Column

Europese slaven, dat past niet in ons overzichtelijke wereldbeeld

Slavernijmonument in het Oosterpark, Amsterdam Beeld anp

Mooi dat uw krant gisteren aandacht besteedde aan het lot der Europese slaven in Noord-Afrika. Vanaf begin zestiende tot eind achttiende eeuw leefden minstens één miljoen Europeanen in islamitische lijfeigenschap - het cijfer is berekend door de Amerikaanse historicus Robert C. Davis die er een spraakmakend boek over schreef.

Voor menigeen moet het een verrassing zijn. Onze eigen bedroevende rol in de trans-Atlantische slavenhandel is immers genoegzaam bekend. De ellende van de christenslaven in Noord-Afrika bleef daarentegen 'een goed bewaard geheim', zoals Eildert Mulder terecht schrijft.

Dat u en ik daar weinig weet van hebben, zou volgens kenners komen doordat deze episode nauwelijks tastbare sporen heeft nagelaten. De Arabische slavenhouders blonken niet uit in administratieve ijver en er bestaat geen equivalent van het slavenfort Elmina; de stenen getuigen in Noord-Afrika zijn van de aardbodem verdwenen. Bovendien waren de Europese slaven voor het overgrote deel mannen, die ook nog eens celibatair moesten leven.

Dus lopen er, zeg maar, anno 2013 geen nazaten rond die zich kunnen wentelen in slachtofferschap, spijtbetuigingen of excuses kunnen eisen, of op hoge toon herstelbetalingen verlangen voor het leed dat hun voorgeslacht is aangedaan.

Vracht aan zonden en verschrikkingen
Dit verklaart veel, maar niet alles. Dat er tot voor kort weinig belangstelling bestond voor het islamitische aandeel in de slavernij heeft ook ongrijpbaarder redenen. Het lijkt er vooral op dat zoiets niet past in ons overzichtelijke wereldbeeld. Wij hechten, vrees ik, nogal aan het archetype van de blanke Europeaan die het alleenrecht heeft op het Kwaad. Of, zoals de Franse filosoof Pascal Bruckner enkele jaren geleden treffend schreef: "Wie als Europeaan wordt geboren, draagt een vracht aan zonden en verschrikkingen met zich mee en erkent dat de blanke overal waar hij kwam dood en verderf heeft gezaaid. Voor hem is leven in de eerste plaats zich verontschuldigen." Omdat onze voorvaderen, kortom, geen lieverdjes waren, zijn wij maar al te bereid om onszelf tot in lengte van dagen te kastijden.

En wee je gebeente als je daar weinig voor voelt.

Toen emeritus hoogleraar geschiedenis Piet Emmer onlangs in Letter & Geest enkele mythen rond de trans-Atlantische slavenhandel ontkrachtte werd hij onmiddellijk uitgemaakt voor 'reactionair historicus'. "Het stuk van Emmer lijkt meer een pleidooi voor een bepaalde ideologie dan een wetenschappelijk onderbouwd stuk", brieste een lezer op de site. Terwijl het in diens essay juist wemelde van de cijfers en feiten.

Of we ooit met open blik naar het vraagstuk zullen kijken lijkt me intussen de vraag.

Toevallig schreef deze krant vorige week over krasse staaltjes van hedendaagse slavernij. In alle Afrikaanse landen waar Arabieren en 'donkere groepen' bij elkaar leven, leerde ik daaruit, is er nog sprake van slavernij. Maar nergens op zo'n schaal als in de islamitische republiek Mauritanië. Hoewel het land, als allerlaatste natie ter wereld, de praktijk in 2007 afschafte bij wet, leeft twintig procent van de bevolking nog steeds in slavernij. Helaas kijkt het Westen weg omdat het Mauritanië - geheel ten onrechte - beschouwt als een bondgenoot tegen moslimterrorisme. En ook de Afrikaanse diaspora zwijgt omdat die zich bij voorkeur richt op "wat het Westen Afrikanen heeft aangedaan".

Inderdaad, daar zit logica in. Maar niet een die ik kan volgen.

 
Omdat onze voorvaderen geen lieverdjes waren, zijn wij maar al te bereid om onszelf tot in lengte van dagen te kastijden.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden