Evelyne Bruil, docente handvaardigheid 'Ze straalt: ze heeft verspringende kruissteken gemaakt'

Ons dagelijks werk is meer dan levensonderhoud alleen, we ontlenen er waardigheid aan. Maar wat doen we precies?

"Ik zit naast Linda, een van mijn leerlingen. Ze maakt een schort van een groengeruite stof die ze zelf koos. De leerlingen laat ik altijd zelf de stof en de fournituren kiezen.

Naast elkaar, op twee krukken aan een schoolbankje, buigen we ons over haar werk. Het donkergroene biaisband van Linda wordt met de verspringende kruissteek aan de stof genaaid. 'De naald gaat altijd naar achter, de steek gaat altijd naar voren.' Dit vertel ik terwijl ik de steek laat zien.

Bij elke techniek die ik aanleer in tekenen, schilderen, handvaardigheid of textiel vraag ik of de leerling links of rechts is. Ik doe de techniek voor zodat de leerling makkelijk kan instappen en nadoen.

Als we aan het werk zijn zie ik snel wie iemand is, wat diegene kan en waar de leerling vastloopt. Op dat moment kan ik makkelijker contact maken dan wanneer ik voor de klas sta. Via het materiaal en de handeling leer ik mijn leerlingen kennen; we zijn samen bezig een wens te realiseren of een probleem op te lossen, een idee met aangeleerde technieken vorm te geven. De vreugde die er ontstaat nadat dit gelukt is maakt weer nieuwe stappen mogelijk.

Behalve docent ben ik zelf ook beeldend kunstenaar. Ik weet dat de ambachten die ik ze nu leer, de basis zijn voor individuele kunstuitingen of kunstwerken later. Kennis van materialen, gereedschappen en technieken geven een stevige basis om aan het werk te gaan. Het is fijn de handvatten te hebben om te kunnen maken wat je in je hoofd hebt, te kunnen spelen met verschillende materialen en gereedschappen en geleerd te hebben oplossingen te zoeken als je vastloopt. De stevigheid en autonomie die leerlingen nodig hebben na de middelbare school wordt zo aangeleerd. In de vijfde en zesde klas havo en vwo zie ik dit als docent terug in hun werk.

Linda vindt het moeilijk de kruissteek te laten verspringen en om aan de goede kant van de stof te werken. Ze wil alles blijven controleren en heeft daardoor de neiging telkens aan de achterkant van de stof te kijken. 'Zo'n kruissteek zou niet moeten verspringen maar op de ruit van de stof moeten passen', zegt ze. Ze kijkt afwijzend.

Samen proberen we daar op de stof een vorm voor te vinden. Kunnen we de steek in het herhalende patroon van de stof laten passen? Dat zou makkelijker voor haar zijn. Ik probeer Linda te leren in het ritme van de steek te komen door de steek melodieus en in een cadans voor te doen. Ik blijf naast haar zitten totdat ze de steek vloeiend maakt en niet meer hapert bij de verspringing.

Het lokaal is groot en licht en vol leerlingen. Ze werken, maar kijken en luisteren ook mee. Ze wachten op hun beurt.

Aan het einde van de les laat Linda haar schort zien. Ze straalt wat verlegen: ze heeft tijdens deze les een enorme rij aan turquoise, verspringende kruissteken gemaakt."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden