Europeanen eens over vredesmissie Albanië

ATHENE - De Europese landen en organisaties zijn het eens over de troepenmacht voor Albanië, die humanitaire en economische hulp in goede banen moet leiden. Nederland doet waarschijnlijk niet mee aan de 'beschermingsmacht' van circa 5 000 man.

THEO KOELE

Volgens minister van buitenlandse zaken Hans van Mierlo is een Nederlandse bijdrage niet per se nodig. “Er is een groot aanbod van landen die troepen willen leveren. We gaan ons niet opdringen”, zei de bewindsman gisteren in Athene, waar hij overleg voerde met onder anderen premier Bashkim Fino van Albanië. Zowel binnen de Nederlandse regering als in de Tweede Kamer bestaat grote huiver voor een militair avontuur in het roerige Balkanland. De herinnering aan de roemloze aftocht van Nederlandse militairen uit het Bosnische Srebrenica, met achterlating van talrijke slachtoffers, speelt daarbij een rol.

Als dienstdoend voorzitter van de Europese Unie beloofde Van Mierlo gisteren voedsel en andere hulpgoederen voor het verarmde Balkanland, alsmede steun bij de opbouw van een doelmatig regeringsapparaat. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) gaat zich bezighouden met het voorbereiden van verkiezingen in juni. Namens de OVSE zei de Oostenijkse ex-bondskanselier Franz Vranitzky in Athene: “Het belangrijkste is humanitaire en economische hulp. Om die te kunnen geven, wordt er een beschermingsmacht naar Albanië gestuurd”. Het is de bedoeling dat deze internationale troepenmacht medio deze maand in Albanië neerstrijkt.

Volgens Van Mierlo wordt er door militaire experts van de deelnemende landen, waaronder Frankrijk, Griekenland, Spanje, Turkije en Italië als leider van de operatie, nog overleg gevoerd over de zogeheten geweldsinstructies: hoe op te treden als de Europese militairen worden aangevallen? Volgens Vranitzky en Van Mierlo moeten zij over de capaciteit beschikken niet alleen om hulpverleners, maar ook zichzelf te beschermen. Over eventuele bescherming van de Albanese bevolking waren beide politici minder duidelijk.

De Europeanen hebben hun hoop gevestigd op de prille Albanese coalitie-regering onder leiding van premier Fino. Sommige partijen die daartoe behoren, en ook de premier zelf, onderhouden contacten met zogeheten burgercomités in het zuiden van Albanië, die over grote hoeveelheden wapens beschikken. Fino zei gisteren te streven naar 'nationale verzoening'.

Europa legt zich er bij neer dat de in zijn land zeer omstreden president Berisha aan blijft. Berisha is de man op wie veel Albanezen hun pijlen, of beter gezegd: hun geweren, gericht hebben. Hij behoort niettemin tot het huidige gezag in het land, betoogde Van Mierlo. De Europeanen hebben de heimelijke hoop dat Berisha na de verkiezingen in juni het veld zal ruimen. Van uitstel van de verkiezingen willen zij niet weten.

Volgens Van Mierlo moet er, om mensenlevens te sparen, haast gezet worden achter een gecoördineerde Europese actie om het door chaos verlamde Balkanland 'op eigen benen te zetten'. Ook de Raad van Europa, hoedster van de mensenrechten, zal ingeschakeld worden, met name om de verkiezingen een eerlijk en democratisch verloop te geven.

De Verenigde Staten houden zich, net als in de eerste fase van de oorlog in ex-Joegoslavië, afzijdig. Wel hebben zij als lid van de OVSE hun instemming betuigd met een actie in Albanië door Europese landen die daartoe bereid zijn.

Aanvankelijk zag minister Van Mierlo een militaire rol weggelegd voor de EU, dan wel voor de 'gewapende arm' daarvan, de West-Europese Unie. Maar de vijftien EU-lidstaten bleken verdeeld over militair ingrijpen. Met name Groot-Britannië en Duitsland keerden zich fel daartegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden