column

Europa is politiek tot leven gekomen

Beeld Trouw

De meest essentiële conclusie van de verkiezingen voor het Europees parlement lijkt mij dat Europa politiek tot leven is gekomen. De spectaculaire stijging in de opkomst tot boven de vijftig procent en de wijze waarop de kiezers de macht hebben verdeeld, wijzen erop dat de Europese Unie van een moeilijk grijpbaar project een realiteit wordt.

Het gegroeide Europese bewustzijn onder de burgers, om het even of dat positief of negatief is geladen, heeft eindelijk een klik gemaakt met het domein van de politiek, het toneel waar dromen, hartstochten, sentimenten en belangen botsen. De tegenwerping kan zijn: dat mocht ook wel na meer dan zestig jaar. Maar het is nogal wat.

Amerika was twee eeuwen geleden ‘de nog lege wieg van een grote natie’, zoals de Franse denker Tocqueville schreef na een rondreis door de jonge republiek. Europa lag er halverwege de vorige eeuw bij als een continent dat na twee verwoestende oorlogen slachtoffer leek van zijn eigen geschiedenis. Deze achtergrond heeft lang de Europese eenwording in het perspectief geplaatst van het verleden. Het voorstel van de Franse minister Schuman in 1950 om kolen en staal, de grondstoffen van de oorlog, onder bovennationaal gezag te plaatsen was begrijpelijk. Het doel was niet alleen een nieuwe oorlog ‘ondenkbaar te maken, maar ook materieel onmogelijk’. Het bredere oogmerk van Schuman was een ‘georganiseerd en levend Europa’ als ‘bijdrage aan de beschaving’.

Verworvenheden 

De organisatie is gelukt. Het resultaat is verre van volmaakt, maar anders dan de platte populistische beeldvorming wil, bestaat die organisatie niet uit een aantal glazen gebouwen in Brussel als centrum van een bureaucratische superstaat. Het wezen is dat de burgers van Europa, in vrede levend, een grote mate van individuele vrijheid en sociale bescherming genieten. Hoewel deze verworvenheden een groot surplus opleveren in vergelijking met andere delen van de wereld, is het lastig gebleken de harten en hoofden van de Europeanen te veroveren.

Dat zich nu een kentering aftekent en Europa politiek begint te leven, hangt in mijn ogen samen met de gevolgen van een ander groot naoorlogs proces, de dekolonisatie. Dat proces heeft Europa als continent van rivaliserende koloniale (wereld)machten op zichzelf teruggeworpen. Dat levert een sterk geopolitiek argument voor eenwording op. Tegelijk veroorzaakt een ander gevolg, de migratie van de voormalige koloniën naar de moederlanden, scherpe politieke tegenstellingen.

Het verlies van grondgebied, de verandering van emigratie- naar immigratiecontinent is gepaard gegaan met een gevoel van verlies, niet alleen van het eigene, maar ook van superioriteit. In dat perspectief is er niet zoveel verschil meer tussen de Verenigde Staten en Europa. Op beide continenten doet zich migratie van zuid naar noord voor en schept de beduchtheid voor verlies van suprematie een voedingsbodem voor machtsvorming op basis van nationalisme en racisme.

Betrokkenheid

Twee majeure krachten werken dus op het Europa van vandaag in. De brexit lijkt in deze dynamiek een niet-schitterend ongeluk, dat aan de ene kant, vooral in de Ierse grenskwestie, de onontkoombaarheid van Europese integratie laat zien, aan de andere kant de weerstand in een land dat nog maar kort geleden een wereldrijk was.

De paradoxale conclusie: om de vrede te bewaren op een continent dat deze spoken vreest – het oorspronkelijke doel – moet de Europese Unie, om de democratische betrokkenheid te versterken, strijd toelaten en ruimte geven. Het is in staatkundige zin een stap naar volwassenheid, die het project met de alledaagse politieke realiteit verbindt. Een stap vooruit dus.

Ondoorzichtigheid

In het nieuwe Europese parlement is er in de tegenstelling pro-Europese versus anti-Europese krachten weinig verandering gekomen. Christen-democraten, sociaal-democraten, liberalen en groenen verliezen bij elkaar genomen iets (17 zetels). De sceptici en tegenstanders winnen iets (3 zetels). Punt is dat de tegenstelling er is, betrokkenheid van burgers genereert en vraagt om een politieke arena.

Dit blijft moeilijk in een staatkundige constructie, die op twee gedachten hinkt, een federale en een intergouvernementele. De Franse politieke denker Rosanvallon meent dat in een vitale democratie een regering leesbaar moet zijn. Dat schept herkenbaarheid en geeft tegelijk reliëf aan de controleurs van de macht. Nu komen beide niet uit de verf. Ondoorzichtigheid maakt van instituties als de Europese Commissie ‘zwarte dozen’, die het tegenstanders gemakkelijk maken valse beelden te scheppen en samenzweringstheorieën de wereld in te helpen. De betrokkenheid van burgers loopt ineens voor op de organisatie.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden