Europa moet schuld aan Afrika inlossen

Er is geen Afrikaans land dat zijn eigen toekomst kan bepalen. Wanneer Europa eens zou erkennen dat het de oorzaak is van de verstikkende Afrikaanse bureaucratie, dan wordt het lot van dat continent een stuk minder treurig.

In 'Africa Adio?' (Letter & Geest, 17 mei) ruimt P.C. Emmer een aantal hardnekkige misverstanden uit de weg die een open discussie over Afrika al jarenlang in de weg staan. Door negen jaren werken in Ethiopië en Tanzania heb ik mijn hart voorgoed aan het continent verloren en ik ben blij met de grondige analyse van Emmer. Maar ik vrees dat door zijn artikel de opinie dat Afrika een hopeloos geval is, aan kracht zal winnen. Gezien de dreigende bezuinigingen is dat een riskant uitgangspunt.

Vijftig jaar ontwikkelingssamenwerking is in teleurstelling geëindigd omdat Afrika tijdens de koloniale periode nooit eerlijke kansen heeft gehad. Afrika is al minstens een eeuw het slachtoffer van ons 'eurocentristische' wereldbeeld.

'Africa Adio?' vergelijkt het huidige Afrika met het 19de-eeuwse Europa, dat toen een spectaculaire ontwikkeling doormaakte. Dat klopt, maar die ontwikkeling heeft toch altijd nog veel langer dan een eeuw geduurd en ook 'vanzelfsprekende' zaken verliepen in het verlichte Nederland moeizaam. Het door Emmer genoemde drinkwater is daarvan een goed voorbeeld. De eerste Nederlandse drinkwaterleiding kwam in 1853 alleen van de grond dankzij een vasthoudende visionaire eenling (Jacob van Lennep) en Engelse geldschieters, en hoewel de grote cholera-epidemie van 1866 spectaculair de levensreddende waarde van schoon drinkwater aantoonde, duurde het nog tot na 1900 voordat de laatste gemeente overstag ging.

Ook in Europa was ontwikkeling dus vaak een zaak van zeer lange adem. De teleurstelling na 50 jaar ontwikkelingssamenwerking in Afrika wijst daarom meer op ongeduld bij de donoren dan op historisch besef.

Maar er is nóg een essentieel verschil tussen het Europa van na 1800 en het Afrika van nu, namelijk het ontbreken van een sterk centraal gezag en een centralistische staatsfilosofie, want die ontstonden pas aan het eind van de 19de eeuw onder invloed van het opkomende socialisme. In Nederland was de 19de eeuw grotendeels de tijd van de 'nachtwakerstaat', zodat de door Emmer terecht geprezen, machtige bourgeoisie rustig zijn gang kon gaan met de economische en maatschappelijke ontwikkeling van het land. Veel van wat toen in korte tijd tot stand is gebracht, zou nu onmogelijk zijn, zoals het stichten van grote textiel- en metaalindustrieën, een landelijk instituut voor vorming en onderwijs (de onvolprezen 'Maatschappij tot Nut van 't Algemeen') en de aanleg van lokale en regionale spoorwegen en trambanen. Zelfs de ontwikkelingssamenwerking was geprivatiseerd en veel Nederlanders waren lid van de 'Maatschappij tot Nut van den Javaan', met de bedoeling deze Javaan geleidelijk te begeleiden naar economische en politieke zelfstandigheid.

Het feit is echter dat de koloniale tijd in de Afrikaanse landen juist wél een centralistisch gezag heeft nagelaten en dat alle vormen van officiële ontwikkelingssamenwerking zo'n centraal gezag ook in stand helpen houden. Dit veroorzaakt een verstikkende bureaucratie in vrijwel alle Afrikaanse landen, met corruptie als onvermijdelijk gevolg. Een tweede gevolg is de opbloeiende informele economie (meestal een vrouwenzaak), die veel landen gelukkig economisch sterker en vitaler maakt dan uit de officiële cijfers blijkt.

De koloniale overheersing van Afrika is de afgelopen decennia vervangen door financiële controle en dirigisme vanuit Europa, de VS en internationale instellingen als de Wereldbank en het IMF. Er is geen Afrikaans land dat in vrijheid en onafhankelijkheid zijn eigen toekomst kan uitstippelen, terwijl iedere baby in Afrika bij de geboorte al een onbetaalbare schuld meekrijgt. Vanuit Afrika gezien is de situatie inderdaad hopeloos en uitzichtloos; een geweldige stimulans voor wetteloosheid, geweld, de 'braindrain' en economische vluchtelingen.

Er moet een radicaal nieuwe aanpak komen. Maar daarvoor moet eerst de gemiddelde Europeaan gaan beseffen dat hij zijn huidige vrijheid, rijkdom en welvaart aan Afrika te danken heeft. Zonder Afrika had het fascisme de Tweede Wereldoorlog in Europa gewonnen, want de militaire kracht van Italië en Duitsland werd uitgehold door de zinloze campagnes in Ethiopië en Noord-Afrika, terwijl juist de geüllieerden toegang hadden tot de rijkdommen van het continent.

Zonder Afrika was ook de Koude Oorlog niet in 1989 afgelopen en mogelijk had het Westen deze zelfs verloren van het communistische blok. Ook de Sovjet-Unie is namelijk op fatale wijze verzwakt door té ambitieuze plannen en militaire operaties in vrijwel geheel Afrika.

Het nabijgelegen Afrika bepaalde de keerpunten in de moderne westerse geschiedenis. Maar daardoor gaat het continent, méér dan enig ander werelddeel, gebukt onder de erfenis van de twintigste eeuw, materieel, financieel en ideologisch.

Het Westen moet eindelijk eens beseffen dat Afrika de rekening heeft betaald voor onze vrijheid en nog steeds de zware last draagt van ons verleden. Het is de hoogste tijd deze last weg te nemen door onbeperkte en onvoorwaardelijke hulp aan landen als Angola, Eritrea, Ethiopië, Mozambique, Soedan en Somalië. En vervolgens moet het hele continent bevrijd worden uit de boeien van óns verleden, door volledige kwijtschelding van alle schulden en vrije toegang tot onze welvarende markten.

Afrika zal pas een eerlijke kans krijgen als wij, Europeanen, er anders naar gaan kijken. Als we gaan beseffen wat dit mooiste continent voor ons betekent en we het de zelfstandigheid, waardigheid en dankbaarheid schenken waar het recht op heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden