ze een boterham met smeerkaas in kleine blokjes, vangt ze een theekop op die nét niet van tafel valt en stelt ze een mevrouw gerust die haar tas zoekt.

Dit alles met een opgewekt humeur dat in elk geval door de 81-jarige Bep van Beek enorm wordt gewaardeerd. "Ze zijn zó lief hier", zegt ze met een stralende glimlach. "Echt, ik ben zó blij. Ik moet altijd huilen en dan troosten ze me."

Jupijn is mbo verzorgende niveau 4: een stap hoger dan niveau 3, ze heeft meer theoretische bagage. Daarnaast heeft ze een schat aan praktische ervaring; ze werkt al 23 jaar in Rosendael.

De laatste jaren is haar werk erg veranderd, zegt ze tussen de bedrijven door. "Je bent meer tijd kwijt aan goede zorg. Bewoners hebben ook gedragsproblemen, ze zijn soms agressief. Even vlug-vlug, dat kan niet meer."

Daar komt bij dat ze altijd werkt met tijdelijke collega's. De basisbezetting is vijf man personeel op 34 bewoners: twee vaste krachten en drie uitzendkrachten. Niet alleen in de vakanties, maar het hele jaar door. Er zitten toppers tussen, Jupijn is ook heel blij met oud-stagiaires die vakantiewerk op de afdeling komen doen, zoals Priscilla deze zomer. "Die kennen de bewoners, dat is fijn."

Dat geldt niet voor nieuwe uitzendkrachten die vaak maar mbo-niveau 2 hebben; hun functie heet officieel 'helpende'. Hen lukt het niet om de mevrouw te wassen die altijd boos en vaak agressief is. Thea wel: "Ze is dol op haar zoon, dus vraag ik naar hem. Ze houdt ook van merkkleding, er goed uit zien. Zo leid ik haar af en krijg ik haar toch in een schoon hemd. Je moet allerlei ditjes en datjes over de bewoners weten."

Ook hun naam, want veel ouderen zijn die zelf vergeten. Zelfs al hebben uitzendkrachten de juiste diploma's om medicijnen uit te mogen delen (minimaal niveau 3), dan is dat voor hen een onmogelijke taak op een nieuwe afdeling. Mevrouw Jansen heeft insuline nodig - maar wie is mevrouw Jansen?

Die grote hoeveelheid uitzendkrachten is geen Careyn-beleid volgens het management van Rosendael, maar eerder het gevolg van ziekteverzuim en onvervulde vacatures. Het verpleeghuis ligt in een grote stad met veel andere zorginstellingen, die allemáál goed personeel zoeken. Het ziekteverzuim is hoog in het huis en een zieke moet wel door een tijdelijke collega worden vervangen. Maar daarmee is nog niet verklaard waarom maar liefst 60 procent van het team op afdeling Queekhoven uit uitzendkrachten bestaat. De vaste manager van het huis is deze week vervanger, haar vervangster kan deze verhouding niet precies verklaren.

Hart voor hun werk

Voor Martijn Broekman (26), één van de twee hbo-verpleegkundigen van de afdeling, is het intussen wel een belasting. "Sommige uitzendkrachten zijn geweldig, bij andere denk je al bij binnenkomst: oh nee. Soms kun je dat er gewoon niet bij hebben."

Hij en zijn collega's willen mevrouw Bontrop graag zo goed mogelijk verzorgen, zodat ze in comfort haar laatste dagen slijt. Dat dóén ze ook, natuurlijk doen ze dat, ze hebben hart voor hun werk en voor de mensen; op Queekhoven werkt een gemotiveerd team.

Het is wel veel: 34 bewoners die om aandacht vragen, zeker als de tijdelijke collega's niet optimaal functioneren. Maar het moet. "Als je het niet doet, laat je de bewoner zitten. Dat kan niet. Dus ga je door tot je niet meer kan."

Beddagen

Komen 'beddagen' nog voor in Rosendael, vroeg lezeres Karin Booij aan de pop-upredactie van Trouw. Haar oma woonde 15 jaar geleden in dit huis en bleef weleens een hele dag in bed; Booij denkt vanwege een tekort aan personeel. "Ik vond dat best schrijnend."

Volgens Thea Jupijn, ervaren verzorgende in dit verpleeghuis, zijn dat soort dagen er "absoluut niet. Als iemand overdag in bed blijft, heeft dat altijd een reden. Die mevrouw daar..."- ze wijst op een mevrouw die dommelend in haar rolstoel zit - "... als ze onder de douche is geweest, is ze uitgeput. Ze is 94 jaar. Soms blijft ze graag in bed." Dan wordt ze wel met bed en al naar de huiskamer gebracht. "Ze blijven nooit op de kamer."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden