Europa’s verval in één enkele gebaar

Een jaar of drie geleden nam Botho Straus (1944) het in een kort en krachtig artikel op voor Peter Handke. ’Wat rest ons van Peter Handke?’ heette het stuk over de omstreden Oostenrijkse schrijver met zijn verkeerde sympathieën voor de Servische leider Milosevic. Wat ons rest, schrijft Strauss, is ’een revolutie in het zien, het voelen en het weten in de Duitse literatuur’.

Hij begint het stuk met een opsomming van andere schrijvers met verkeerde sympathieën die hij net als Handke boven elke kritiek verheven acht. Wat rest ons van Ezra Pound (sympathiseerde met het fascisme), Carl Schmitt (hielp als jurist de nazi's), Heidegger (geloofde in het Derde Rijk), Bertolt Brecht (verdediger van communistische staatsterreur)?

Natuurlijk wist hij toen hij dat schreef dat die vraag op hemzelf terugslaat. Wat rest ons van Botho Strauss, de aartsconservatieve romanticus die de cultuur van het West-Europese Avondland door de jaren heen verdedigd heeft tegen het Amerikaanse consumentisme, tegen de nivellerende werking van de democratie en tegen de dreigende overheersing door de islam?

Wat ons rest is onder andere ’Mikado’, de zojuist in het Nederlands vertaalde bundel korte tot ultrakorte vertellingen – 41 om precies te zijn, even veel als er stokjes zijn in het Mikado-spel –, waarvan het eerste verhaal, het titelverhaal, begint met de mooiste eerste zin die de kunst van het korte verhaal de laatste jaren heeft voortgebracht:

„Bij een fabrikant wiens echtgenote tijdens een beursbezoek was ontvoerd, keerde na betaling van een aanzienlijk losgeld een vrouw terug die hij niet kende en die niet bij hem was ontvoerd.” Het daarop volgende verhaal van een kleine vijf pagina's is briljant, tot en met de onheilspellende afloop.

Het is Botho Strauss op zijn best. Hij creëert een absurde situatie en experimenteert vervolgens met hoe mensen daarop reageren. Die experimenten leveren een haarscherpe diagnose op van hedendaagse omgangsvormen, stemmingen en ongerijmdheden. De moraal: de wereld is grof en banaal geworden, voor subtiliteit en sensibiliteit is geen plaats meer.

Strauss heeft een gevoelige antenne voor wat hij ziet als het verval van de Europese cultuur. Hij observeert hoe het tot in de kleinste details van het leven doordringt, tot in gebaren, houdingen, kleding, manieren. En vooral tot in de taal. Zoals in de scène waarin de hoofdpersoon op een snikhete dag met de aantrekkelijke vrouw van zijn grootste vijand in gesprek raakt.

„’Het water loopt je in stromen langs het lijf,’ zegt ze. De man geeft als commentaar: ’Had ze maar ’loopt me’ in plaats van dat verschrikkelijke ’loopt je’ gezegd! Had ze in de zin ook maar iets meer uitdaging gelegd, dan zou ik, denk ik, meteen met al mijn zinnen in de beken van geurloos zweet zijn gedoken die van haar hals via haar borsten naar haar buik stroomden.”

Aan dit soort scènes valt meteen op hoe toneelmatig Strauss te werk gaat. Je ziet onwillekeurig een acteur voor je die speelt hoe hij zich opgeilt aan een vrouw die hij haat. Het is een toneeltekst met regieaanwijzingen. Niet voor niets bestaat Strauss’ oeuvre voor de helft uit toneelstukken, die in Duitsland met veel succes en in Nederland veel te weinig worden opgevoerd.

’Mikado’ bevat verhaaltjes die in hun compactheid een hele verhandeling over de neergang der beschaving kunnen vervangen. In ’Mes en vork’ ergert de hoofdpersoon zich aan de tafelmanieren van zijn vriendin. „Nu boog ze zich tot aan haar navel over tafel, en hij moest haar niet-afgeveegde lippen kussen.” Met moeite zijn walging onderdrukkend, besluit de man:

„De lijn bewaren zolang het gaat. Een goed figuur slaan zolang dat nog voorhanden is. Later krom, later onder de vlekken, dat komt vroeg genoeg. De tanden van de geliefde waren alleen een voorproefje van haar skelet.” In zulke zinnen is Strauss de overtreffende trap van Komrij.

Strauss is een ongemakkelijke schrijver. Hij is een nurkse eenzaat die in zijn woonplaats Berlijn zijn messcherpe observaties maakt om ze vervolgens, teruggetrokken op het platteland, in glinsterende stukjes proza en dodelijk precieze toneelscènes om te toveren. En tussendoor schrijft hij dan nog zijn briesende essays over de ondergang van het Avondland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden