'Europa is niet van politici'

Ingenieurs hebben Europa gebouwd. Zij legden spoorwegen aan en telefoonlijnen en slechtten grenzen ver voor de Europese Unie ontstond. Nu eisen ze hun erfenis op.

Europa lijkt lam en verscheurd. Finse kiezers gaven begin deze maand massaal hun stem aan eurosceptische politici. Zij oordeelden hard over de Europese eenwording en de macht van Brussel. Tegelijkertijd debatteren de lidstaten fel over juist meer zeggenschap voor de Europese Commissie. Een continent in vertwijfeling?

Geenszins, zegt de Eindhovense hoogleraar Johan Schot. Europa heeft een mooie toekomst voor zich. Los van het politieke gekrakeel is er een maatschappelijke onderstroom met enthousiasme voor internationale uitwisseling van kennis en ideeën. "Mensen beschouwen zich als Europeaan, maar zien geen heil in een superstaat. De Europese Unie doet vaak alsof alleen zij Europa representeert, maar dat is historisch niet zo. Europa is gemaakt door vele organisaties."

In Eindhoven doceert Schot geschiedenis van de techniek. Hij is projectleider van Making Europe, een internationaal onderzoek naar de geschiedenis van Europese technologische samenwerking.

"Europa is niet iets van Brussel", zegt hij, "Het ontstond doordat mensen, waaronder technici, samen over grenzen heen oplossingen zochten. In dat proces gaan mensen zich Europeaan voelen."

Politici krijgen te veel aandacht, ingenieurs te weinig, vindt de professor. "Wie Europa wil begrijpen moet de technologische geschiedenis kennen", zegt hij. "Neem de ontwikkeling van het spoorweg- of telegrafienetwerk. Daarvoor zijn Europese standaards en afspraken gemaakt. De organisaties van ingenieurs die de afspraken beheerden, waren onbekend bij het publiek, maar het effect van hun werk was groot. Er ontstond meer handel over grenzen heen, wat leidde tot een Europese markt, al in de negentiende eeuw. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van de Europese auto die wezenlijk verschilt van de Amerikaanse. Waarom ontstond op verschillende plaatsen in Europa tegelijkertijd dezelfde soort auto? Ons antwoord: door uitwisseling van kennis en ervaring binnen Europa."

"Het belang van die uitwisseling en het typisch Europese karakter daarvan zien we ook bij de opzet van grote Europese projecten of ondernemingen. De Amerikanen bouwen vliegtuigen bij Boeing. In Europa worden onderdelen van Airbus ontwikkeld en gefabriceerd in Engeland, Duitsland en Frankrijk. We onderzoeken hoe en wanneer die uitwisseling, netwerkvorming, projecten en infrastructuur het ontstaan van een Europees perspectief mogelijk maakten. We hebben niet alleen oog voor grote technische systemen en de ingenieur, we kijken ook naar de fiets, afvalverwerking, mode en naar de rol van kennisuitwisseling tussen gebruikers, consumenten en burgers."

Al sinds 1850 wijzen ingenieurs op het belang van techniek voor Europese eenwording, zegt Schot. "Zij dachten dat die zou leiden tot een bredere blik op de wereld. Bij handel, mogelijk gemaakt door aanleg van spoorwegen, moet je elkaar recht in de ogen kijken, zoek je automatisch naar begrip, er is wederzijdse afhankelijkheid. Die kennismaking en uitwisseling zouden nieuwe mensen creëren, gericht op verkenning van andere culturen en de vrede bevorderen, was tot 1914 sterk het idee. We weten dat dat nogal tegenviel, maar na twee wereldoorlogen stond dit idee nog recht overeind en heeft het een nieuw begin mogelijk gemaakt van wat nu de Europese Unie is."

Schot wil de invloed van technici op politieke en economische ontwikkelingen zichtbaar maken. "Als het aan politici had gelegen, was het spoor in Europa al na de Tweede Wereldoorlog geliberaliseerd. In de VS, waar de overheid niet ingreep, is het spoor voor een groot deel verdwenen, daar domineert de auto. Technici hier hebben de roep om een liberaal beleid, met concurrentie op het spoor, weerstaan. Concurrentie leidt tot verspilling, was hun verhaal. Bovendien had het spoor een sociale functie. Het ontsloot geïsoleerde regio's en maakte groepen mobiel die er anders niet konden reizen. Ingenieurs hebben het Europese spoor gered."

Europa is gemaakt door vele organisaties die al vanaf de negentiende eeuw samenwerkten, concludeert Schot. De Europese Unie was dus een laatkomer, die aanvankelijk zeer beperkte macht had omdat andere organisaties nauwelijks wilden samenwerken met de Unie. "Pas de laatste tien jaar wint de EU en haar Europese Commissie in Brussel sterk aan invloed op technische terreinen. Dat leidt tot botsingen omdat Europa op veel van die terreinen open grenzen heeft. Vanuit technisch perspectief hoort Turkije al bij Europa; veel mensen komen er vandaan, reizen er naartoe, drijven handel, wisselen informatie uit. De onderstroom van integratie, de samenwerking tussen ingenieurs en burgers, zorgt dat Turkije een Europese identiteit heeft. Daarom ligt toelating tot de EU voor de hand."

De Unie moet minder proberen haar stempel op Europa te drukken. Laat meer over aan mensen en organisaties, bepleit Schot. "Landbouwbeleid is goed vorm te geven door boerenorganisaties en andere belanghebbenden, zoals milieugroepen." De EU beschouwt zich te veel als hét Europa, vindt Schot. "Zijn Zwitserland en Noorwegen dan geen Europa? Die claim van de EU verwijdert mensen van de Europese gedachte. Het zicht op de betekenis van eenwording gaat verloren. We moeten de onderstroom het werk laten doen: samenwerking tussen mensen en organisaties."

Het andere Europa
Making Europe mondt in 2013 uit in zes boeken van onder andere Duitse, Zweedse, Amerikaanse, Franse en Nederlandse wetenschappers over technologische vernieuwing sinds 1850 in economische, culturele en politieke context. Van de ontwikkeling van de spoorwegen en internationale handel tot communicatietechnologie en consumptie. Op internet is er al een virtuele tentoonstelling die deze zomer verder wordt uitgebreid. De website (www.inventingeurope.eu) wordt ontwikkeld met musea. Via de site en op diverse bijeenkomsten kan iedereen ideeën naar voren brengen en eigen ervaringen toevoegen. "Wij willen het andere Europa, het netwerk van samenwerking, laten herleven", zegt projectleider Johan Schot, hoogleraar in Eindhoven.

Nederland technisch sterk
Is Europa nog altijd het technologisch centrum van de wereld zoals ingenieurs ruim honderd jaar geleden dachten? "Steeds komt het idee terug dat het blok Europa het aflegt tegen het blok Amerika of China. In de jaren tachtig was er angst voor het blok Japan. Feitelijk zijn er geen blokken. Europese bedrijven werken wereldwijd. Die doen zaken met Amerikanen én met Chinezen. Japanners werken met Europeanen én Aziaten."

Dat Europa technologisch achterloopt, is volgens Schot niet waar. "Technologisch doet het vaak uitstekend mee", zegt hij. "De pluriformiteit van Europa is een voordeel. Daardoor zijn wij kritischer, we moeten concurreren met elkaar. Wij merken dat aan studenten: Aziatische studenten zijn niet kritisch, stellen geen vragen. Europeanen doen dat wel. Ik ben niet bang voor de concurrentie uit Azië. Wij zijn technologisch hoog ontwikkeld.

"Dat Nederland laag staat op de internationale ranglijst zegt mij niet veel. Er zijn heel veel ranglijsten. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven is niet de enige maatstaf. Voor technologische ontwikkeling is een goed netwerk van bedrijven en kennisinstellingen minstens zo belangrijk. Het gaat erom wat je met die kennis doet. Ben je in staat kennis om te zetten in bruikbare producten? Anders heb je er niks aan. Wanneer in Nederland nieuwe techniek wordt ontwikkeld die helpt om grote maatschappelijke problemen op te lossen, hebben we een belangrijk exportproduct in handen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden