Even heel ver weg zijn

Als u me zoekt, ik ben er niet meer. Van Bonn, die oude hoofdstad aan de Rijn, ben ik verder gereisd, veel verder, met vrouw en kinderen - twee tienermeiden - naar het Verre Oosten, naar Manila. Manila is de hoofdstad van de Filippijnen.

Ik moet dat zelf even hardop neerschrijven omdat mijn kennis van de Filippijnen beperkt is. Ik was er, hoewel ik enige Azië-ervaring heb, nooit eerder en er was jarenlang geen aanleiding mij in dat land te verdiepen.

Heel vroeger, in het begin van mijn journalistieke loopbaan, ik was toen redacteur buitenland, schreef ik er weleens over, maar het waren de post-Marcosjaren, en daarmee was het grote vertoon van macht en corruptie dat zijn regime (en zijn vrouw) met goedvinden van de Amerikanen aan de dag legde voorbij. Tot mijn verwondering blijk ik in 1989 nog de necrologie van Ferdinand Marcos te hebben geschreven. Niet slecht natuurlijk.

De Filippijnen dobberden met verjaagde communisten - hun leider Sison woont nog op een flat in Utrecht Overvecht - zonder grote internationale spanningen voort in hun deel van de Pacific, al waren er al sinds de jaren zeventig spanningen in het zuiden met de moslims daar. Maar spanningen met moslims, wie heeft die niet?

Om naar de Filippijnen te gaan voor een vakantie - ik was zelf niet op het idee gekomen. Goede vrienden die er familie en kennissen hebben, nodigden ons uit mee te gaan. En omdat 'die grote reis' die je met je kinderen eens wilde ondernemen al een tijdje sudderde, een reis naar een land met een andere cultuur dan de westerse, zeiden we ja.

Zijn de Filippijnen niet-westers? Ik aarzel. Behalve dat de hoofdstad Manila heet, wist ik dat de eilandengroep eeuwenlang door de Spanjaarden gekoloniseerd was, en later nog eens een halve eeuw door Amerika bestuurd, dus is het land half katholiek en half Hollywood, en van beide kanten schijnen ze de slechte, zeer vlezige keuken te hebben overgenomen.

We zullen zien, de komende weken. De gezinsleden zijn tamelijk opgewonden over de mogelijkheden die hen daar geboden worden, van vulkaanbeklimmingen, het bevaren van ondergrondse rivieren, het 'tokkelen' aan een touw boven een jungle, tot het zwemmen met dolfijnen en het duiken naar wrakken en koraal.

Niet een lijstje waarin ik mijn diepste verlangens weerspiegeld zie. En dan is er de onrust voor het ongewisse: een doldrieste nieuwe president, een seizoen van onweersbuien en orkanen, insectenbeten, rabies, dengue.

Het vraagt om passende kleding.

Wat rest zijn labels. Die bestudeer ik. Mijn korte broek is quick dry, voert vocht naar buiten, en heeft een uitstekend ademend vermogen. Een vest moet van merino zijn, wol van een Australisch schaap dat koel blijft in de warmte en warm in de kou. Mijn naadloze sokken van bamboeviscose zijn geïmpregneerd met een insectenwerend middel en hebben zowel bij hoge als bij lage temperaturen einen angenehmen Sitz.

En dan is er de rugzak.

Eeuwen geleden dat ik er een droeg. Rolkofferman geworden. Ik leende de rugzak van mijn zoon. Ik heb er lang naar gekeken. Om er iets van te begrijpen. Ik zie een wirwar van ritsen, riempjes, gespen, koorden, vakken en denk: help. Ik hoop u terug te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden