Evangelie is kritiekloos vereenzelvigd met eigen, westerse, cultuur

De auteur is secretaris coördinatie en reflectie van de Nederlandse Zendingsraad.

Onze grootouders beleefden bijvoorbeeld de relatie cultuur en evangelie totaal anders dan wij. Zij ademden in de tijd dat westerse beschaving en christendom vrijwel leken samen te vallen. Kolonisering van de wereld der barbaren en evangelisering van de ongekerstende gebieden waren zo nauw verstrengeld, dat de moderne zendingsbeweging niet anders kon worden ervaren dan binnen de context van de westerse expansie.

In de zendingsrubriek in het eerste nummer van de Vlaardingse Zondagsbode van december 1894 (herdruk vanwege jubileum) valt te lezen: het vaderland viert feest om de overwinning op Lombok, “nu onze dappere soldaten zegevierden en Neerlands naam geacht en Neerlands Koningin geëerd werd ook in het Verre Oosten”. Er zijn grote schatten gevonden. Dan is het billijk, “waar de oorlogskosten zoo groot zijn, eenige vergoeding daarvoor te ontvangen in het goud en zilver der Balineezen”.

De glorie van Lombok brengt de schrijver moeiteloos op onze Koning en Heiland in zijn “belangwekkende strijd tot uitbreiding van het Godsrijk”. “Zijn Veldheersplan is de overwinning der geheele wereld. Ach het is zoo schoon hem te volgen op zijn overwinningstocht. Iedere dag behaalt hij triomfen”.

Onzekerheid

Vandaag laat de westerse cultuur een volslagen ander beeld zien. Het triomfalisme heeft in brede kring plaatsgemaakt voor diep pessimisme en onzekerheid. Het christendom is niet langer 'religion of the West' en is opnieuw een derde-wereldreligie geworden. De ontkerkelijking neemt hand over hand toe. Sommigen rekenen zelfs met de verdwijning van het christendom in Europa.

Tegen de voorspellingen in zijn de grote wereldreligies geen zachte dood gestorven. Zij tonen zich springlevend en zelfbewust. Vroeger bevonden moslims en hindoes zich aan de overzijde van brede oceanen, nu wonen zij bij ons om de hoek en doen hun boodschappen in dezelfde supermarkt. In plaats van de expansie van noord naar zuid is een migratiebeweging in omgekeerde richting op gang gekomen, die wel de 'inval van de derde wereld' wordt genoemd.

Veel burgers ervaren het pluralisme van de moderne samenleving als een ernstige bedreiging. Dat leidt niet zelden tot spanningen en conflicten, vooroordelen en haat.

De interreligieuze ontmoeting wordt steeds meer als dè uitdaging voor de kerk van de 21ste eeuw beschouwd. De pluralistische situatie zou vragen om een pluralistische theologie. Geen enkele religie mag zich langer superieur wanen aan andere. John Hick spreekt van een copernicaanse omwenteling. Deze bestaat uit de verschuiving “van het dogma dat het christendom in het centrum staat naar de realisatie dat God zelf in het centrum staat en dat alle religies van de mensheid, met insluiting van onze eigen religie, hem dienen en om hem draaien”. De nieuwe horizon wordt de common humanity.

De gangbare exclusivistische visie die uitgaat van het unieke van Gods openbaring in Jezus zou moeten worden losgelaten. Het zou onzinnig zijn in de ontmoeting met zoveel goede en oprechte andersgelovigen vol te houden dat één enkele godsdienst de waarheid in pacht zou hebben. Zou dit bovendien niet een uiterst gevaarlijke pretentie zijn? Binnen ons kleine 'ruimteschip aarde' zijn wij immers te zeer van elkaar afhankelijk geworden. Volgens deze opvatting is het geboden dat alle religies samen zich inzetten om de mensheid te redden, nu ons voortbestaan ernstig wordt bedreigd.

Deze redenering is verleidelijk en heeft de wind mee. In ons postmoderne klimaat is gebroken met de opvatting van een universele, wereldwijde 'rede' of 'absolute waarheid'. “Het postmodernisme is postkoloniaal en luidt het tijdperk in van de relativering van de westerse waarden, de erkenning van een cultureel pluralisme en de doorwerking van een bevrijdende zelfironie” (prof. Van Peursen).

Deze kijk op de werkelijkheid bevat veel waars. Het moet afgelopen zijn met elke vorm van koloniale overheersing van de wereld door het 'Westen'. Als westerse christenen mogen wij best een toontje lager zingen, nu wij doorkrijgen wat wij hebben aangericht door het evangelie kritiekloos te vereenzelvigen met de eigen cultuur. En het bewustzijn van de contextuele bepaaldheid van de eigen geloofstraditie kan alleen maar ontkrampend werken. Het leert ons serieus ruimte te geven aan het geloofsverstaan van medechristenen elders in de wereld.

Het ironische is echter dat zij, die anderen het euvel der vereenzelviging verwijten, zichzelf daaraan vaak niet minder schuldig maken. In menige discussie waarin het woord 'evangelie' wordt gebruikt, geeft men er in feite (onbewust) nog steeds de invulling van 'christendom' aan. Het verlies van vertrouwen in de koloniale gestalte van het christendom gaat dan samen met het kwijtraken van het vertrouwen in het evangelie. Alsof het bankroet van het verlichtings-christendom gelijk zou staan aan het bankroet van het evangelie. Zo wordt met het badwater het kind weggegooid. Men valt van het ene uiterste in het andere: van een eng exclusivisme naar een naïef, alles relativerend pluralisme.

De identiteitscrisis waarin wij verkeren roept om de herontdekking van de bevrijdende kracht van het evangelie. Alles staat of valt met wat tweeduizend jaar geleden vanuit Israël in Jezus heeft plaatsgevonden. Hoezeer ook aangevochten, kruis en opstanding blijven van beslissende en universele betekenis.

De zendingsman Hendrik Kraemer blijft inspireren. Van enige absoluutheid van het christendom wilde hij niet weten. Jezus Christus evenwel was volgens zijn rotsvaste overtuiging de unieke openbaring van God. “Het enige wat men kan en moet doen, is zich onder zijn levende, persoonlijke werkelijkheid stellen”. Lag de kracht van Kraemer niet daarin dat de persoon van Jezus in zijn theologisch denken een even centrale plaats innam als in zijn persoonlijk leven? Respectvolle openheid voor andersgelovigen is onontbeerlijk. Wanneer echter het evangelie van Jezus werkelijk goed nieuws is voor alle mensen, kan het nooit arrogant zijn anderen uit te nodigen hem te volgen.

Met nadruk zij gezegd dat in de interreligieuze ontmoeting de vraag naar gerechtigheid van wezensbelang is. De samenlevingsdialoog en de geloofsdialoog behoren bij elkaar. Zij mogen niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Niet het symposium, maar het leven van alle dag (down to earth!) is de vindplaats van de reële dialoog. In de dagelijkse omgang van mensen doen de conflicten zich voor. Daar ook moet de levende ontmoeting gezocht worden, die vooroordelen en haat doorbreekt en tot verzoening leidt.

Vanuit deze optiek is de Nederlandse Zendingsraad, als breed platform van kerken en missionaire organisaties, van oecumenisch tot evangelisch, een programma van bezinning gestart. In het onderzoek komen concrete situaties van ontmoeting en conflict in zes continenten aan de orde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden