Europa’s meest gebied

(FOTO RYKEL TEN KATE, ARCHIEF GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND)

De ramp van 1 februari 1953 was niet de eerste watersnood die het deltagebied van Rijn, Maas en Schelde trof. In de voorbije duizend jaar werd het gebied niet minder dan 47 keer geteisterd door grote stormvloeden.

De eerste ramp waarvan de archieven melding maken is die van 28 september 1014. Dan verheft volgens een Gentse kroniekschrijver de zee zich tot aan de wolken en alles in Vlaanderen en op Walcheren ’valt in de chaos van de oertijd terug’. De bevolking slaat in doodsangst op de vlucht, maar er verdrinken toch duizenden mensen.

Dijken zijn er dan nog niet, de eerste systematische bedijking volgt na de vloed die er in oktober 1134 voor zorgt dat het tot dan toe vrij homogene gebied achter de duinen, in één klap verandert in een archipel van eilandjes, stroomgeulen en kreken.

Veel stellen die eerste dijkjes niet voor. Het enige gereedschap van de bewoners bestaat uit houten schoppen, draagmanden en zakken.

In de eeuwen daarna jaagt de storm het water van de Noordzee op gezette tijden hoog op in de zeegaten, overstroomt de dijkjes en zorgt voor nieuwe rampen. Rampen die toen namen kregen, zoals tegenwoordig een orkaan: de Sint Luciavloed, de Sint Elisabethsvloeden, de Cosmas en Damianusvloeden, Sint Felix Quade Saterdach, de Pontiaansvloed.

Dorpen verdwijnen in de golven, soms hele eilanden. In ’Watersnood’ staat een kaart van het deltagebied waarop 158 stippen de plaatsen aangeven waar ooit een dorp of stad lag. Het totaal aantal verdronken dorpen benadert de tweehonderd, van enkele tientallen is alleen de naam bewaard gebleven, niet de plek waar ze lagen.

Bij elkaar vormen ze het overtuigend bewijs van de stelling dat er geen streek in Europa is waar de zee zo hevig tekeer is gegaan, geen gebied waarvan het landschap zo vaak van gedaante is veranderd als deze delta. Ontelbaar zijn de drama’s die zich hebben afgespeeld in dit vlakke land van zeeklei en laagveen.

Niet altijd was een ramp uitsluitend te wijten aan de ontketende krachten van wind en water. Door de waterstaatsgeschiedenis loopt ook een rode draad van menselijk falen en kortzichtig eigenbelang. Veel stormvloeden hadden niet tot grote rampen hoeven uit te groeien als de dijken beter waren onderhouden.

Na een stormvloed werden ze vaak wel verhoogd en verstevigd, maar enkele decennia later, als een nieuwe generatie was aangetreden, verslapte de aandacht. Met vaak desastreuze gevolgen. Tot en met de ramp van 1953.

Heeft Nederland wat geleerd van de geschiedenis en was de ramp van 1953 dus de laatste?

Met die vraag eindigt het boek. Van de deskundige betrokkenen die de vraag krijgen voorgeschoteld durft slechts een enkeling er volmondig ’ja’ op te zeggen. ’Het water blijft onvoorspelbaar en mensen blijven mensen’, zo brengt professor Pier Vellinga (hoogleraar klimaatverandering en waterveiligheid in Wageningen) zijn aarzeling onder woorden.

Toch zijn de deskundigen het erover eens dat Nederland nu voor het eerst in de geschiedenis anticipeert op een mogelijke ramp. Niet langer wordt de put gedempt nadat het kalf is verdronken, maar wordt er rekening gehouden met wat ons mogelijk te wachten staat. Inclusief de zeespiegelstijging.

’Er is geen land waar de veiligheidsnorm zo hoog ligt als bij ons’, zegt deltacommissaris Wim Kuijken. Hij is begin dit jaar aangesteld door de regering voor de coördinatie van de nieuwe Deltawet. Toch pleit hij – met de nieuwe Deltacommissie – voor het nog verder aanscherpen van die normen. ’Want als in het westen van ons land, waar tweederde van het nationaal inkomen wordt verdiend, iets misgaat, zijn we gewoon wég. Daarom is het ook economisch van levensbelang dat we de veiligheidsnormen zeer hoog leggen’.

Die boodschap kreeg de kersverse staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat Joop Atsma afgelopen donderdag op het eerste Nationale Deltacongres in Scheveningen dan ook mee naar het nieuwe kabinet: zorg ervoor dat 1953 echt de laatste ramp was en ga niet bezuinigen op onze veiligheid.

Atsma (CDA) zei dat waterveiligheid een topprioriteit is voor het kabinet: „En daar doen we geen concessies aan”.

Tegelijkertijd wees hij erop dat het lopende hoogwaterbeschermingsprogramma duurder dreigt uit te vallen dan was begroot. „En we kunnen geen oplossingen kopen met extra geld.” Hij verwacht volgend jaar duidelijkheid te hebben over de investeringen die tot 2020 gedaan zullen moeten worden.

(Trouw)
2, 3 en 4 (FOTO RYKEL TEN KATE, ARCHIEF GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND)
(FOTO RYKEL TEN KATE, ARCHIEF GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND)
5 ( FOTO HENRY SCHMALTZ)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden