'Eussie' hield de regie in handen

Jan Eusman 1920-2014

Jan Eusman stelde zichzelf altijd doelen in zijn leven. Hij zat niet bij de pakken neer toen hij door een Duitse rechtbank twee jaar celstraf kreeg opgelegd. "Ik ben tot twee jaar veroordeeld, daarna ben ik weer vrij." Het werden loodzware jaren, maar hij hield vol en kwam vrij. Aan het eind van zijn lange leven zette hij er zijn zinnen op om 90 jaar te worden. Die verjaardag haalde hij puur op wilskracht - om vervolgens nog bijna vier jaar te leven.

Kerkgebouw De Schutse in Uithoorn zat op 19 maart vol tijdens de uitvaartdienst. Het bewijs dat Jan Eusman tot het laatst toe midden in het leven stond, in nauw contact met zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, met de leden van de Probus-club, de ouderenbond PCOB, het CDA, collega's van de VU en met het steeds kleiner wordende clubje van mensen met wie hij in het verzet had gezeten.

Jan, de oudste van een gezin van vijf kinderen, groeide op in een gereformeerd gezin in Amsterdam-Zuid. Vader Jan, stoffeerder, leerde zijn kinderen wat echt belangrijk was in het leven. Hij liet zijn kinderen een lapje stof zien dat vol gaten zat. "Maar om de gaten is het heel", doceerde hij. "Kijk eens hoe prachtig dat weefsel is met dat gouddraad en die schitterende kleuren!"

In de gereformeerde jongelingenvereniging viel Jan jr. op door zijn secure administratie en organisatietalent. In 1939 haalde hij aan de kweekschool zijn onderwijzersakte. Niet dat hij zo'n geboren onderwijzer was, maar de kweekschool ('de universiteit der kleine luiden') was in die tijd een goede basis om op voort te bouwen door er aktes bij te halen en zo op te klimmen. De oorlog gooide die plannen in de war. Jan raakte via schoolvriend Chris Arntzen al snel betrokken bij het in Amsterdam verspreiden van het verzetsblad Vrij Nederland. In juli 1941 werd hij gearresteerd en overgebracht naar het 'Oranjehotel' in Scheveningen, de strafgevangenis waar mensen vastzaten op verdenking van illegale activiteiten tegen de Duitse bezetters.

Voor de 21-jarige Jan was het een schok om te merken hoe hard het gevangenisleven kon zijn. Had hij op de jongelingenvereniging nog meegediscussieerd over de schijnbaar hypothetische vraag of zelfmoord geoorloofd was, in het Oranjehotel maakte hij al na een paar dagen mee dat een medegevangene de martelingen niet meer aankon en zich ophing. Jan zelf werd "lelijk verhoord", zei hij bijna zeventig jaar later tijdens een interview voor het project 'De Laatsten van Trouw'. De herinnering greep hem zichtbaar aan, maar hij wilde er niet over uitweiden. Later vertelde hij dat hij na het gesprek weer nachtmerries had gehad.

Neergeschoten en ontsnapt
In februari 1942 werd Jan tot twee jaar cel veroordeeld wegens 'Deutschfeindlicher Kundgebung'. Via een gevangenis in Bochum belandde hij in het najaar van 1942 in een werkkamp in het Duitse Dahlhausen. Daar moest hij locomotieven van kolen voorzien en wagons helpen lossen. Na terugkeer uit Duitsland pakte Jan de draad van het verzetswerk weer op, nu voor het illegale Trouw. "Je zou misschien zeggen dat je het na zo'n periode zat bent, maar dat was niet mijn reactie." Voor Trouw bracht 'Eussie' kopij naar drukkerijen en nam er stapels kranten mee. Voor de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) bracht hij mensen naar onderduikadressen en distribueerde bonkaarten. In mei 1944 liep het mis en werd Jan neergeschoten door een agent van de Nederlandse hulppolitie. Jans vader, ook actief in het verzet, hielp hem ontsnappen uit het ziekenhuis. Hij was maandenlang uit de roulatie omdat de schotwonden niet wilden genezen.

Ook na de oorlog speelden die wonden nog op. Medio 1946 trouwde Jan met zijn verloofde Tiny en ging met haar in de nieuwbouwwijk Slotermeer wonen. Daar werden tussen 1947 en 1955 dochters Ietske en Elly, zoon Jan-Peter en dochter Wilma geboren. Hun vader werkte in die periode op verschillende regiokantoren van dagblad Trouw. Het waren niet de gelukkigste jaren van zijn werkzame leven. Het zat Jan dwars dat Trouw de spreekbuis van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) was geworden en niet de brede christelijke krant waarvoor hij in de oorlog warm liep. Bovendien werd zijn organisatorisch talent door Trouw niet voldoende erkend en gewaardeerd.

Jan kwam veel beter tot zijn recht bij het ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij in 1962 ging werken. Als hoofd van de inwendige dienst hielp hij mee aan de voorbereidingen van de nieuwbouw. Doelen stellen, opbouwen en naar de toekomst kijken, dat was Jan op het lijf geschreven. Toen het ziekenhuis eenmaal draaide, vond hij een nieuwe uitdaging in de subfaculteit scheikunde van de VU. Hij gaf leiding aan het niet-wetenschappelijk personeel van de subfaculteit zoals glasblazers en instrumentmakers. Dat deed hij gewetensvol, maar ook op een zekere afstand van de mensen op de werkvloer.

Op een beslissing kwam hij niet terug; ja was ja en nee was nee. Thuis kwam het daardoor nogal eens tot botsingen met zijn kinderen, zeker toen die groter werden. De twee jongsten gingen in de vrijgevochten geest van de jaren zestig duidelijk hun eigen weg en daar was vader het niet altijd mee eens. "We hebben soms scherp gevochten, maar elkaar nooit laten vallen", blikt Wilma terug.

Nachtmerries
De herinneringen aan de oorlog bleven Jan Eusman zo achtervolgen dat hij op zijn 58ste moest stoppen met werken. Hij had veel last van nachtmerries, zeker nadat begin jaren zeventig de discussie over vrijlating van de Drie van Breda hoog opliep. Zijn vroegtijdige pensionering luidde een nieuwe loopbaan in, dit keer in het vrijwilligerswerk. In Uithoorn, waar Tiny en hij eind jaren zestig naartoe waren verhuisd, werd Jan actief in het ouderenwerk en in een schoolbestuur. Als er nog geen organisatie bestond, dan richtte Jan die zelf op, zoals de Stichting Welzijn Ouderen en Probus in Uithoorn.

Bij het verwerken van zijn oorlogstrauma vond Jan steun bij mensen die ook in het verzet hadden gezeten. Belangrijk waren de reünies van de Trouw-groep, de werkers van de vroegere verzetskrant. Hoewel Jan niet tot de selecte kerngroep van redactie en hoofdverspreiders behoorde, was hij wel bevriend met Wim Speelman en diens verloofde Mien Bouwman. Speelman werd kort voor de bevrijding gefusilleerd. Mien Bouwman groeide na de oorlog uit tot de 'moeder' van de Trouw-groep. Jan Eusman organiseerde samen met haar en hoofdverspreider Henk Toby de laatste zestien reünies, tot de Trouw-groep in 1998 besloot om er een punt achter te zetten.

Laatsten van Trouw
Twaalf jaar later kwamen de 'Laatsten van Trouw' toch nog één keer samen om in het Trouw-gebouw in Amsterdam de presentatie bij te wonen van de aan hen gewijde krantenbijlage en dvd. Jan Eusman kwakkelde toen al met zijn gezondheid. Zittend op zijn rollator naast de computer dicteerde hij aan dochter Wilma de tekst van de toespraak waarmee hij een zaal vol Trouw-redacteuren muisstil wist te krijgen. "Ons wordt wel eens de vraag gesteld: 'Was het echt verantwoord om voor een krantje als Trouw je leven in de waagschaal te stellen?' Wij vonden ons destijds in de kreet: 'Wie vrijheid zei, schreef 't leven af en koos de strijd God en het land gewijd'. Wij hadden elkaar nodig - redacteuren, drukkers, verspreiders en koeriersters - en hebben elkaar nooit losgelaten."

De redactie van Trouw ontving de illegale werkers van het eerste uur met een staande ovatie. Bij elke volgende ontmoeting vertelde Eusman ontroerd hoe bijzonder hij dat onthaal had gevonden. "En doet u de groeten aan meneer Schoonen!"

Vijf jaar geleden overleed Jans vrouw Tiny, na een voor hen beiden moeilijke laatste periode van dementie en opname in een verpleeghuis. Ook dat was voor Jan weer een moment om zichzelf een doel te stellen: uit het leven halen wat er nog in zat, het liefst temidden van zijn gezin en vrienden. Zijn krachten namen af, maar hij hield de regie in handen zoals hij dat gewend was. Zijn kinderen mochten suggesties doen, bijvoorbeeld wie de trouwe hulp Addy tijdens haar vakantie moest vervangen, maar de 'Raad van Jannen' (dat was hijzelf) had het laatste woord. "Ik heb alles overdacht en dit is mijn beslissing", mailde hij aan zijn kinderen.

September vorig jaar wisten twee mannen Jan thuis in Uithoorn met een smoes zijn bankpasje te ontfutselen en geld van zijn rekening te halen. Achteraf gezien was dat een kantelpunt: Jan was de regie en controle kwijt. Toch had hij zichzelf nog een doel gesteld: er als lid van het comité van aanbeveling voor te helpen zorgen dat 'Doodencel 601' van het Oranjehotel voor het publiek toegankelijk wordt.

Zelf hield Jan Eusman de herinnering aan de oorlog en zijn gevallen kameraden levend door de dichter Jan Willem Schulte Nordholt (zijn 'slapie' in kamp Dahlhausen) te citeren: 'Elke morgen als ik wakker word / na de zware dromen ben ik vrij / om de doden in mijn hart geborgen / omdat zij gestorven zijn voor mij'.

Jan Eusman werd geboren op 20 april 1920 in Amsterdam. Hij overleed op 14 maart 2014 in Amsterdam.

8 juli 1943: Jan Eusman is teruggekeerd uit Duitse gevangenschap. Die ervaring weerhield hem er niet van zich weer bij het verzet te voegen.

Jan werd 'lelijk verhoord', maar wilde daar niets over kwijt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden