Europees vrijwilligerskorps naar VS-model is gedoemd te mislukken

Rampzalige gevolgen bracht 9/11, maar ook positieve reacties, zoals de sterke toename van vrijwilligers die iets voor hun land willen betekenen. De aanmeldingen voor het Americorps-programma stegen met 80 procent in de maanden erna. Ruim een half miljoen Amerikanen melden zich jaarlijks aan voor dit vrijwilligerscorps, waarvan slechts 75.000 worden aangenomen omdat het Congres niet meer geld wil geven. Zij krijgen een klein stipendium om zich een jaar in te zetten voor minderbedeelden in heel Amerika, vaak reizend van plek naar plek om huizen te bouwen na een verwoestende tornado of les te geven in arme wijken.

EU-president Jean-Claude Juncker heeft deze week aangekondigd dat hij ook zo'n programma wil opzetten, een Europees Solidariteitskorps, bedoeld voor Europeanen tot 30 jaar. Hij wil dat er 100.000 vrijwilligers actief zijn voor 2020, die overal in Europa kunnen inspringen waar hulp nodig is. Naar verluidt is het programma geïnspireerd op Peace Corps, een Amerikaans programma dat al in de jaren zestig werd opgericht en ongeveer 4000 vrijwilligers per jaar uitzendt over heel de wereld.

Gaat het lukken? Ik hoop het. Het is een van de weinige concrete en nuttige ideeën van Junckers 'State of the European Union'-rede. Maar het plan heeft alleen kans van slagen als het niet het Amerikaanse idealistische patriottisme probeert te imiteren. De EU heeft nog niet dezelfde sociale samenhang en gedeelde idealen als de VS.

Een appèl doen op een Europese waarde als 'solidariteit' - zoals Juncker doet - is te abstract en heeft te weinig om het lijf om verschil te maken. Een appèl doen op de idealen van de vrijwilligers zelf zou beter zijn.

'Ask not what your country can do for you, but what you can do for your country' - deze woorden van John F. Kennedy tijdens zijn inaugurele rede in 1961 zijn veel Nederlanders nog steeds bekend. En deze woorden waren bedoeld als oproep aan jonge Amerikanen om zich vrijwillig in dienst te stellen van hun land. Dat leidde snel tot de creatie van het Peace Corps, die jonge Amerikaanse idealisten twee jaar naar het buitenland stuurde met een training van drie maanden en een kleine vergoeding. Door de veeleisendheid van het programma en de beperkte financiering is de organisatie klein gebleven. Peace Corps was ook deels culturele diplomatie; zo konden de harten van allerlei wereldbewoners gewonnen worden voor Amerika en raakten Amerikanen bekend met andere culturen.

Vergelijkbare programma's activeren meer Amerikaanse burgers. Kennedy richtte ook het Senior Corps op, waar nu jaarlijks ongeveer 300.000 oudere Amerikanen aan meedoen.

Americorps, Peace Corps en Senior Corps krijgen ondersteuning van de federale overheid, waardoor zij hun vrijwilligers kunnen trainen en een kleine compensatie bieden. Ze kunnen zich vervolgens aansluiten bij legio bestaande vrijwilligersprojecten door heel het land om deze te versterken.

In dit alles wordt een appèl op je gedaan als Amerikaan en de 'impact' die je zou kunnen hebben op je eigen natie. Dit soort patriottisme bestaat niet in de EU. Misschien zou de oprichting van een Europees Soldariteitskorps in 1961 succesvoller zijn geweest, toen er nog veel enthousiasme was voor Europese idealen. Maar nu lijkt 'solidariteit' een waarde die vooral het faillissement van Europa onderstreept.

Bij de oprichting van een Europees vrijwilligerskorps zou het beter zijn om minder hoog van de toren te blazen over gedeelde Europese waarden en adhesie aan de Europese vlag ten koste van nationale vlaggen, zoals een voorstander van het project beoogde. Zelfs in Amerika worden mensen niet alleen aangesproken door de taal van het patriottisme, maar ook door minder verheven idealen: de kans om te reizen, nieuwe vriendschappen op te bouwen en andere culturen te ontmoeten. Het daagt je uit om een diepere betekenis aan je leven te geven.

Als Europa een toekomst heeft, dan is het via deze lange weg, in de talloze ontmoetingen tussen Europeanen die niet in de eerste plaats meedoen aan een politiek project, maar elkaar vinden in de samenwerking en de gedeelde wens om elkaar te helpen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden