Eva Zomer

null Beeld WriteNow!
Beeld WriteNow!

Eva was met Chris. Als ik 's ochtends koffie dronk op mijn balkon kon ik ze horen, Chris' balkondeuren stonden wagenwijd open. Zodra ze klaar waren kwamen ze naar buiten en dronken koffie. In feite dronken we dan samen koffie, hun balkon was slechts vijftien centimeter verwijderd van dat van mij. Wanneer de wind gunstig stond kon ik Eva ruiken. Ik had haar licht blozende wangen kunnen strelen, zo dicht zat ze naast mij. Ik deed het nooit. Eva was immers met Chris.

Maar sinds een paar dagen is het stil bij de buren. Eva drinkt niet langer koffie met Chris. Chris zit nog wel op het balkon, maar heeft zijn koffiemok verruild voor een fles sterke drank. Ik neem de lift naar beneden en loop door de lange hal naar de postvakjes. Het enige uitstapje dat ik eens in de zoveel dagen maak, de voordeur ga ik niet meer uit. Tegen mijn kinderen heb ik gezegd dat het mijn heup is, dat ik goed verzorgd word door de thuiszorg - anders blijven ze bellen of erger nog: komen ze langs - maar in werkelijkheid heb ik gewoon geen zin.

En waarom zou ik? Ik laat mijn eten thuis bezorgen, opgewarmd en wel, en bekijk de dames in bikini (of zonder bikini) via de website van Scheveningenlive. Zeker tien webcams hebben ze deze zomer geïnstalleerd op het strand en de boulevard. Volgens de tekst op de website is het bedoeld voor surfers die de current swell in de gaten willen houden. Ik zie zelden golven. Uit mijn postvakje haal ik oude kranten en een groet uit Benidorm. Sally schuifelt door de hal. Met grote zorgvuldigheid haalt ze een dweil over de betonnen vloer. Ze is al jaren de vaste schoonmaakster van het gebouw en komt iedere woensdag. Meestal haal ik de post op woensdag. Ik leun tegen een muurtje en kijk hoe ze de natte dweil uitwringt. Ze heeft kleine stevige handen en een prachtig achterwerk.

'Eva is weg,' zeg ik en steek een sigaret op. Sally legt haar dweil aan de kant en komt naast me tegen het muurtje staan. Ze gebaart om een trekje van mijn peuk, ze inhaleert aandachtig en blaast de rook in kleine wolkjes uit. De as van de sigaret tikt ze weg op de nog natte vloer.
'Weet jij waar ze is?' vraag ik.
'Naar de de overbuurjongen van Chris,' antwoordt Sally en wijst naar het gebouw aan de overkant van de straat. Ik tuur door het raampje in de grote voordeur.
'De tweede verdieping,' wijst Sally.
Het is een identiek gebouw als dat van ons, dezelfde grijze bakstenen, dezelfde balkons. Zoals alle andere gebouwen in de straat.
'Hoe heet de overbuurjongen?'
Sally haalt haar schouders op: 'Wat kan mij dat nou schelen.' Ze pakt haar emmer op en sleept de natte dweil achter zich aan naar de andere kant van de hal.

WriteNow!
Trouw plaatst de komende weken de winnende verhalen van de regionale voorrondes van schrijfwedstrijd WriteNow!. Deze keer het verhaal 'Eva Zomer' van de 22-jarige Jente Hoogeveen, de winnaar van de Rotterdamse voorronde. Volgens het juryrapport ‘een verhaal vol pakkende details die net niet over de top gingen’.

Op 21 juni is de grote finale van WriteNow!, de schrijfwedstrijd voor jongeren. Alle winnaars van de voorrondes krijgen drie weken om een nieuw verhaal te schrijven voor de finale. De uiteindelijke winnaar krijgt onder andere een column op Trouw.nl.

Vanochtend zag ik haar lopen door de straat. Ze droeg een lichtblauw zomerjurkje. Haar gezicht werd bedekt door een strohoed, maar aan de blonde krullen die onder het hoedje vandaan waaiden zag ik dat het Eva was. Ze kocht croissantjes bij de bakker op de hoek en aaide een teckel die vastgebonden zat aan een paal voor de supermarkt. Daarna ging ze de grote voordeur binnen van het gebouw tegenover ons. Nu drinken Eva en ik weer samen koffie. Ik kan haar niet meer ruiken, maar wel zien. Ze zit schuin tegenover mij op het balkon van de overbuurjongen van Chris. Chris zit niet langer op zijn balkon. Eva streelt door de haren van de overbuurjongen, hij leest haar iets voor uit een tijdschrift, zij lacht. Soms kijkt ze naar mij, ik doe net alsof ik dat niet zie.

Gebiologeerd staar ik naar de duif op het balkon van Chris, mijn mond half open. Als ze wegkijkt, kijk ik weer terug. Naar de lichtblauwe stof die losjes over haar ronde borsten valt.

Ze werkt in een restaurantje op de Wagenstraat waar ze tapas serveren en studeert toegepaste psychologie. Dat heb ik van Sally en Sally heeft het van het buurmeisje van de overbuurjongen van Chris. Ik heb geprobeerd het restaurantje te vinden met Google Street View, maar in de Wagenstraat bevindt zich geen tapasbar. Ik weet dus niet in hoeverre deze informatie juist is. Eva's lievelingskleur is lichtblauw. Dat denk ik, omdat dat de kleur is die ze meestal draagt en ze de overbuurjongen van de week een cadeau gaf dat in lichtblauw papier was verpakt. Eva is nooit boos, niet als ze op het balkon zit in ieder geval. Ze eet graag friet met veel mayonaise en krakelingen die kruimelen, want dan weet je dat ze vers zijn.

Marie droeg ook lichtblauwe zomerjurkjes. En gele en groene, soms bordeauxrode. Zelfs als het allang geen zomer meer was. Ik leerde haar kennen op Texel, waar ze in haar eentje wandelde in de duinen. In die tijd wandelden vrouwen zelden alleen, maar daar trok ze zich niets van aan. Ze had geen zin om te wachten met wandelen totdat er iemand met haar mee zou lopen. Ik had een hekel aan wandelen, maar bleef toch naast haar lopen. Ze was niet uitgesproken aantrekkelijk, maar haar donkerbruine haar rook lekker en ze had mooie borsten. Ze was zo zelfverzekerd van wat zij deed dat ik wel met haar mee moest lopen. Een week later liepen we door Den Helder, waar zij woonde, en daarna door Den Haag, waar ik woonde en zij niet veel later ook kwam wonen. Nog geen jaar later verruilde we mijn flatje voor een huis met een tuin. Er kwamen kinderen, geen hond, wel verscheidene cavia's. Vlak na mijn pensioen verhuisden we naar dit appartement met een balkon op het zuiden.

De telefoon gaat. Van schrik gooi ik de koffie over mij heen. De hete vloeistof trekt in mijn broek en brandt op mijn huid. Ik jog naar mijn slaapkamer (voor mij is het rennen, maar ik weet dat het eruit ziet als joggen.) Halverwege de woonkamer moet ik mijn broek uittrekken, omdat de pijn te hevig wordt. Hopelijk heeft Eva het niet gezien. De koffie laat lelijke plekken achter op mijn huid, ik dep mijn benen met een lauwe doek en zie op de nummerherkenning dat het mijn dochter is die zojuist belde. Geen groot gemis, ze heeft zelden iets zinnigs te vertellen.

Na tien minuten belt ze nog eens. En dan nog eens. Ik geef mij over.
'Pap, met Stella. Ik dacht, ik bel toch even.' Ze praat zacht, fluisterend haast, en veel te snel.
'Stella, ik versta je niet.'
'Wat?'
'Dat je rustiger moet praten.'
'Oké, ja, nou ik dacht dus, ik bel toch even omdat, nou ja, het is vandaag een jaar geleden dat mama...'
'Dat mama wat?' vraag ik.
'Nou ja, dat mama...'
'Zichzelf voor de trein gooide,' vul ik haar aan. Het blijft een tijdje stil aan de andere kant van de lijn. Ik hoor haar onrustige ademhaling.
'Gaat het wel goed met je, pap?' vraagt Stella dan. 'We horen zo weinig van je.'
'Ja, prima,' antwoord ik. 'Ik eet een stuk taart.'
'Taart? Wat voor taart?' Ik kijk naar het stukje gebak dat op een schoteltje naast mijn lege mok staat.
'Cheesecake,' antwoord ik. Ik ben er vrij zeker van.
'Waarom eet je cheesecake?'
'Dat werd gratis mee bezorgd bij de pizza.' Volgens de folder een spetterende summerdeal, hoewel ik niet begrijp wat cheesecake en de zomer met elkaar te maken hebben. Waarschijnlijk was het ijs op.
'Pap, zal ik langskomen?' Haar stem klinkt smekend.
'Nee, dat is absoluut niet nodig. Volgens de dokter heb ik rust nodig, ik ga zo weer terug naar bed. Het warme weer maakt me sloom.'
Stella aarzelt.
'Hoe gaat het met de viooltjes?'
'Uitstekend,' antwoord ik. 'Ze staan op het balkon.'
'Vergeet ze geen extra water te geven met deze warme dagen.'
'Ik zal het direct na mijn middagdutje doen,' stel ik haar gerust.
'Fijn pap, bel mij als er iets is. Goed?'
'Ja, ja. Kus, liefs, doei.''
Snel zet ik de hoorn terug in de houder.

Ik schep nieuwe koffie in de filter, schenk water bij en wacht. De bruine prut druppelt traag in het kannetje. Ik schud aan het apparaat. Hoe harder je wacht des te langer het duurt. Wat dat betreft had Marie gelijk, je kunt maar beter nergens op wachten. Eva en de overbuurjongen zitten nog steeds op het balkon. Zij leunt wat achterover en legt haar benen op zijn schoot. Sally komt de hoek om gefietst, ze zwaait naar Eva en Eva zwaait terug. Ik wil ook zwaaien, maar Sally en Eva zien me niet.

Het is nu twee zomers geleden dat de ziekte van Kahler bij Marie werd gediagnosticeerd, een zeldzame vorm van beenmergkanker. Lopen ging steeds moeizamer, op den duur kon ze haar zomerjurkjes niet meer zelf aantrekken of koffie drinken zonder te morsen. Soms was er opeens een goede dag, dan liepen we naar het park langs het spoor achter ons huis, maar de meeste dagen waren slecht. Dan zat ze onderuitgezakt in een stoel voor de televisie, zonder naar de televisie te kijken. Ik kleedde haar aan, kocht rietjes voor de koffie, sneed haar brood in kleine stukjes. Ze kreeg een scootmobiel die ze niet durfde te gebruiken, dus duwde ik haar in een rolstoel door de stad, langs de Hofvijver, door de paleistuinen. We dronken koffie op de Grote Markt, aan een picknicktafel waar de jonge mensen hun koffie en bier dronken. Ze keek graag naar de jonge mensen in de stad. Ik nam haar zelfs mee naar Texel, waar we verdwaalden in de duinen en beide banden van de rolstoel lek reden. Maar blijkbaar was dat niet genoeg. Op een goede dag nam ze toch de scootmobiel en reed zichzelf onder de trein. Van de scootmobiel bleef meer over dan van haar.

undefined

Chris drinkt weer koffie op zijn balkon, Eva drinkt namelijk niet langer koffie op het balkon van de overbuurjongen. De overbuurjongen zit nog wel op zijn balkon, maar drinkt geen koffie meer. Ook geen sterke drank. Hij drinkt tegenwoordig thee met verse blaadjes munt. Eva is nu met het broertje van de overbuurjongen van Chris. Hij woont aan de andere kant van de stad, dat heb ik van Chris zelf. Ik verwelkomde hem terug op het balkon en toen vertelde hij dat aan mij. Het is de enige conversatie die we ooit met elkaar hebben gevoerd. Sally komt nog steeds elke woensdag, ze is een goede tweede, maar lang niet zo leuk als Eva. Nu de herfst eraan komt, wordt het uitzicht op Scheveninglive ook steeds minder. Vorige week woensdag was het strand helemaal leeg. Op de boulevard liep alleen een zwerver van prullenbak naar prullenbak. Ik heb hem de hele middag gevolgd. Hij vond een half bakje friet en twee blikjes energiedrank. Stella heeft nog een aantal keer gebeld, ik deed alsof ik sliep en liet de telefoon rinkelen. Van de week stond ze beneden bij de voordeur. Ik kon haar zien vanaf het balkon, ze had een grote weekendtas bij zich. Ze zwaaide naar mij en riep iets wat ik niet verstond. Ik zwaaide terug, maar heb haar niet binnen gelaten.

Ik zit achter mijn bureau zonder koffie. Het apparaat is stuk. Vandaag tussen tien en vijf wordt een nieuwe gebracht. Op Scheveningenlive vecht een groep meeuwen om een boterham met pindakaas. Een gezette man in een schort jaagt de vogels weg met een bezem. De vogels vliegen op en vertrekken naar zee. Ze vliegen steeds verder en hoger. Ik blijf ze volgen, net zo lang tot ik hun stipjes niet meer kan onderscheiden van de rest van de ruisige pixels en er slechts een grauwe blauwe vlek op mijn beeldscherm achterblijft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden