Europa verdwijnt uit blikveld werknemers

Nu de euro is ingevoerd -de gulden is sinds gisteren zelfs geen wettig betaalmiddel meer- rijst de vraag of invoering van de gezamenlijke munt leidt tot gelijke arbeidsvoorwaarden in het eurogebied. Met andere woorden: ligt de Europese cao nu in het verschiet?

Piet Kroon

Alles wijst erop dat de Europese cao er niet komt. Op de eerste plaats omdat cao-onderhandelingen steeds vaker decentraal plaatsvinden. Van nationaal niveau heeft het zwaartepunt zich verplaatst naar de bedrijfstakken en bedrijven. De ontwikkeling van de laatste paar jaar is dat werknemers binnen de cao's steeds meer vrijheid krijgen om hun eigen pakket arbeidsvoorwaarden samen te stellen. Daarmee verdwijnt Europa uit het blikveld van werknemers en werkgevers.

Uit een enquête onder cao-onderhandelaars van de CNV Bedrijvenbond blijkt dat zij vooral letten op Nederlandse omstandigheden, zoals inflatie, werkgelegenheid en winst. Alleen daar waar de internationale invloed op een onderneming of bedrijfstak heel groot is, blijken zij meer geneigd om buitenlandse invloeden mee te wegen. Invoering van de euro zal echter niet leiden tot Europees onderhandelen. Wel zullen de lonen in Nederland en de andere eurolanden meer met elkaar worden vergeleken in cao-onderhandelingen, zo verwachten zij. Ook denken de onderhandelaars dat arbeidstijden meer in Europees perspectief worden geplaatst.

Een andere vraag is of er één uniform niveau van arbeidsvoorwaarden in de eurolanden kan ontstaan. Dit ligt niet voor de hand. Werkgevers zullen niet streven naar een en hetzelfde overal in Europa. Omgekeerd zullen werknemers dit ook niet doen. De eerste verslechtert veelal zijn concurrentiepositie, de tweede zal niet bereid zijn om zijn loon te verlagen tot het niveau dat in bijvoorbeeld Griekenland gebruikelijk is. Daarnaast geldt dat nationale vakbonden herkenbaarder zijn voor werknemers dan Europese.

In 1999 hebben de vakbonden van Nederland, België, Luxemburg en Duitsland de zogenoemde Doornformule ontwikkeld. De uitkomst van de som van prijsstijgingen en arbeidsproductiviteit bepaalt de onderhandelingsruimte. Echter, de onderhandelingsruimte (en daarmee uiteraard de ruimte voor loonsverhogingen, verbetering van de arbeidsomstandigheden, et cetera.) verschilt per land om de doodeenvoudige reden dat inflatie en productiviteitsstijgingen uiteenlopen. Desalniettemin geeft deze formule wel een kader en is afgesproken dat de loonsverhoging in ieder geval de koopkracht moet handhaven. Als de onderhandelingsruimte van de afgelopen vier jaar wordt afgezet tegen de uiteindelijke stijging van de lonen, blijkt dat België in die periode voortdurend minder loonsverhoging heeft gehad dan de onderhandelingsruimte toestond. In Duitsland is het beeld wat wisselender, terwijl Nederland in drie van de vier jaar de onderhandelingsruimte volledig benutte of er licht overheen ging. Derhalve is de conclusie tamelijk simpel: ook een gelijke ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden in de eurozone ligt bepaald niet voor de hand.

Overigens zijn er wel degelijk vormen van coördinatie mogelijk. De Doornformule is er één van. Een ander voorbeeld is de afspraak tussen de bonden van de Europese Metaalarbeidersbond (EMB) dat zij in cao-onderhandelingen zullen streven naar de invoering van een 35-urige werkweek of als alternatief een jaarlijkse arbeidstijd van 1750 uur. Voor overwerk stelt de EMB een limiet van honderd uur per jaar. Voorts wil deze Europese bond minimumnormen voor flexibiliteit, doorbetaling van loon bij ziekte en de hoogste van de laagste loonschalen. Echter, om in dit stuk genoemde redenen en vanwege de grote verschillen in de stelsels van sociale zekerheid en het ontbreken van Europese wetgeving omtrent cao's zullen Europese cao's nog lang en ver uit zicht blijven, zo het er ooit van komt.

Het uitblijven van Europese cao's is geen groot probleem. Belangrijker is dat bonden internationaal hun beleid afstemmen om te voorkomen dat arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en pensioenen worden verslechterd door concurrentie op arbeidsvoorwaarden.

Een Europese cao zou bovendien zodanig ingewikkeld worden dat deze praktisch niet of nauwelijks is na te leven, vanwege alle verschillen in de eurozone. En als er voor zou worden gekozen om op Europees niveau een raam-cao af te sluiten, dan zullen de bonden in de lidstaten nog steeds nationale cao's moeten afsluiten en is er feitelijk sprake van dubbel werk. Het laatste, maar zeker niet het minste belangrijke argument is dat leden zich herkennen in cao's die nauw aansluiten op hun beleving. Volledig dicht getimmerde cao's op Europees niveau dragen de vervreemding in zich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden