Europese cijfers Jodenhaat? Die zijn er niet.

Omvang antisemitisme in Europa moet centraal in kaart gebracht worden, vinden experts

Groeit het antisemitisme in Europa? Drie voorvallen. Een man schoot afgelopen weekend in het Joods museum in Brussel drie mensen dood. Een vierde slachtoffer overleed later in het ziekenhuis. In Parijs, waar de affaire rond komiek Dieudonné nog vers in het geheugen ligt, werden dit weekend twee Joodse mannen in elkaar geslagen. Eerder deze maand moesten waterkanonnen vierhonderd deelnemers aan een 'antisemitisch congres' in de Brusselse wijk Anderlecht uiteenjagen.

Wat is hier aan de hand? Zijn dit losse incidenten of is er sprake van een trend? Onmogelijk die vraag te beantwoorden. De verklaring? Betrouwbare cijfers ontbreken.

Dat moet veranderen, vindt Esther Voet, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi), antisemitisme-waakhond in Nederland. "Er moet een gezamenlijke Europese aanpak komen", zegt Voet. Dat wil zeggen: één Europese instantie waar antisemitische uitingen in de EU systematisch worden geregistreerd. De SGP vindt dat ook en zal er vandaag bij premier Mark Rutte op aandringen dit voorstel in Brussel aanhangig te maken.

Het pleidooi is Tapia Blanca uit het hart gegrepen. Zij is woordvoerster van de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA), het enige EU-instituut dat antisemitisme in Europa systematisch in kaart probeert te brengen. "Wij roepen dit al jaren".

Het probleem: er is geen eenduidige omschrijving van wat er precies onderzocht wordt. Wanneer geldt iets als een 'antisemitische uiting'? "Voor sommigen valt kritiek op Israël daar bijvoorbeeld ook onder", zegt Esther Voet. "Er is geen ijkpunt."

Blanca: "Er zijn wel allerlei rapporten uit verschillende landen, maar die gegevens kun je niet samenvoegen, omdat ze verschillende dingen meten met verschillende criteria."

Het ene land, zegt ze, meldt zowel antisemitische daden als bedreigingen (Frankrijk), het andere alleen echte incidenten, dus geen bedreigingen. Een derde land, zoals bijvoorbeeld België, schaart alleen Holocaustontkenning onder 'antisemitisme'.

Nog een probleem: het gebrek aan animo om incidenten aan te geven. Volgens een enquête van de FRA uit november 2013 geeft 76 procent van de Joodse respondenten aan geen melding te maken van incidenten, ook niet als het 'zeer ernstige' betreft. "Mensen denken: er verandert toch niks", legt Blanca uit. "Dit geldt overigens ook voor andere minderheden, zoals Roma. Maar bij Joden ligt de onderrapportage het hoogst."

Dit roept de vraag op of meldpunten (zoals het Cidi) wel de beste manier zijn om antisemitisme te meten. Maar je moet roeien met de riemen die je hebt - in veel landen is zelfs een meldpunt er niet. "In nota bene Duitsland is er überhaupt geen instantie waar je met antisemitische incidenten terecht kunt", aldus Voet.

Een centrale Europese instantie moet al deze onderlinge verschillen verhelpen. Dan kan er eindelijk een helder beeld ontstaan van het antisemitisme in Europa. Nu moeten beleidsmakers en onderzoekers het vooral doen met vermoedens.

Een gezamenlijk Europees beleid, zegt Voet, is ook hard nodig omdat Europeanen steeds meer met elkaar te maken hebben. "Landen als Polen en Hongarije zitten in dezelfde Unie als wij. Daardoor is het ook ons probleem in Nederland."

Voet benadrukt dat niet alleen 'nieuw' antisemitisme via Arabische schotelzenders in Europa terechtkomt, maar dat ook 'oud' Europees antisemitisme ongehinderd blijft bestaan. "In Oostenrijk, Frankrijk en in Oost-Europa blijft het antisemitisme gewoon voortwoekeren. Dat is al honderden jaren geleden ontstaan in de katholieke kerk."

Hoe meet je antisemitisme?

Elk jaar publiceert de European Union Agency for Fundamental Rights een rapport over antisemitisme in Europa, gebaseerd op informatie uit afzonderlijke EU-lidstaten. Uit onvrede over de beschikbare data kwam het in november voor het eerst met een eigen onderzoek: een enquête onder Joden uit de acht Europese landen waar de meeste Joden wonen: Frankrijk, België, Hongarije, Zweden, Italië, Duitsland, Letland en Groot-Brittannië. Aan de respondenten (5847 in totaal) werd gevraagd in welke mate zij in hun dagelijks leven last hebben van antisemitisme. 66 procent ervaart antisemitisme als een groot probleem; volgens 76 procent is het de afgelopen vijf jaar gegroeid.

De Amerikaans-Joodse Anti-Defamation League waarop het Cidi zich baseert, pakt het anders aan. Middels een steekproef legde de organisatie inwoners van 120 landen, waaronder alle Europese, 11 negatieve stereotyperingen voor, die met ja of nee moeten worden beantwoord. Bijvoorbeeld dat Joden loyaler zijn aan Israël dan aan het land waar ze wonen (het vooroordeel waarmee het vaakst werd ingestemd). Een ander cliché: Joden hebben te veel macht in de zakenwereld. Volgens deze organisatie heeft een derde tot de helft van de bevolking van de meeste Oost-Europese landen anti-Joodse sympathieën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden