Interview

Europarlementariër Wim van de Camp vindt dat de passie uit de politiek is verdwenen

Wim van den Camp. Beeld Sander de Wilde

De 65-jarige Wim van de Camp (CDA) was 33 jaar lang onafgebroken volksvertegenwoordiger: 23 jaar in de Tweede Kamer, 10 jaar in het Europees Parlement. Dit is zijn afscheidsinterview.

“Het gevoel dat bij mijn afscheid overheerst, is dankbaarheid. Ik ben ontzettend dankbaar. Dat klinkt heel theatraal maar zo bedoel ik het niet. Ik heb dit vak 33 jaar mogen doen en veel politieke stormen overleefd.

“Sommige aspecten hebben mij wel persoonlijk geraakt, zoals de plek op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer in 2002, toen Jan Peter Balkenende aantrad. Er waaide een wind van vernieuwing binnen het CDA. Toen kwam ik op plek 34. In peilingen stonden we op 28, 29 zetels. Dus dat was wel even schrikken (uiteindelijk veroverde het CDA, negen dagen na de moord op Pim Fortuyn, 43 zetels, red.).

“En sorry dat ik meteen zo persoonlijk word, maar rond mijn homoseksualiteit kon het af en toe ook wel schuren. Je was toch homo in het openbaar, van het CDA, kan dat allemaal wel? De prachtige uitspraak van collega-Kamerlid Ger Koopmans (‘bij de PvdA zitten ze op de boot, bij ons in het kabinet’) heeft mij enorm gesterkt.

Schijnwereld

“In Brussel is er wat dit onderwerp betreft een grotere schijnwereld dan in Nederland. Er is hier veel meer homoseksualiteit dan men wil toegeven, maar rond mijn persoon is die geaardheid nooit een probleem geweest. Vaak wisten mijn collega-parlementariërs uit andere, conservatievere landen het ook helemaal niet. Ik loop hier niet rond met een bordje ‘ik ben homo’.

“Dankbaarheid overheerst dus, en al klinkt het aanmatigend, ik heb het vlekkeloos gedaan. Dat lag ook aan de rol die ik mij toe-eigende, die van de probleemoplosser. Ik ben niet zo’n ideoloog, zo van: ‘dit is de CDA-lijn en die moet boven alles zegevieren’. Al ben ik ook geen voorstander van eindeloos praten. Mijn leven is bepaald door de uitdrukking ‘het hooi moet binnen zijn voordat de regenbui eraan komt’. Als je het oneens bent, ben je het oneens.

“Ik ben heel taai. Bij ons thuis op de boerderij hadden we de uitdrukking (Van de Camp zet een Brabants accent op): ‘Je hebt mensen van ’t zoand en je hebt mensen van de klaai.’ Die mensen van het zand waren armer, die moesten harder werken om het inkomen te krijgen van iemand van de klei. En ik ben van het zand. Altijd hard gewerkt, tot op het laatst.

Lobbyist

“Na de laatste zittingsdag in Straatsburg, afgelopen donderdag, is voor mij een rustige periode aangebroken, al zal ik beschikbaar zijn voor de campagne mocht iemand mij nodig hebben. Ik neem afscheid als Europarlementariër, maar niet als politicus. Ik ga een paar vrijwilligersklusjes doen, onder meer bij de Eduardo Frei-stichting. Die geeft lessen over democratische ontwikkeling. Als die mij naar Moldavië, Albanië of Noord-Afrika wil sturen, ben ik daarvoor beschikbaar. Verder ben ik nu nog adviseur bij onder meer de Nederlandse vereniging van hemofiliepatiënten, en ik heb een commissariaat aangenomen over de herontwikkeling tot duurzame bedrijfsterreinen.

“Maar, en daar mag iedereen mij op afrekenen: ik word geen lobbyist in Brussel. Ik zal ook geen analist of commentator worden of zo. Ik heb een bloedhekel aan mensen die achteraf alles beter weten dan toen ze zelf die baan hadden. Ik zie af en toe mensen langskomen op tv waarvan ik denk: had dat maar gezegd toen je nog in functie was.

“Veel mensen vragen mij: wat was leuker, de Tweede Kamer of het Europees Parlement? Dat is een valse vraag. Het zou toch raar zijn als je, nadat je 23 jaar in de Kamer hebt gezeten, vervolgens zegt: nou, dat Europees Parlement, dat is pas echt top. Dan had je eerder uit de Kamer moeten stappen.

Wim van de Camp (CDA). Beeld Sander de Wilde

“Ik vergelijk het altijd zo (beeldt met zijn handen een trechter uit): toen ik in de Kamer zat, zat ik in het smalle pijpje van de trechter, en in het Europees Parlement zat ik in de brede kelk. Het is hier veel internationaler, er speelt veel meer. We hebben het over Poetin gehad, over internationale handel, het overleg met de VS en Canada, de verdragen met Japan en Zuid-Korea, de eurocrisis, de migratiecrisis, Turkije… wat dat betreft is het hier wel een politieke snoepwinkel, hoor.

Gebrek aan kennis

“Het klopt wat velen over mij zeggen, dat ik hier tien jaar geleden als behoorlijke euroscepticus ben binnengekomen maar gaandeweg van mening ben veranderd. Dat heeft deels te maken met een gebrek aan kennis bij aankomst. Maar ik zou de ontwikkeling andersom beangstigender vinden. Het is toch vrij normaal dat iemand de kleur van zijn baan aanneemt. Je werkt in Europees verband en krijgt meer inzicht. Maar mijn pro-Europese houding is ook gegroeid als reactie op de toenemende euroscepsis in Nederland, dat zijn communicerende vaten.

“De wisselwerking tussen de Tweede Kamer en het Europees Parlement kan beter. Al blijft het natuurlijk zo dat Kamerleden en Europarlementariërs hun eigen afwegingen maken. Als je me zou vragen: ‘is de houding van de Tweede Kamer naar de EU als zodanig een moeizame’, dan is mijn antwoord daarop ja. Maar ik zou dat niet willen relateren aan een slechte interparlementaire verhouding.

“We kunnen heel veel verbeteren aan de beeldvorming over de EU, om te beginnen in het onderwijs. Kijk eens naar de lessen maatschappijleer in Nederland. Daar leren ze tegenwoordig alles over LHBTQI en hoe al onze broeders en zusters – en ik mag het zeggen – ook mogen heten, maar heel weinig over de EU. Veel euroscepsis komt voort uit niet-weten, ik heb datzelfde proces doorgemaakt. Wat je nu ziet met het populisme, die oproepen tot ‘nexit’ en dat soort rare opmerkingen, dat doet mij wel pijn.

“Veel mensen zeggen dat het Europees Parlement straks vleugellam wordt door de verwachte verkiezingswinst van de populisten. Het klopt dat de flanken groter zullen worden. Maar zelfs in de meest instabiele ramingen zullen minstens 450 van de ruim 700 zetels in handen blijven van het politieke midden. Weliswaar stijgt de externe druk van de populisten, maar die zal de centrale partijen juist dwingen tot betere samenwerking en tot herziening van hun ideeën.

Zijlijn

“Er blijft dus een werkbare meerderheid, weliswaar met meer lawaai vanaf de zijlijn, maar dat is niet onterecht. Pas op: de populisten wegzetten als iets helemaal verkeerds, is onverstandig van de gevestigde orde, en ik reken mezelf even tot die gevestigde orde. Je moet heel goed kijken wat die mensen beweegt.

“De grote vraag blijft hoe je het belang van de EU beter uitlegt aan de burgers zonder dat dat averechtse reacties oproept. Als ik het antwoord zou hebben, zou ik niet hier zitten maar voor duizend euro per dag voor McKinsey werken om uit te leggen hoe de EU moet communiceren.

“Dit is een gevoelig onderwerp waarover ik uitgesproken ideeën heb. Ten eerste, en dat zie je ook in Den Haag: de passie verdwijnt uit de politiek. Alles wordt geprofessionaliseerd. Vroeger had de minister een chauffeur en een secretaresse. Nu heeft de minister een team, en daarin zitten communicatie-adviseurs. Daarmee verdwijnt de passie. Dat speelt hier ook. We hebben duizenden voorlichters rondlopen. Ik heb wel eens tegen commissievoorzitter Juncker gezegd: kunnen we die mensen niet een andere baan geven, waardoor politici weer meer emotie tonen.

Oubollig

“En dan de uitsmijter: ik vind dat Nederlandse burgers zich best wat meer zouden mogen verdiepen in hun eigen democratische processen. De overheid wordt in toenemende mate gezien als een soort supermarkt. Je kóópt een bouwvergunning, je kóópt een rijbewijs. Maar – en dit is wel een klassieke CDA-gedachte – je maakt ook deel uit van een gemeenschap, waarin je ook iets lévert, of je dat nou doet in de kerk of in de gemeenteraad of waar dan ook. Dat hele idee is uit de westerse democratie verdwenen. Die is een winkel geworden. Ik weet dat dit vreselijk oubollig klinkt, maar het houdt mij wel op de been.

“Ik zeg dat ook tegen mijn broer, zijn vrouw, mijn neven en nichten, die heel kritisch zijn over de EU. Ik raad ze dan aan om zich even te verdiepen in een vraag als ‘waar gaat jouw varkensvlees naartoe’, om het even populair te zeggen. En intussen zijn de politici zo bang voor de kiezers dat zij alles maar napraten. Waarom zeggen politici niet veel meer – en ik ben er zelf misschien ook niet het goede voorbeeld van, mea culpa – dat er grenzen zijn aan de groei?”

 Dit is het eerste in een serie van drie afscheidsinterviews met afzwaaiende Nederlandse Europarlementariërs. Volgende week: Dennis de Jong (SP). De week daarna: Marietje Schaake (D66).

‘Brussel is te veel een bubbel’

Wat beschouwt u als uw grootste succes als Europarlementariër?

“Dat heeft in Nederland totaal geen indruk gemaakt, maar ik ben erg trots op het feit dat ik als beginnend transportwoordvoerder in 2016, tijdens het Nederlandse voorzitterschap, het vierde spoorwegpakket tot een goed einde heb gebracht. Daarover is acht jaar gepraat. Bovendien ligt er nu ook een deal binnen het Europees Parlement over het mobiliteitspakket (met EU-regels over onder meer vrachtvervoer over de weg en CO2-uitstoot, red.)

“Daarnaast ben ik van mening dat ik als individu Europa dichter bij de mensen heb gebracht. Veel mensen kennen mij, ik heb ruim 15.000 volgers op Twitter. Ik heb gepoogd het elitaire karakter een beetje van dat project Europa af te halen, daar ben ik wel trots op.”

Wat ziet u als uw grootste fout, wat had u beter kunnen doen?

“Ik denk dat ik meer last heb gehad van kleine foutjes dan van één grote fout. Wat ik misschien beter had kunnen doen, is nóg meer communiceren met de gewone Nederlander over het belang en de betekenis van de EU. Dat kun je nooit genoeg doen.”

Wat wilt u meegeven aan uw opvolgers in het volgende Europees Parlement?

“O nee, alsjeblieft niet, ik ga niet over mijn graf regeren. Nou, als het moet: het nieuwe parlement moet proberen het vertrouwen van de boze witte man terug te winnen. En verder: Brussel is te veel een bubbel. Iedereen vindt elkaar hier leuk, pers, research, lobbybedrijven, politici. Dus zou ik graag zien dat het nieuwe Europees Parlement meer uit de bubbel komt.”

Biografie Wim van de Camp

- 1953, 27 juli: geboren te Oss
- 1976: ingenieursdiploma aan de Hogere Landbouwschool voor Tropische Landbouw te Deventer
- 1982: afgeronde rechtenstudie in Nijmegen
- 1986-2009: Tweede Kamerlid voor het CDA
- 2009-2019: Europarlementariër
- Als ervaren Kamerlid begeleidde hij nieuwkomers in wat het ‘klasje van Wim’ is gaan heten.
- In het Europees Parlement zat hij onder meer in de commissies burgerlijke vrijheden en vervoer/toerisme. Ook was hij lid van de delegatie voor de EU-China-betrekkingen.
- In de eerste vijf jaar (2009-2014) was Van de Camp CDA-delegatieleider. In 2014 verloor hij een interne lijsttrekkersverkiezing van Esther de Lange.
- Van de Camp is een verwoed motorrijder. Hij woont in Den Haag.

Lees ook:
‘Meester Wim gaat naar Brussel’. 

Ruud van Heese schreef in september 2008 dit portret over Tweede Kamerlid Wim van de Camp, van wie toen net bekend werd dat hij Europees lijsttrekker voor het CDA zou worden. 

In april 2016, een half jaar na het Volkswagen-schandaal, begon de commissie-dieselgate van het Europees Parlement aan de hoorzittingen. 

De Nederlandse leden gingen voor Trouw in debat: Gerben-Jan Gerbrandy (D66), Bas Eickhout (GroenLinks) en Wim van de Camp (CDA). 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden