Even mooi als kwetsbaar

Het Friese terpdorp Wierum. Ooit een bruisende handels- en vissersplaats, nu ten prooi gevallen aan de krimp. (Werry Crone) Beeld
Het Friese terpdorp Wierum. Ooit een bruisende handels- en vissersplaats, nu ten prooi gevallen aan de krimp. (Werry Crone)

Pijnlijk om te accepteren, maar het platteland loopt leeg. Nederlandse gemeenten moeten af van het groeimodel, waarin alleen uitbreiding een graadmeter voor succes is. Krimp biedt ook kansen. Trouw onderzoekt in een serie de toekomst van ontvolkende regio’s. Vandaag deel twee.

Het terpdorp Wierum ligt schitterend in de oksel van de Zeedijk. Trots torent de twaalfde-eeuwse toren met een Wierummer Aek als windvaan boven de dijk uit, een baken voor de vissers, en – tegenwoordig – voor de toerist. Daar moet het plaatsje in het puntje van Noordoost-Friesland het van hebben. Ooit een bruisende handels-en vissersplaats met, rond 1750, bijna zeshonderd inwoners en vijfendertig bedrijven en winkels, is het ten prooi gevallen aan de krimp.

Tegenwoordig is het een ’klein dorp met weinig inwoners’, erkent de tekst van de rondwandeling langs historische plekken. De vissersvloot is verdwenen. Een handjevol ligt in het oostelijker Lauwersoog. Het heeft nu ongeveer 370 inwoners en een café annex snackbar, van waaruit de wadlopers vertrekken naar Engelsmanplaat. De organist haast zich van de doopsgezinde kerk in Holwerd om zondagochtend ook nog de kerkzang in Wierum te begeleiden.

Net als voor de hele omgeving is rust en ruimte de troef om toeristen en nieuwe inwoners te trekken. Maar of dat lukt? In alle dorpen staat veel te koop en het staat lang te koop. Er is ontgroening: jongeren en jonge gezinnen trekken weg.

Krimp is niet van vandaag of gisteren en de Friezen ’aan het einde van de wereld’ zoals ze zelf schertsen, zijn nuchter. Maar het fenomeen krijgt hun weidse land met karakteristieke terpdorpjes wel meer in zijn greep. „Het is vijf voor twaalf”, zegt voorzitter Bindert Verbeek van de ondernemersvereniging Holwerd.

Het dorp is al met acht procent gekrompen. „Mensen vertrekken. Alleen al hier in het dorp staan 38 huizen te koop en zo is het ook elders in Noordoost-Friesland. De laatste bakker is gesloten, de fietsenmaker heeft geen opvolger, de SRV-man is pas gestopt. We hebben een kleine 1700 inwoners, maar als dat er 200 minder worden?”

Zelf begonnen als SRV-man is hij nu eigenaar van een moderne Coöp-supermarkt met een flink assortiment. „Je moet de klant keuzes bieden, anders rijden ze door naar Dokkum.”

Met de ’Holwerder Fiersichten’ (vergezichten) binden de ondernemers en dorpsbewoners de strijd aan om leefbaarheid en inkomen te behouden. Holwerd moet op de kaart worden gezet. Het steekt dat jaarlijks een half miljoen toeristen het dorp links laten liggen op weg naar Ameland. „Daar pakken we niks van. Toerisme is een groeimarkt, we moeten toch mensen hierheen kunnen krijgen? Het is nergens zo mooi. Buitendijks in de kwelders waan je je alleen op de wereld”, beschrijft Verbeek.

Ze denken aan een kleinschalig project van betaalbare recreatiewoningen met veel ruimte voor gepensioneerde babyboomers. Ook de pier die een eind de Waddenzee insteekt, vanwaar de boot naar Ameland vertrekt, zou een centrale rol krijgen. „Die van Scheveningen kent iedereen, maar in Holwerd gebeurt er niets mee.” Er hoort een slecht-weer-accommodatie bij hoewel ze nog dubben wat dat precies moet wezen. Architecten hebben een voorzet gegeven.

De ondernemers verwachten een impuls voor de lokale economie en de werkgelegenheid. „Om jongeren hier te houden, moet je werk hebben en als er geld overblijft, kunnen we dat weer in het dorp investeren”, zegt Verbeek. Maar niet alles kan afhangen van ondernemers. Ook een slagvaardig gemeentebeleid is noodzakelijk, valt Johan Lammering, eigenaar van een luxe vakantieboerderij, bij. „We hebben een grootschalige oppepper nodig.” Ze hopen op samenwerking met de Waddenvereniging. Die heeft geld gekregen van de NAM als compensatie voor de olie- en gaswinning.

Dongeradeel, waaronder 28 dorpen en Dokkum vallen, ligt maar 25 kilometer van Leeuwarden en toch is het heel anders. Het vestingstadje, de oudste van de Elf Steden, was pas nog decor voor een speelfilm over de barre schaatstocht van 1963. „Je ziet de schoonheid en kwaliteit maar ook de kwetsbaarheid”, beschrijft burgemeester Marga Waanders, afkomstig uit de Friese hoofdstad. „Dokkum heeft zo’n 12.000 inwoners, maar voorzieningen voor een stad van ruim 60.000 inwoners. Er komen veel toeristen. Het functioneert als streekcentrum, en we hebben een ziekenhuis, tevens de grootste werkgever. Dat wil je overeind houden.”

Door samenwerking en eigentijdse concepten is die positie vast te houden, verwacht Waanders. „Krimp is niet om in paniek te raken. Maar je moet je wel afvragen hoe je de balans in de samenstelling van huishoudens kunt behouden, zodat jong en oud zich hier thuis voelen en de werkgelegenheid blijft.”

De burgemeester prijst zich gelukkig met het aantal sterk gewortelde familiebedrijven in Dongeradeel met nationale en internationale betekenis. „We moeten meedraaien op het niveau van de wereldeconomie.”

Opleidingsniveau en inkomens liggen in Dongeradeel flink onder het landelijke gemiddelde. „We hebben daarin een zekere kwetsbaarheid. Jong talent en starters leiden tot innovatie.” Met drie buurgemeenten wordt intensiever samengewerkt om afbrokkeling van sociaal-economische structuren te stoppen. Daarvoor krijgen ze Europese subsidie. De krachten zijn ook gebundeld – met de provincie en Tytsjerksteradiel – bij het opstellen van een economisch plan dat de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de regio veilig moet stellen.

Als sleutel ziet Waanders de ICT. Aansluiting van bedrijven, scholen (digitaal onderwijs), dorpshuizen, zorginstellingen (zorg op afstand) en bewoners op een snel glasvezelnet beschouwt ze als een nutsvoorziening. Kabel-Noord die daarvoor tot in het buitengebied moet zorgen, wil ze in daarom in overheidshanden houden. „Dan kunnen we het zelf aansturen.” Wat het gemeentebestuur betreft heeft ook een betere ontsluiting via de Centrale As, een snelweg vanuit Drachten, prioriteit.

Waanders is optimistisch over de zelfredzaamheid van haar dorpen. Bij haar rondgang – ze is pas burgemeester – kwam ze sterke sociale structuren tegen. „Dat is iets om te koesteren. Het verenigingsleven is in volle bloei.” Maar omtrent alle dorpsplannen om de leefbaarheid en kwaliteit op peil te houden, waarschuwt ze dat er keuzes gemaakt moeten worden. „Dat het pijn gaat doen, is onvermijdelijk.”

Zo is ze voorzichtig met recreatievoorzieningen. Het moet economisch renderen. „Een scheepssluis en een jachthaven zijn geen kleine investeringen.” Hoewel het Rijk meer steun kan geven, te beginnen met erkenning van het probleem, benadrukt Waanders dat krimpgebieden ook zelf moeten kijken wat ze op eigen kracht kunnen.

Een sprekend voorbeeld van die eigen kracht is de jonge slager Menno Hoekstra in Anjum, de vierde generatie. Tot ver buiten Noordoost-Friesland heeft hij naam opgebouwd, vooral met zijn kruidige worst en vlees van Schotse Hooglanders. Die grazen in het nabijgelegen nationaal park rond het Lauwersmeer.

Hij is een van de weinige Nederlandse slagers die zelf slachten. Lange dagen maakt hij, van ’s ochtends half vijf tot zeven uur, maar hij is trots op zijn vak. „Ik wil weten waar het vlees vandaan komt en niet alleen maar plakjes snijden.”

De Schotse Hooglanders gingen aanvankelijk naar allerlei slagerijen. De samenwerking met Hoekstra levert Staatsbosbeheer een betere prijs op en de slager beschikt over kwaliteitsvlees. „Ze lopen hier vlakbij. Je hoeft ze geen eind te vervoeren en voor de dieren levert het minder stress op.” Inmiddels is Hoekstra ook in een project gestapt voor het behoud van het Friese roodbont. „Twee Friese boeren zijn begonnen met het weer fokken van dit prachtige ras en hebben mij benaderd. Een paar restaurants doen mee. Inmiddels is de kudde naar 400 gegroeid. ”

Dat nog maar een paar dorpen een slager hebben en het inwonertal daalt, baart hem geen zorgen. „Het is jammer, maar dat is de tijd.” Hij trekt juist mensen naar dit stukje Friesland. De klanten komen van verre, tot uit Duitsland en België, nadat ze hem – vaak tijdens een vakantie – hebben ’ontdekt’.

Ook familieboerderij-Prins in Hantumhuizen draagt bij aan streekproducten. Ze leveren waddenmelk voor de productie van een speciale kaas ’dairy gold’. Volgens Reinder Prins doet de meerwaarde van de schone natuur het goed in Duitsland. „Duitsers hebben meer dat Waddengevoel.”

De Prinsen boeren al generaties in dit gebied. Reinder gaat binnenkort op zichzelf, maar blijft deel uitmaken van het gemengde (akkerbouw- en melkvee)familiebedrijf. Hij beseft dat hij geluk heeft dat zijn vader jaren geleden een boerderij en grond dichtbij kon bemachtigen van een stopper. Dat mensen wegtrekken, biedt ook kansen voor jongeren als hij. Hij kan het bedrijf uiteindelijk delen met zijn broer, want om beiden iets te verdienen is een zekere schaalgrootte nodig.

Zoals veel leeftijdgenoten moest hij de streek verlaten voor zijn vakopleiding, die hij in Dronten volgde. Maar in tegenstelling tot anderen keerde hij terug. Hij is actief als bestuurslid van de agrarische jongeren waar ze elkaar ontmoeten, maar ook het vakmanschap en de kennis op peil houden. Steeds moeten ze op zoek naar nieuwe manieren om het bedrijf gezond te houden. Van de tientallen hectare ijsbergsla en peen in het gebied is nauwelijks meer iets over. Het zijn vooral pootaardappelen, broccoli en bloemkool waar iets mee te verdienen valt.

Net als andere ondernemers kijkt hij uit naar de Centrale As met Drachten, die het vervoer van producten makkelijker en goedkoper maakt. Want de melkfabriek is niet meer dichtbij (die van Lioessens staat weg te rotten) en na de brand in 2005 is het groenteverwerkingstation in Oosternijkerk niet herbouwd.

Prins deelt de klacht van dorpelingen dat veel aandacht van de gemeente naar Dokkum gaat. „Ook hier moet iets aan de leefbaarheid worden gedaan.” Zo is het niet meer vanzelfsprekend dat er op fietsafstand een basisschool is. In Nes is de school gesloten. Hij is opgelucht te horen dat de burgemeester waarde hecht aan de agrarische structuur van dit deel van Friesland.

Genietend van rennende hazen, tractoren bezig met poten, de trotse Friese paarden van de buurman (die een paardenmelkerij wilde beginnen) gelooft hij echter rotsvast in de toekomst. „Het is mooie grond. Als het boeren hier niet lukt, dan nergens anders in Nederland”.

Ook Ina Zeilmaker van herberg De Hoeke in Paesens-Moddergat, geboren en getogen in het tweelingdorp, waarschuwt dat het sluiten van scholen de doodsteek kan zijn. Velen heeft ze al zien vertrekken. „We zaten met zestien kinderen in een klas. Nu telt de hele school, inclusief kleuters, nog 40 leerlingen.

„Eind jaren zestig trokken mensen naar Dokkum, waar veel nieuw werd gebouwd, en verder naar Amsterdam. Er is hier geen enkele winkel meer. De kruidenier uit Oosternijkerk haalt een keer per week de boekjes met het boodschappenlijstje op en op vrijdag komt de bakker.” Ze weet nog dat er in Paesens-Moddergat drie bakkers zaten, een slagerij en twee kruideniers. Een jong stel heeft het nog een tijdje geprobeerd met een buurtwinkel. Zelf moet Zeilmaker het ook van toeristen hebben. Maar aan vitaliteit en op sociaal gebied heeft het tweelingdorp niets ingeboet. Er zijn clubs, de jeugd leert kaatsen en waar hangen de vlaggen uit als een buur terugkeert uit het ziekenhuis?

Haar herberg staat nu al een tijdje te koop. Ze willen graag gaan reizen. „Er zijn er die dit gebied nooit uitkomen. Maar mijn man ziet zijn leeftijdgenoten met vut uit het westen hier rondfietsen. Voordat het niet meer kan, willen we ook iets van de wereld zien.” Keren ze daarna terug? „Ik weet niet of de wind ons weer hier brengt.”

Jongeren in Niawier, Friesland. Kunnen zij straks een baan vinden in hun regio of trekken ze naar de stad? (FOTO WERRY CRONE) Beeld
Jongeren in Niawier, Friesland. Kunnen zij straks een baan vinden in hun regio of trekken ze naar de stad? (FOTO WERRY CRONE)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden