Even de dichter van de Russische revolutie

Enthousiast begroette Vladimir Majakovski de bolsjewisten – maar die vonden zijn poëzie veel te avant-gardistisch.

Van de vele dichters die de Russische poëzie aan het begin van de twintigste eeuw op zo’n hoog peil hebben gebracht – Anna Achmatova, Boris Pasternak, Marina Tsvetajeva, Vladimir Majakovski – is de laatste zonder twijfel de bekendste. Die bekendheid heeft niet alleen te maken met het werk, maar ook met de persoon: Majakovski’s leven was wild en woest, zijn liefdeleven hartstochtelijk en ongelukkig, zijn zelfmoord tragisch. De andere dichters van zijn tijd hebben bepaald geen gemakkelijk leven gehad, maar hun persoon en biografie hebben niet zulke mythische proporties gekregen.

Een van de dingen die hebben bijgedragen aan Majakovski’s roem is dat hij zich met hart en ziel achter de Russische revolutie heeft gesteld. Met zijn grote gestalte, kaalgeschoren hoofd en de eeuwig in zijn mondhoek bungelende sigaret was hij het prototype van de opstandige rebel die zich niets aantrok van maatschappelijke conventies en zich fel verzette tegen alles wat met burgerlijkheid te maken had. De ironie van het lot wilde dat hij zich liet temmen door de grote liefde van zijn leven, Lilja Brik, die getrouwd was met de jurist Osip Brik, maar haar echtgenoot niet wilde verlaten, zodat er een merkwaardige driehoeksrelatie ontstond. Onder invloed van Lilja begon hij zich netjes te kleden, maar hij kon het absoluut niet hebben wanneer zij, volledig vrijgevochten op het gebied van de liefde, naast hem en haar echtgenoot nog andere partners had.

Majakovski, zoon van een in Georgië wonende Russische houtvester, was al op de middelbare school politiek actief. Hij werd verscheidene keren gearresteerd, zat op zijn zestiende een halfjaar in de isoleercel en besloot zich toen aan de kunst te wijden. Als dichter werd hij ontdekt door David Boerljoek, een centrale figuur in de Russische avant-garde, een stroming die zich in de jaren voor de revolutie razendsnel begon te ontwikkelen.

Samen met Boerljoek en enkele anderen bracht Majakovski in 1912 het beruchte futuristische manifest ’Een klap in het gezicht van de publieke smaak’ uit. In dit manifest namen de cubo-futuristen, zoals ze zich noemden, afstand van de hele kunst van het verleden: ’Gooi Poesjkin, Dostojevski, Tolstoj enzovoorts van het schip van de moderne tijd’ en ’Alleen wij zijn het gezicht van onze tijd’ Het manifest was typerend voor het ongebreidelde streven naar vernieuwing in de Russische kunst en maatschappij in het begin van de vorige eeuw. De maatschappelijke vernieuwing leidde tot de revolutie, de vernieuwing in de kunst tot een ongekende bloei van allerlei kunstvormen: niet alleen de poëzie, maar ook de schilderkunst (Malevitsj, El Lissitzky, Chagall), muziek (Strawinsky, Prokofjev) en film (Eisenstein).

Majakovski werd de onbetwiste leider van de cubo-futuristen, de dichtersgroep die het meest op de voorgrond trad. Met zijn flamboyante optreden, stentorstem en uitdagende kleding (hij droeg graag een felgeel jasje met een pollepel in het knoopsgat) was hij de ziel van de vele optredens die de futuristen organiseerden en waarbij het publiek bewust werd geshockeerd. Begrijpelijk dat de futuristen de revolutie enthousiast begroetten: Majakovski was er in feite de belichaming van.

Heel lang heeft Majakovski’s vereenzelviging met de Russische revolutie niet geduurd. Hij hoopte dat de poëzie die hij schreef de poëzie van de nieuwe maatschappij zou worden, maar de bolsjewistische machthebbers, Lenin voorop, moesten niets hebben van avant-gardistische kunst. Bovendien verbureaucratiseerde de Russische maatschappij al snel, zodat Majakovski steeds vaker in conflict kwam met de nieuwe regelingen en verordeningen. De nieuwe machthebbers hielden hem weliswaar een tijdlang de hand boven het hoofd – als een van de zeer weinigen mocht hij als ’heraut van de revolutie’ vrijelijk naar het buitenland reizen – maar keerden zich van hem af toen hij zich niet volledig naar hun wensen bleek te willen voegen. Ontgoocheld door deze tegenstand, ontgoocheld ook door enkele mislukte liefdesrelaties – Lilja was zijn eeuwige muze, maar aangezien hij haar niet voor zich alleen kon hebben zocht hij geregeld zijn toevlucht bij andere geliefden – schoot hij zich in 1930 een kogel door het hart.

Majakovski’s leven wordt op een fascinerende manier uit de doeken gedaan door de Zweedse slavist Bengt Jangfeldt. Hij is een van de beste Majakovski-specialisten in de wereld, heeft een groot archief van en over de dichter, en paart eruditie aan een opmerkelijk verteltalent. Het beeld van Majakovski dat uit zijn boek naar voren komt: een luidruchtige rebel, maar tegelijk heel gevoelig en snakkend naar liefde en aandacht, is haarscherp en psychologisch volstrekt aanvaardbaar. Daarnaast krijgen we ook een uitstekend beeld van Majakovski’s werk en van de tijd en omstandigheden waarin hij leefde. Een schitterende biografie, zoals er maar weinig geschreven worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden