Reportage

Europa leunt naar rechts, maar in Portugal is links beleid een succes

Ginjinha-verkoper António Gonçalves: 'De riem gaat heel langzaam steeds een gaatje losser.' Beeld RV

Na een hevige economische crisis veren de Portugezen op. Mede dankzij de linkse regering, die zich richt op betere levensomstandigheden en koopkracht.

In de ochtendzon van hartje Lissabon kijkt António Gonçalves, pet op het hoofd, headset in het oor, nog even kritisch of het prijzenbord van zijn kraam wel recht hangt. Met hulp van zijn bejaarde vader klapt hij een parasol uit en stoft zorgvuldig een paar flesjes af, gevuld met een felrood goedje. "Laat de klanten nu maar komen", zegt de veertiger opgewekt.

Nadat Gonçalves na ruim twintig jaar dienst bij een elektronicafabrikant plotseling werd ontslagen, solliciteerde hij tevergeefs. Portugal krabbelde net op uit de zware economische crisis. Banen waren er niet voor Gonçalves. Maar toen zijn oog viel op een omscholingscursus tot ondernemer, besloot hij het roer om te gooien. Met overheidssubsidie kocht hij een bakfiets en een flinke voorraad Portugese kersenlikeur ginjinha. Inmiddels is hij een succesvolle verkoper van het mierzoete drankje.

Linkse koers

Gonçalves' verhaal is een reflectie van de linkse koers die Portugal in weerwil van een naar rechts leunend Europa vaart. Maar de fundamenten van het Portugese alternatief waren al eerder zichtbaar in de voormalige achterbuurt Mouraria waar Gonçalves vandaan komt.

Die wijk was berucht vanwege de prostitutie en drugshandel die er welig tierden. Maar toen de huidige premier António Costa nog burgemeester was van Lissabon (tussen 2007 en 2015) ging de buurt op de schop.

De sociaal-democraat Costa verplaatste het stadhuis midden in de crisis vanuit het chique stadshart naar een andere probleemwijk, vlak naast Mouraria. En terwijl de centrum-rechtse Portugese regering die toen nog aan de macht was, in ruil voor financiële redding keihard bezuinigde, ging het er in Mouraria heel anders aan toe. Ondernemers in de buurt kregen training en subsidie om de verouderde winkeltjes en horeca nieuw leven in te blazen. Het wijkbestuur ging ondertussen aan de slag als een soort arbeidsbureau, en hielp naar eigen zeggen honderden bewoners, zoals Gonçalves, aan een baan. Buurtorganisaties ondersteunden met geld van de overheid de armlastige en oudere bewoners in de wijk.

Inmiddels zijn de kronkelige straatjes van Mouraria een geliefd uitgaansgebied voor de inwoners van heel Lissabon en van toeristen geworden.

De Portugezen hopen dat Costa als premier nu ook de rest van het land kan laten floreren. De voortekenen lijken gunstig. Costa is inmiddels bijna anderhalf jaar aan de macht met gedoogsteun van de communisten en het Links Blok. En ondanks de voorspelde rampspoed voor deze linkse ommezwaai kreeg de premier al twee begrotingen goedgekeurd in Brussel. Terwijl hij pensioenen en het minimumloon wist op te krikken en bijna honderdduizend banen schiep.

Portugese Obama

Buurtwerker Nuno Franco, die met Costa samenwerkte toen hij nog burgemeester was, ziet in zijn landelijk beleid nu een reflectie van de aanpak van Mouraria. Net als in de buurt stimuleert Costa betere levensomstandigheden en koopkracht zodat de Portugezen weerbaarder zijn om na de crisis hun leven weer op te bouwen.

"Kijk, dit is geen linkse regering die 'marcheert' met een vuist in de lucht", legt Franco uit. Hij vindt dat Costa ondanks de gedoogsteun van radicaal links toch een gematigd beleid voert om Brussel te vriend te houden. Maar vooral belangrijk vindt Franco dat Costa de Portugezen weer meer vertrouwen in de politiek heeft gegeven. "Costa liep in Mouraria gewoon tussen de mensen in de buurt. Die nabijheid was heel belangrijk", vertelt hij. "Dat is men niet vergeten".

Costa is begrijpelijkerwijs populair in vergelijking met zijn bezuinigende voorganger Passos Coelho. Toch waarschuwen critici voor al te veel optimisme. Zo heeft Portugal een enorme staatsschuld van 130 procent van het bbp en is de economische groei van 1,2 procent die het land vorig jaar bereikte, onvoldoende om Portugal op de lange termijn stabiel te krijgen. Bovendien kampt het land met zwakke bankensector.

De Portugees-Mozambikaanse restauranteigenaar Khalid Aziz maakt zich er niet druk om. "Costa is onze Portugese Obama", grinnikt hij. Zijn tent, in het hart van Mouraria, bestaat al ruim dertig jaar. Maar sinds Costa grote schoonmaak hield in de wijk gaat het hem pas voor de wind.

Fado

Aziz was in de crisisjaren tijdelijk naar het buitenland uitgeweken. Maar toen hij terugkwam in Mouraria wist hij niet wat hij zag. "Drommen mensen stonden onderaan de heuvel die hier wilden komen eten en drinken", vertelt hij. Aziz kon zijn zaak uitbreiden met een fleurig terras met veertig extra stoelen. Zijn kinderen krijgen inmiddels gratis Portugese taal- en geschiedenisles van een van de vele wijkorganisaties die hiervoor subsidie ontvangen.

De schaamte om in Mouraria, geboorteplaats van het Portugese levenslied de fado, te wonen is weg. Vroeger vertelden de wijkbewoners desgevraagd dat zij in het 'centrum' woonden. Nu is het hip om te zeggen dat je in 'Mouraria' woont. Toch moet ook ginjinha-verkoper Gonçalves toegeven dat het nog steeds sappelen is om het hoofd boven water te houden. "De riem was zo hard aangetrokken. Nu gaat hij heel langzaam steeds een gaatje losser."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden