Europa laat historische taak liggen

Europa deinst in het Midden-Oosten terug voor zijn historische verantwoordelijkheid. Zelfs als 'Camp David' tegen de verwachting in tot resultaat leidt, is het niet te laat. De EU moet de morele moed opbrengen om Israël door economische druk tot de orde te roepen.

Velen in Europa en het Midden-Oosten hadden 'Oslo' vanwege Israëls structurele misbruik ervan al afgeschreven. Ondanks de overeengekomen gelijkwaardigheid tussen Israël en Palestijnen, zo menen deze critici, vormt het 'land voor vrede'-proces een akkoord tussen twee ongelijken. In hun visie is het tegen beter weten in dat de twee hoofdrolspelers hoop zien gloren in Camp David.

De discussies zouden zich nu toespitsen op het teruggeven van 80 à 92 procent van de bezette gebieden, het na teruggave weer terughuren van de Jordaanvallei door Israël, de soevereiniteit over Oost-Jeruzalem en de gebieden daaromheen en de al dan niet mogelijke terugkeer en schadevergoeding van vluchtelingen die dat wensen.

Weliswaar moet gezegd worden dat er op de valreep meer beweging in het onderhandelingsproces zit dan geharnaste 'Oslo'-tegenstanders ooit voor mogelijk hebben gehouden, maar ook het maximaal haalbare eindresultaat blijft onrechtvaardig en lijkt voor de Palestijnen onaanvaardbaar. Anders gezegd, het sleutelbegrip 'land voor vrede' is door Israël sinds Oslo-1993 zo langzamerhand veranderd in: 'Palestijnse pseudo/ministaat voor extreme veiligheid Groot Israël'.

'Pseudo/mini', omdat de Palestijnse soevereiniteit over het eigen grondgebied voor wat betreft buitenlands beleid, economisch beleid, militaire jurisdictie, terugkeer en schadevergoeding van vluchtelingen, terughuren Jordaanvallei, nederzettingen en Oost-Jeruzalem en omliggende gebieden niet gerealiseerd of een wassen neus is. Bovendien zouden de Palestijnen nog 8 procent van de bezette gebieden moeten inleveren -die in totaal 22 procent van het mandaatgebied Palestina omvatten- terwijl de Palestijnen voor 1948 geheel Palestina op 6 procent na bezaten (94 procent) en volgens het VN-verdelingsplan uit 1947 recht zouden hebben op 46 procent van Palestina.

'Groot-Israël', omdat het met een dergelijke deal 80 procent in plaats van 54 procent van het mandaatgebied Palestina zou verwerven (waarin ook nog eens 8 procent van de West Bank), in Oost-Jeruzalem en de Jordaanvallei de baas zou blijven en de Palestijnse vluchtelingen nauwelijks zou hoeven terugnemen dan wel compenseren.

En 'extreme veiligheid', omdat de Palestijnen hoegenaamd geen militaire bevoegdheden krijgen en de bevolking onder een door Israël afgedwongen onderdrukking/onvrijheid moeten leven zonder veel perspectief op levensvatbaarheid van hun staat.

Voor de mislukkig treft in de eerste plaats Israël blaam. De voorlopers van Israël, de zionisten in de diaspora, planden al aan het begin van de vorige eeuw om een veelheid van redenen een 'joods nationaal tehuis in Palestina'. Ze gingen daarbij al (ver) voor de Tweede Wereldoorlog in Palestina te werk alsof het een leeg land was. In 1948 werd de Israëlische staat eenzijdig uitgeroepen op basis van een VN-verdelingsvoorstel.

In 1967 was geheel Palestina onder Israëlische heerschappij. Na de Arabisch-Israëlische oorlogen en de verdrijving van ongeveer 1 miljoen Palestijnen die dat tot gevolg had, zou je mogen verwachten dat Israël door middel van het 'Oslo-proces' de teruggave van slechts 22 procent van Palestina dankbaar, betrouwbaar en zonder voorwaarden zou realiseren.

In de tweede plaats dient Europa (en de EU) genoemd te worden. Al ver voor de Tweede Wereldoorlog in 1917 meenden de Engelsen bij monde van minister van buitenlandse zaken Lord Balfour dat de zionisten een thuisland moesten krijgen in wat in 1920 het mandaatgebied Palestina ging heten. Aanvankelijk kon dat idee internationaal niet op brede steun rekenen. Maar doordat Europa tussen 1940 en 1945 onder oorlogsomstandigheden betrokken was bij de vernietiging van miljoenen Europese Joden ontstond ná de oorlog aldaar en in de VN een omslag in het denken. Zo kwam mede uit een groot schuldgevoel het VN-voorstel voort het mandaatgebied Palestina op te delen. De proclamatie van de staat Israël werd dan ook door de meeste Europese landen in de VN gesteund.

Maar datzelfde Europa maakte met de erkenning van de staat Israël (1948) óók de verdrijving van ongeveer achthonderdduizend Palestijnen en de ontrechting van het Palestijnse volk mogelijk. Inmiddels is de Palestijnse vluchtelingenpopulatie uitgegroeid tot ongeveer 4 miljoen, van wie 1 miljoen in vluchtelingenkampen.

Uiteraard is de EU sinds 1993 met de Oslo-Akkoorden en de start van het 'vredesproces' sterk aanwezig in het gebied. Aan de ene kant wordt diplomatieke druk uitgeoefend en aan de andere kant worden brede stromen financiële hulp gefourneerd. Ook heeft de EU zowel met Israël als de Palestijnse Autoriteit handelsverdragen afgesloten die de import uit en export naar Europa goedkoper maakt. Deze associatieverdragen bevatten echter ook mensenrechtenclausules. Bij structurele schending van deze mensenrechten zouden deze verdragen moeten worden opgeschort of opgezegd. De EU is tot nu toe niet bereid geweest de consequenties te aanvaarden. Zelfs tegen de ook voor de EU illegale export van producten uit nederzettingen onder Israëlische vlag op Palestijns grondgebied weigert ze op te treden. Met andere woorden, daar waar de EU juridisch verplicht is actie te ondernemen en uitgerekend op het gebied waar Israël kwetsbaar is, dient de EU een lichte vorm van economische druk -bijvoorbeeld de opschorting van het Associatieverdrag met Israël- toe te passen. Een houding die sterk wijst op een onverwerkt verleden.

Het is tekenend hoe een machtig land als Duitsland telkens vooroploopt bij het binnen het Europees parlement en de Europese Commissie torpederen van voor Israël onwelgevallige besluiten.

Anders gezegd, waar Israël zichzelf niet stopt, zou Europa op zijn minst de morele moed moeten opbrengen om Israël door middel van economische druk tot de orde te roepen of aan te klagen. Waar de EU het totaal heeft laten afweten is zij op zijn minst indirect medeverantwoordelijk voor de neergang van het 'vredesproces'.

Pas wanneer de EU haar verleden hier en in het Midden-Oosten krachtig weet te overstijgen en zodoende mede bewerkstelligt dat er in Israël/Palestina een rechtvaardige en dus duurzame vrede ontstaat, zal de Tweede Wereldoorlog definitief beëindigd zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden