Even hing daar, nutteloos, een waterkolom in de lucht beeldende kunst

'Traject - hedendaagse kunst op locatie in 16 middeleeuwse werfkelders aan de Utrechtse Oudegracht', is dinsdags t/m zondags van 12 tot 19 uur te zien en tot 20 juni. Toegang 5 gulden, kaartverkoop bij VVV Utrecht, Vredenburg 90, of bij Oudegracht 23 a/d werf en Oudegracht 381 a/d werf. Cat. en historische documentatiemap 'Lopend Archief'.

Bovendien irriteerde het hem dat kunst zo nodig uit het museum moest worden gesleurd om elders als 'kunst op locatie' modieus te triomferen. Intramurale en extramurale zorg, zoals het in gezondheidsjargon zo gewichtig heet. Het begon ergens met Fort Asperen, en daarna kon er geen zwembad of fabriek meer leeg komen of kunstenaars en galeriehouders stortten zich er in gestrekte lemmingpas op.

Toch overwon Cor Blok zijn aarzelingen en ging hij op verzoek van de stichting Utrechtse Beeldende Kunst (suB-K) voor de tentoonstelling 'Traject' op zoek naar passende kunstenaars en kunstwerken voor 16 werfkelders. Zijn werkwijze was niet: ik vind jou een goeie kunstenaar, hier is een mooie ruimte voor je en zie maar wat je er mee doet. Hij wilde ook niet dat de kunstenaars zich in hun atelier zouden terugtrekken om later maar te bezien wie het mooiste kunstwerk op locatie had gemaakt. Hij koerste, traditiegetrouw, op intuïtie. Sommige kunstenaars kende hij (als zijn studenten van de Maastrichtse Jan van Eyckacademie), het werk van andere Traject-deelnemers had hij voordien nog nooit gezien. Blok kreeg ruim baan; er hoefden niet per se Utrechtse kunstenaars mee te doen, de leeftijd varieert van 31 tot 74 jaar. Gaandeweg viel het hem wel op dat 'kunst op locatie' voor de jongere kunstenaars vanzelfsprekender was dan voor de oudere.

Andersom kregen ook de kunstenaars alle vrijheid om hun kunst in een eigen kelder ten toon te stellen. Frank Mandersloot (1960) maakte in zijn werfkelder een mini-overzicht van de woningen die Rietveld in Utrecht bouwde. Mandersloot groeide zelf in een Rietveldhuis op en restaureert met zijn kelder 'een fragment van het beeld van m'n jeugd'.

Een paar kelders verderop legt de Vlaming Eric Colpaert (1959) uit waarom hij zo onder de indruk van een Utrechtse bloemenman raakte, en prompt een foto van een waterwerpende man in zijn kelder ophing. Het was stralend weer toen hij in de Oudegracht op verkenning ging, overal zaten mensen op terrassen, fietsers fietsten doorlopend wandelaars net niet doormidden, kooplui riepen in het rond, en opeens gebeurde het: de bloemenman op de brug kiepte zowaar een emmer met water in de gracht. Niemand die het zag, niemand die de glorieuze zwaai van armen en van water in gewenste harmonie wist te duiden. Behalve Colpaert: “De plons waarmee het water in de gracht neerkomt, gaat verloren in het algemene lawaai. Toch heeft daar even een waterkolom in de lucht gehangen die nergens toe diende, niet om de bloemen fris te houden en niet om rondvaartboten drijvende te houden; een uit water gevormd lichaam dat niet meedeed. De bloemenkoopman heeft zich al lang weer naar de voorbijgangers gekeerd, van wie hij het hebben moet. Hij weet niet dat hij met zijn simpele handeling de wereld een fractie van een seconde heeft stilgezet.”

Water kent veel hoedanigheden in 'Traject'. Toine Horvers (1947) laat de lichtbundel van een volgspot in het grachtwater schijnen, die hij vervolgens met een spiegel zijn kelder in loodst, waar het water zich op de vloer van discotheek Fellini weerspiegelt. Om de waterspiegeling heen (in de donkerte van het gewelf worden het soms flakkerende vlammen) staan vier speakers gegroepeerd die gelijktijdig waterstanden doorgeven in de talen van de Rijnlanden: het Schwyzerdütsch, Duits, Frans en Nederlands. Horvers had zijn waterstanden wel wat harder kunnen doorgeven, waardoor de onophoudelijke kakofonie van water en van mens welluidender zou weerklinken. Voor het nocturne dansvolk liet hij de Utrechtse muzikanten Human Beings evenwel een house-versie van de waterstanden componeren. En aldus nemen de bezoekers van 'Fellini' - die tijdens de tentoonstelling in bedrijf blijft - ongewild aan 'Traject' deel als ze 's nachts hun waterstandenshuffle stampen.

Ook de permanente werfkelder van het pastoraal opvangcentrum, waar eenzamen of anderszins armzaligen koffie en verhaal kunnen komen halen, doet aan 'Traject' mee. Gerard Groenewoud (1958) en Tilly Buij (1957) markeren hun kelder met twee aan de brugleuning bevestigde vuilnisbakken. Beide bodems zijn aan elkaar gesoldeerd, zodat een diabolo ontstaat. “De diabolo, die vaker in ons werk voorkomt, is een teken van de twijfel, de tweeledigheid. In dit geval is het de vuilnisbak die verwijst naar twee polen: de consumptiemaatschappij die de bak vult en de zwerver die deze leegt. De samenleving die zich afkeert van dat wat onbruikbaar, onvolmaakt of onbegrijpelijk is enerzijds en de zwervers, daklozen, psychiatrische patiënten die, om wat voor redenen ook, juist in dat gebied hun wrange vrijheid genieten anderzijds.”

De tocht langs 'Traject' is, ook al moet je bij elke brug naar boven en naar beneden, gemakkelijk slenterend te volgen - kanariegele sandwichborden wijzen in de gracht de weg. Bovendien steek je zo, door de terrassen laverend, nog eens een levenswijsheid op. Meisje tegen jongen: “Weet je, ik kan gewoon geen normaal studentenleven leiden. Bepaalde aspecten van mensen trekken me aan, maar als ze te dicht bij komen is het: baf! snap je?”

Nog handiger is het om meteen voor het stadhuis een waterfiets te huren, waarmee men in opgewekte sufheid langs de kunstkelders kan peddelen. De Amsterdamse exploitant heeft zijn prijzen voor de Utrechtse grachtengordel aangepast: een tweepersoons waterfiets is in Amsterdam 19,50 per uur en 17,50 in Utrecht, een vierpersoons Grachtenrad of vélocano is niet 29,50 maar 25 gulden.

Bij de tentoonstelling hoort ook een anthentieke archiefmap, die van eerdere bestemming en bewoners verhaalt. Er is door de loop der tijden nogal wat boedelgescheiden, opgeslagen (per plecht = hypotheek) en doorverhandeld in de Utrechtse werfkelders. Van Arnoldus Cornelis van Beest, 26 jaar, broodbakker, en Maria Cornelia Carolina van Beest, geb. Bol, 26 jaar, tot en met het 'transport en plecht' en genotuleerde huishouding ('dossier Oudegracht 188') van Jacobszn Salomon de Beer, 35 jaar, koopman, Mietje Hijmans, 35 jaar, 2 kinderen, Beer, Kaatje Kasteele, 18 jaar, dienstmeid, Jacobus Antonissen, 76 jaar, provoost, generaal bij het Hooge Mil. Gerechtshof, Helesia Petronella Legier, 52 jaar, Nanette Theresia Antonissen, 30 jaar, rentenierster, Anna Louise Antonissen, 28 jaar, rentenierster en Sophia van Brusfet, 21 jaar, dienstmeid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden