Even ging het licht uit

Dacht u dat er al genoeg alzheimerromans zijn? Dan heeft u Arno Geiger niet gelezen

'Een wijs, filosofisch boek, dat ook jonge mensen helpt het noodlot van de ouderdom te aanvaarden'

Geen nieuw onderwerp heeft schrijvers de afgelopen jaren zozeer beziggehouden als de geestelijke aftakeling waarmee de ouderdom gepaard gaat. Je zou de alzheimerpatiënt een heuse literaire melkkoe kunnen noemen. Sinds Bernlef in 1984 met 'Hersenschimmen' het onderwerp aansneed, verschenen 'Ik heb Alzheimer' van Stella Braam, 'Waarom ik moet liegen tegen mijn demente moeder' van Cyrille Offermans, 'Annie' van Kees van Kooten, 'De moeder van Nicolien' van J.J.A. Voskuil, 'Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor' van Renate Dorrestein, 'Dahlia's en sneeuw' van Kester Freriks, 'Gestameld liedboek', 'Moedergetijden' van Edwin Mortier, om alleen de bekendste te noemen.

De oorzaken van die bloei van het alzheimer-thema liggen voor de hand. De hogere levensverwachting van de mens levert nu eenmaal als collateral damage meer demente bejaarden op en het is inmiddels een in de media veel belicht maatschappelijk verschijnsel.

Meestal hebben de schrijvers er ook zelf in familiekring mee te maken. Haast alle literaire alzheimerboeken hebben een autobiografische achtergrond, iets wat overigens niet geldt voor dat pionierswerk 'Hersenschimmen'. Misschien nog belangrijker is dat een protagonist met alzheimer de schrijver diverse literaire kansen en invalshoeken biedt. Je kunt de nadruk leggen op de wonderlijke binnenwereld van de patiënt (Bernlef, Freriks), of juist op de zorgen van de buitenwereld (Dorrestein, Offermans), je kunt er een klaagzang van maken (Mortier) of de humoristische kanten ervan belichten (Van Kooten), maar je kunt het ook nuchter en inventariserend houden (Braam).

Inmiddels zou je kunnen veronderstellen dat de markt voor literaire alzheimerboeken wel zo'n beetje verzadigd is met al die heel verschillende romans en ooggetuigenverslagen. Maar dan heb je 'De oude koning in zijn rijk' van de Oostenrijkse schrijver Arno Geiger (1968) nog niet gelezen. Hoofdpersoon in deze roman is de vader van de schrijver, August Geiger, een voormalig ambtenaar in een Oostenrijks plaatsje, die langzaamaan de draad kwijtraakt. De omstandigheden zijn klassiek. Het begint met vergeetachtigheid waar de omgeving nog niet van opschrikt en die ze pas later als het begin van de ziekte herkennen; allengs verergert zijn kwaal, zijn kinderen treffen zijn scheerapparaat in de magnetron aan, August presenteert een koekje aan de tv-presentator op het beeldscherm, als hij zijn hoed opzet vraagt hij zich af waar zijn hersens gebleven zijn. Het meest opmerkelijk aan Geigers verslag van zulke gebeurtenissen is dat hij noch de tragische noch de komische kanten ervan aanzet.

Na de eerste fase waarin hij de paniek van zijn vader en zijn eigen onmacht om adequaat te reageren onder ogen komt, leert hij er allengs berustender mee om te gaan en er zelfs literaire inspiratie uit te putten. Doordat zijn vader, met wie hij vroeger maar een matige band had, voor hem als het ware een nieuwe, geheimzinnige man wordt die ongehoorde dingen zegt en doet, wordt hij ook veel boeiender dan de brave en voorspelbare ambtenaar en gezinsman die hij vroeger was. Geiger probeert zich de alzheimer-situatie voor te stellen als een bijzondere, unieke gesteldheid waar je iets van kunt opsteken: "Voor mijn vader is zijn alzheimer bepaald geen verrijking, maar zijn kinderen en kleinkinderen kunnen er nog heel wat van leren. Het is immers ook de taak van ouders hun kinderen iets bij te brengen."

De ouderdom als laatste fase van het leven is een cultuurvorm die voortdurend aan veranderingen onderhevig is en steeds opnieuw moet worden geleerd. En als het eenmaal zo is dat een vader zijn kinderen verder niets meer kan bijbrengen, dan tenminste nog wat het betekent oud en ziek te zijn. Ook dat kan vader-en-kind zijn betekenen, onder goede omstandigheden. Want wraak op de dood nemen kun je alleen als je leeft.

Arno Geiger ondergaat de nieuwe situatie, anders dan de Nederlandse schrijvers die ik erover las, vooral filosofisch. Daardoor komt hij tot bijzondere conclusies. Zo bestrijdt hij het begrip kindsheid: "Want een volwassen mens kan zich onmogelijk achterwaarts ontwikkelen tot kind, omdat het tot het wezen van het kind behoort dat het zich voorwaarts ontwikkelt." Ook de ongelijkheid tussen patiënt en toeschouwer stemt hem tot overpeinzing: "Het is een vreemde constellatie. Wat ik hem geef, kan hij niet vasthouden. Wat hij mij geeft, houd ik uit alle macht vast." Je hebt trouwens voortdurend de neiging deze schrijver te citeren omdat hij, misschien juist als reactie op de verwarring en chaos bij zijn vader, zo helder en precies formuleert wat hij allemaal meemaakt en denkt.

De jonge Geiger maakt van de toestand van zijn vader als het ware een literaire situatie, waar hij nog iets mee kan. Sommige gebeurtenissen doen hem denken aan scènes bij Proust, Joyce, Kafka. Of hij vergelijkt de toestand van zijn vader met een scène uit de film 'Candid Camera' waarin het licht in een lift even uitgaat en als het weer aangaat blijkt dat een jongeman eruit is verdwenen: "Als mijn vader hallucineerde, was de situatie in zijn hoofd vast iets dergelijks, even ging het licht uit en plotseling was de situatie anders geworden." Juist het feit dat de zoon veel van de ziekte van zijn vader lijkt te leren, bevordert de relatie tussen beiden, in zekere zin voelt de laatste zich gewaardeerd, gerustgesteld, misschien zelfs op een of andere manier begrepen.

Hoe autobiografisch 'De oude koning in zijn rijk' net als de meeste andere alzheimerromans ook is, toch is het geen ziekteverslag, maar veeleer een literair-filosofische studie naar wat de omgang met een alzheimerpatiënt behalve zorgen en paniek ook kan brengen: inzicht, verdieping, levensaanvaarding. Bijzonder mooi aan Geigers roman is de manier waarop hij alzheimer zowel maatschappelijk als persoonlijk plaatst, maatschappelijk als een soort noodlot waar we vroeger in geloofden maar dat we tegenwoordig willen negeren terwijl het ons toch nog steeds treft, en persoonlijk als een loutering: "Er is iets tussen ons wat me ertoe heeft gebracht me meer voor de wereld open te stellen. Dat is als het ware het tegendeel van wat meestal over alzheimer wordt gezegd - dat de ziekte verbindingen afkapt. Soms worden er verbindingen aangeknoopt."

Niet wanhoop maakt dit boek tot een ontroerend verslag van de liefde van een zoon voor zijn vader, maar wijsheid.

Arno Geiger, De oude koning in zijn rijk. Uit het Duits vertaald door W. Hansen. De Bezige Bij, Amsterdam; 192 blz, € 19,90
Doordat vader, vroeger een wat saaie ambtenaar, zo snel verandert, wordt hij voor zijn zoon boeiender en geheimzinniger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden