Euthanasie als verkapte doodstraf

De Belgische zedendelinquent Frank Van Den Bleeken krijgt toch geen euthanasie. Is euthanasie in zijn geval rechtvaardig of juist inhumaan?

Al jaren strijdt hij voor euthanasie, de Belgische zedendelinquent Frank Van Den Bleeken. "Ik zit hier maar te wachten, ik kan evengoed een bloempot zijn", zei de 51-jarige man die nu al bijna dertig jaar vastzit voor een lustmoord en vier verkrachtingen, in een reportage van het Vlaamse actualiteitenprogramma 'Panorama'.

Volgens psychiaters is hij psychisch ziek en lijdt hij onder zijn celstraf. In september gaf de rechter hem toestemming uit het leven te stappen en afgelopen weekeinde werd bekend dat de euthanasie zondag zou worden uitgevoerd. Dinsdag trok de arts die hem de dodelijk injectie zou geven, zich terug. Waarom deze arts ervan heeft afgezien, is vanwege het beroepsgeheim niet bekend. De familie van Van Den Bleeken is verbijsterd over het afzeggen.

De kwestie zorgt voor veel ophef. Is euthanasie voor deze zedendelinquent rechtvaardig of juist inhumaan?

Peter Nissen, hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en remonstrants predikant, vindt dat laatste. "De dood is in dit geval geen uitweg maar een uitvlucht. Hij moet een adequate behandeling krijgen. Hij is gestraft en is daarnaast ziek. Ook een gestrafte heeft recht op behandeling bij ziekte, of het nu psychisch is of lichamelijk."

Dat hem een behandeling werd onthouden is volgens Matthias Smalbrugge, hoogleraar christendom en cultuur aan de Vrije Universiteit, eveneens de grootste onrechtvaardigheid in deze kwestie. "Ik sluit me inderdaad bij die opmerking aan dat Van Den Bleeken op deze manier wacht als een bloempot. Als je een been breekt als gevangene, word je geholpen, waarom dan niet voor een psychische stoornis als deze? Daar kun je moeilijk wat tegen hebben. Euthanasie is in dit geval een verkapte doodstraf. Dat zou je niet moeten doen."

Nissen: "Dat hij ondraaglijk lijdt, werd niet veroorzaakt door zijn ziekte, maar door een falend detentiesysteem."

Smalbrugge stelt voor om de discussie 'op een hoger plan' te tillen. "Dan valt er wel wat meer over te zeggen." Hij vertelt dat hem opvalt dat deze kwestie in de eerste plaats wordt gezien als een probleem dat opgelost kan worden. Smalbrugge: "Aan de basis van de verontwaardiging lijkt de opvatting te liggen dat er een oplossing mogelijk is. De verontwaardiging suggereert dat als we maar iets willen, er altijd wel wat aan valt te doen. De redenering gaat als volgt: we hebben een schuldige, namelijk de Belgische overheid. Als die inziet hoe we met gevangenen moeten omgaan, is het probleem opgelost. De vraag is of dat zo is. Stel, deze man zou therapie hebben gekregen en het had niet geholpen, wat dan? Was het verzoek tot euthanasie dan acceptabel geweest? Was het dan vergelijkbaar met een kankerpatiënt die uitbehandeld is? Zou zijn dood dan schuldeloos zijn?"

Nissen: "Dat zou kunnen. In Nederland zijn er twee criteria om in aanmerking te komen voor euthanasie. Ten eerste moet het lijden uitzichtloos zijn, ten tweede ondraaglijk. Dat lijkt me een legitieme grond. Toch is het geen absoluut recht. De Belgische delinquent wilde zijn eigen dood, maar wilde vervolgens via de rechter afdwingen dat anderen hem zouden doden. Dan stuit je op de grens van de individuele zelfbeschikking. Je kunt wel zelf dood willen, maar je kunt niet van andere mensen of van de staat eisen dat die je dood maken. Individuele zelfbeschikking is geen absolute waarde, maar een relatieve waarde; zij moet altijd bekeken worden in relatie tot de vrijheid van anderen. Vandaar dat een arts euthanasie mag weigeren."

Smalbrugge: "Als je zegt: ik ervaar geen zin meer, dus ik wil dood, dan ben ik daar geen voorstander van. Waarom niet? Omdat je in mijn beleving niet voldoende analyseert. Deze zedendelinquent is een heel wrang voorbeeld, maar we kampen allemaal met de zinloosheid van het bestaan. Au fond wachten we allemaal op Godot." 'Wachten op Godot' is een absurd toneelstuk van de Ierse schrijver Samuel Beckett. Daarin wachten twee personages tevergeefs op een zekere Godot, een persoon die nooit zal komen. Het stuk is op te vatten als een metafoor voor de zinloosheid van het leven.

Smalbrugge legt uit wat hij bedoelt: "We gaan ervan uit dat alles oplosbaar is. Ik sta daar wat anders in. De vraag moet in mijn ogen niet zijn of euthanasie voor deze zedendelinquent rechtvaardig of inhumaan is. De vraag moet zijn: hoe gaan we om met zinloosheid? Is de dood het juiste antwoord? Die vragen worden te weinig gesteld."

Nissen valt hem bij: "Het negeren van dit thema is toch wel een groot manco in de discussie rondom het levenseinde. Niet alleen van deze man, maar in zijn algemeenheid. Er is een onvermogen om met ongerijmdheden en onvolkomenheden in het leven om te gaan."

Smalbrugge: "In onze cultuur zijn we verleerd om te gaan met de tragische kanten aan het leven. Deze casus is een heel extreem voorbeeld, maar maakt dat wel heel scherp duidelijk. Allemaal kampen we met de zinloosheid van het bestaan. Daar kun je onder lijden, maar daar kun je niets aan veranderen. In deze specifieke kwestie heb ik hierover nog niets gehoord, ook niet bij de kritische ethici. Die lijken het vooral te zien als een probleem dat opgelost kan worden. Maar stel, de man krijgt binnenkort toch een ideale behandeling en het het werkt niet. Wat dan?"

Nissen: "Via de rechter heeft deze Belgische gevangene gevraagd om zijn euthanasieverzoek gehonoreerd te krijgen. Dat is hem gelukt. Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling. Er wordt gekeken naar de regels. De achterliggende motieven worden overgeslagen. Ook in de kwestie rond deze Belgische gevangene. We hebben een soort ideaalbeeld gecreëerd van een volmaakt mens. Daar moeten we aan voldoen. Als we daarin falen, hebben we een probleem, en dat moeten we wegwerken, is de redenering."

Smalbrugge: "Ons ontbreekt het besef van een tragische realiteit, zoals je dat bij de Grieken leest en in de christelijke cultuur aantreft. Denk in de Bijbel aan de verhalen van Job en de dochter van Jefta of een Griekse tragedie als Medea. Natuurlijk, deze verhalen zijn hier en daar nog bekend, maar ze voeden niet meer onze cultuur. Alleen op sommige momenten worden ze nog gezien, wanneer iemand het verhaal van Job in de kerk hoort, of Medea in de schouwburg ziet. Dit soort verhalen laat zien dat tragiek en lijden bij het leven horen."

Nissen: "Ze leren ons hoe je moet omgaan met de pijnlijke, tragische kant van het leven."

Smalbrugge: "Daar kunnen we niet meer mee uit de voeten. Alles moet oplosbaar zijn. Dat is nu eenmaal niet zo. Niet alles is maakbaar. Ik vind het heel vreemd dat dit niet voorbijkomt in deze casus. Wat is er gebeurd met de cultuur als zelfs de ethici die over deze Belgische kwestie spreken geen literatuur meer lezen? Ik pleit voor een herwaardering van de wezenlijk tragische kanten van het leven."

De Belgische zedendelinquent Frank Van Den Bleeken tijdens een hoorzitting over zijn verzoek om euthanasie.

theologisch elftal

Smalbrugge

De Korte

Jansen

Kalsky

Leegte

Van Vlastuin

Klapheck Tollefsen

Van der Graaf

Borgman

Nissen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden