Eurovisie Songfestival: verslavende bron van ergernis

De kwaliteit van het Eurovisie Songfestival is doorgaans abominabel. En toch zit half Nederland morgenavond weer met de puntenlijst op de knieen voor de buis. Want alles met een onbekende afloop is leuk, zegt de kenner. Maar hoe dat moet, als Bosnie-Herzegowina en de Oekraine ooit ook iemand willen sturen, daar is de organisatie nog niet uit. Misschien komen er wel voorrondes, net als bij de EK voetbal.

"Miljoenen kijken. Miljoenen zitten zich al kijkend te vervelen. Waarom toch? Voor dit Eurovisie Songfestival geldt het motto dat Wim Kan uitvond: moeite noch kosten noch kijkers gespaard." Dat is bij de vijfde verjaardag van het liedjesfestijn. In die tijd heeft Nederland twee keer gewonnen: met Corry Brokkens 'Net als toen' (1957) en Teddy Scholtens 'Een beetje' (1959). Meer dan dertig jaar later is de dood van het songfestival nog steeds niet ingetreden.

Is er nog belangstelling voor het Eurovisie Songfestival? Neem nu eens de redactie van het dagblad Trouw. Collega 1 bekent bijna in tranen te zijn geweest toen Johnny Logan vijf jaar geleden in Brussel zijn 'Hold me now' naar de eerste plaats zong. Collega 2 is stinkend jaloers dat hij niet naar Malm mocht. Collega 3 kan nog steeds feilloos 'Een beetje', 'Wat een geluk' en 'Kleine kokette Katinka' aanheffen. En collega 4 wisselt al een dag of wat neuriend 'Wijs me de weg' en 'Traume sind fur alle da' af. Nee, met die belangstelling lijkt het nog wel mee te vallen. Trouwens, naast het voetbal en de Olympische Spelen is er geen televisie-programma dat zoveel miljoenen kijkers trekt als het jaarlijkse liedjesfestival.

Alle schandalen, beschuldigingen van corruptie en plagiaat, alle platituden in teksten en melodieen ten spijt bloeit het Songfestival dus als nooit tevoren. Er doen dit jaar 23 landen mee, een record, en het aantal kijkers vertoont ook nog steeds een stijgende lijn.

Pretenties heeft het festival niet. 'Een avondvullend amusementsprogramma' noemt Willem van Beusekom het. De NOS-radiodirecteur is al jaren een kenner. Hij is sinds het vertrek van Willem Duys de vaste commentator en maakte dit jaar deel uit van de selectiecommissie voor het nationale songfestival. Warry van Kampen, tussen eind jaren zestig en begin jaren tachtig organisator van die nationale festivals, beaamt het, maar voegt er aan toe: 'Wel een beetje lang'. Hij is er 'totaal op uitgekeken'. Morgenavond zal hij waarschijnlijk even inschakelen als de jurering begint.

Pretenties had het festival ook niet toen het in 1956 voor het eerst werd gehouden. Het hing eigenlijk van toevalligheden aan elkaar. De televisie had net haar intrede gedaan en binnen Eurovisie-verband probeerde men de kosten van grote evenementen wat te verdelen. Dat betekende: samen de kosten van grote voetbaltoernooien dragen en iets organiseren als het roemruchte songfestival van San Remo in Italie. En zo togen in 1956 deelnemers uit zeven Europese landen - de 'oude' EG plus Zwitserland, de keurige neutrale zetel van de European Broadcasting Union - naar het mondaine Lugano voor een wedstrijd.

Jetty Paerl, ook een deelneemster van dat eerste uur, kijkt met innemende nuchterheid terug op die gebeurtenis. 'Een voorstellinkje' noemde zij het in een tv-overzicht van de Tros van 35 jaar Eurovisie Songfestival. Het was niet commercieel en er lagen geen plaatjes in de winkel. En over kongsies en doorgestoken kaarten gesproken, een jaar of wat geleden vertelde ze in Het Parool meteen te hebben geweten dat Lys Assia met de overwinning zou gaan weglopen. "Een Zwitserse in Zwitserland, dat is een uitgemaakte zaak: die wint." En inderdaad.

Meer nog dan bij La Brokken stond Nederland op zijn kop bij de nipte overwinning van Teddy Scholten. Fans op de luchthaven Schiphol en moeders die, met de radio aan, hun kinderen bij de afwas inprentten: 'Dat is Teddy Scholten. Die heeft gisteravond het Songfestival gewonnen.' Met het gevolg dat veel van die kinderen jaren na dato 'festivalverslaafden' zijn. Het was voorlopig het laatste succes van Nederland. Van Rudi Carrell tot Ronnie Tober bleef iedere deelnemer in de onderste regionen steken. Als dieptepunt geldt nog steeds de afvaardiging van Therese Steinmetz, een in die tijd erkend goede zangeres. Maar ja, als een jury, bestaande uit het gehele Nederlandse volk, je de arena instuurt met de tekst 'Dit wordt een ringdingedingeding, ringdingedingeding, ringdingedingeding, ringedingdag' dan kun je maar beter voor de eer bedanken.

Niettemin mocht 'het volk' in 1969 weer kiezen. Het werd 'De toeteraar' (die man met die tuba van boven) van Conny Vink. Heel vrolijk hoor, meende de deskundigenjury, maar ons lijkt 'De Troubadour' van Lenny Kuhr meer geschikt. Met een meerderheid van een stem werd beslist dat 'De Troubadour' naar Madrid zou worden afgevaardigd. En Kuhr won, zij het met nog drie anderen.

Dat 'overrulen' werpt de vraag op of het Eurovisie Songfestival een zaak van het volk, door het volk moet zijn. Kortom, moet iedereen liedjes kunnen insturen, moet iedereen kunnen meedoen, moet iedereen kunnen oordelen? In de loop der jaren is er het een en ander geexperimenteerd, ook door Nederland. Met beperking van het aantal deelnemers aan de nationale voorronde, soms tot een artiest. Of met beperking van de jurering, soms tot enkel deskundigen.

Nederland besloot dit jaar alleen gevestigde namen te vragen een liedje te schrijven en ze konden er zelfs de naam bij leveren van de gewenste artiest. Van Beusekom: "Dat hebben we bewust gedaan om componisten en tekstschrijvers te stimuleren. Maar uiteindelijk is slechts een ding belangrijk: het adequaat kiezen." Voor 'aanwijzen' voelt hij weinig. Van Kampen meent dat de selectie open moet blijven, om nieuw talent een kans te geven. Erkende namen, die ten tijde van Van Kampens supervisie over het nationale festival onder een schuilnaam inschreven om zo als 'nieuw talent' te verrassen, vielen doorgaans door de mand. Van Kampen: "Ik herkende ze aan de stijl of het handschrift."

Henk Temming (Het Goede Doel) was dit jaar een van de liedjesleveranciers. Hij componeerde en Paula Patricio schreef de tekst van 'Gouden Bergen', dat werd vertolkt door Laura Vlasblom. Niet dat er extra werk voor moest worden verzet. Hij had 'Gouden Bergen' al liggen en Vlasblom had er al een demo van ingezongen. Temming vindt meedoen aan iets als een songfestival alleen riskant als hij een slecht liedje zou leveren. Maar zeker zo belangrijk acht hij de kwaliteit van de jury. "Ik heb me geergerd aan de instelling van een juryvoorzitter als Ben Cramer, die roept dat hij de herkenningsmelodie nog het beste vond."

De liedjes moeten nog steeds in de eigen taal worden gezongen, al heeft de EBU een jaar of twintig geleden een experiment toegestaan, waarbij ieder land zelf de taal mocht bepalen. Dat hielp onder meer de enige groep die via het songfestival doorbrak naar een wereldsucces: Abba. Van de 39 winnaars die de afgelopen 36 festivals hebben opgeleverd, zongen er 14 in het Frans en 9 in het Engels. De andere liedjes moesten op hun aansprekende melodie de top halen.

Nederland, dat een van de 'gedupeerde' landen is, heeft regelmatig de taalkwestie aan de orde gesteld, zegt Van Beusekom, maar alle voorstellen sneuvelen jaar in jaar uit. Van Beusekom: "Als nieuwste idee hebben we voorgesteld om de jury vooraf naar twee versies te laten luisteren, een in de eigen taal, de ander in een taal naar keuze. Dan weten ze tenminste waar het over gaat. Tijdens de finale kan er dan weer in de eigen taal worden gezongen. Dat lijkt me wel aardig."

De taalkwestie verzinkt in het niet bij het probleem dat opdoemt als per 1 januari 1993 de EBU samengaat met zijn Oosteuropese tegenhanger de OIRT. Alle Oosteuropese landen, de landen van het voormalige Joegoslavie en de participanten in het GOS inbegrepen, zouden zich in principe kunnen aanmelden als gegadigden voor het Eurofeest. Om de lengte te beperken tot een kleine drie uur heeft de EBU destijds al bepaald dat er niet meer dan 22 landen mogen meedoen aan de Europese finale. Dat dit jaar Malta als 23ste mag deelnemen wordt al als een maximale concessie gezien. Met de Oosteuropese toestroom zit de EBU over enige tijd met misschien wel het dubbele aantal kandidaten. En het vooruitzicht op een festival van zes uur is iets waar de EBU nooit aan zal willen. Waar Israel en Turkije de afgelopen jaren zijn geaccepteerd kan de EBU echter nauwelijks argumenten vinden om Oost-Europa te weigeren. De gedachten gaan voorlopig naar een systeem met voorronden als bij WK en EK voetbal.

Morgenavond is de oude club nog onder elkaar voor enkele uren pretentieloos amusement voor honderden miljoenen. Van Beusekom schuift de kritiek terzijde dat het festival een achterhaald fenomeen is. "Er zal altijd op worden gekankerd. Dat het oppervlakkig is. Maar iedereen zit wel mooi met een lijstje op de knieen om punten te tellen en mee te jureren." Van Kampen heeft er ook niets op tegen: "Het is het enige grootse op amusementsgebied wat we nog hebben, dat moet je niet weggooien. Bovendien, alles met een onbekende afloop, of het nu voetbal is of het festival, vinden de kijkers leuk. Waarbij het score-verloop nog weer het leukst is. Zolang de mensen er naar kijken heeft het een functie. Hoewel ik me afvraag of iemand het zou missen als het niet meer bestond."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden