Europa is bezorgd over de flexwerker

Flexibel werken leek mooi, maar de crisis toont de minder fraaie kanten van zelfstandigheid

Per uur 10,20 euro bruto verdienen, het is een schijntje. Ongeveer 18 procent van de Nederlandse werknemers verdient op dit niveau. De helft van deze kleinverdieners is flexwerker, zo becijferde het statistisch bureau Eurostat vorige week. In geen enkel ander Europees land zijn zoveel mensen die weinig verdienen flexwerker, bleek uit het rapport.

Dat geeft te denken. Flexibele arbeid is lang het toonbeeld geweest van Hollands glorie, met uitzendwerk en deeltijdwerk als vlaggeschepen. Dankzij flexibele arbeid bestaat er hier een lage werkloosheid en hebben werknemers veel te zeggen over werktijden en arbeidsvoorwaarden. Vrouwen hebben er werk en gezin door kunnen combineren. Werkgevers kunnen via uitzendbureaus snel schakelen met het aannemen en ontslaan van personeel.

Flexwerk is altijd gezien als de drijvende kracht achter de sterke Nederlandse economie, maar sinds de crisis wordt flexwerk nu eerder gezien als een nationaal probleem. Het zou veel armoede en werkloosheid verhullen, en mensen dwingen tot pulpbanen zonder uitzicht op vastigheid of scholing. Het is een 'schijnzelfstandigheid', waarin werkgevers mensen ontslaan om ze vervolgens als zzp'er weer in te huren zonder sociale lasten te hoeven dragen. Deze praktijk wordt door vakbonden en politieke partijen gezien als een moderne vorm van uitbuiting. PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer heeft minister Asscher zelfs gevraagd payrolling te verbieden. Bij payrolling staan werknemers niet op de loonlijst van een bedrijf, waardoor het ontslagrecht omzeild kan worden. De angst voor marginalisering van flexwerkers is groot. Cijfers als die van Eurostat dragen daaraan bij. Is de flexwerker een zelfstandige, hoogopgeleide werknemer die goed zijn eigen boontjes kan doppen of een dagloner die noodgedwongen kleine opdrachten moet accepteren tegen minimale verdiensten?

De flexwerker kan een werknemer zijn met een tijdelijk contract voor enkele jaren, maar ook voor de duur van een project of op oproepbasis. Naar schatting hebben zo'n 1,2 miljoen mensen in Nederland zo'n contract. Uitzendkrachten vormen een andere grote groep flexwerkers, ongeveer 734.000. Er zijn vervolgens nog zo'n 728.000 zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) in Nederland. Bovendien werken er ongeveer 150.000 mensen op payrollbasis. Wil je een beeld krijgen van alle flexwerkers in Nederland, dan kun je deze aantallen niet zomaar bij elkaar optellen want sommige mensen hebben meerdere typen contracten tegelijkertijd. Al met al wordt ervan uitgegaan dat er in Nederland zo'n 1,8 miljoen flexwerkers zijn op een totale arbeidsbevolking van 6,3 miljoen.

Dat flexwerk vaak slecht betaald wordt, klopt. De scholier die vakken vult in de supermarkt en de student die achter de bar staat, zijn allemaal slechtbetaalde flexwerkers die de statistieken drukken. Door de crisis komen er aan de onderkant nu gedeeltelijk werklozen bij. Het zijn bijvoorbeeld bouwvakkers die ontslagen zijn en een paar uur per week bijklussen maar het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden. Laat staan dat deze 'zelfstandigen' op ondernemerspad gaan. Het zijn alleen ondernemende en vaak ervaren werknemers die uit volle overtuiging voor het zelfstandige bestaan kiezen. Die zzp'ers behoren dan ook tot de best betaalde werknemers.

Vakbonden nemen een ambivalente houding in jegens flexwerk. Het uitzendwerk in Nederland, na de VS de grootste uitzendmarkt ter wereld, is al sinds 1987 goed gereguleerd met een cao. Bovendien helpt de uitzendbranche werklozen aan banen en vinden mensen er vaak een opstap naar een vast contract. De ervaring met de uitzendbranche kan daarom als voorbeeld dienen voor het goed regelen van de positie van andere flexwerkers, zoals oproepkrachten en zzp'ers.

De uitzendbranche blijft ook innoveren. In de laatste cao werd bijvoorbeeld afgesproken dat uitzendkrachten vanaf 2015 vanaf de eerste werkdag evenveel gaan verdienen als collega's in vaste dienst. Voor de vakbonden is uitzendwerk, daarom de favoriete vorm van flexibele arbeid.

Uitzendorganisatie Randstad, die ook payrolling aanbiedt, probeert op dat terrein snelle verbeteringen te behalen. Critici als Mariëtte Hamer wordt zo de wind uit de zeilen genomen. Zo kunnen Randstad-payrollers bij de overheid binnenkort hetzelfde pensioen opbouwen bij pensioenfonds ABP als ambtenaren in vaste dienst. Vooralsnog proberen politici en de vakbonden de beloning, pensioenen, ziekteverzekeringen en mogelijkheden voor hypotheken tussen vaste en flexibele werknemers zoveel mogelijk gelijk te trekken. Zover is het nog niet, maar Nederland is dankzij de ervaringen uit de uitzendbranche qua regulering van flexwerk al wel een eind op weg.

Goedbetaalde jobs in Kopenhagen, minderwaardige baantjes in Brussel
Zzp'ers zijn de Deense grootverdieners
Er is maar één groep flexwerkers in Denemarken die de afgelopen maanden heeft geprotesteerd. Dat waren de freelance journalisten. Hun inkomsten zijn de laatste twee jaar met 10 procent gedaald. Dat van freelance fotografen zelfs met meer dan 25 procent. De redactie van een landelijke krant besloot daarop hun salarisverhoging af te staan aan de freelancers.

Hoewel niet alle Deense flexwerkers het gemakkelijk hebben in deze crisistijd ligt het gemiddelde jaarinkomen van de Deense zzp'er op 51.795 euro per jaar. Daarmee verdienen zij gemiddeld nog steeds meer dan werknemers in loondienst. Experts noemen het daarom een paradox dat flexwerkers minder sparen voor hun pensioen. Al jarenlang is het een discussiepunt of Deense flexwerkers wel of niet verplicht moeten sparen voor hun pensioen. Recent onderzoek toont dat iets meer dan de helft van alle Deense zelfstandigen geen pensioenregeling heeft. Dat geldt voor zzp'ers maar ook zelfstandigen met personeel. De andere Scandinavische landen hebben wel regels over hoeveel procent van hun inkomen zelfstandigen opzij moeten zetten voor hun pensioen.

Ook zwangerschapsverlof is al jaren een heet hangijzer. Mogelijkheden voor betaald zwangerschapsverlof voor zelfstandigen zijn minder goed dan voor vaste krachten. Dit weerhoudt vooral jonge vrouwen ervan een eigen bedrijf te beginnen.

Petra Sjouwerman

België werkt vast en voltijd
De term flexwerkers is in België vrijwel onbekend. Freelancers zijn er natuurlijk wel, in allerlei sectoren, maar het is niet duidelijk of hun aantallen in opkomst zijn. Ook uitzendwerk is in België minder wijd verspreid dan in Nederland.

België is nog altijd een land van vaste arbeidscontracten, meestal voltijds. Uitzendwerk en tijdelijke contracten worden veelal als minderwaardig gezien. Het aantal mensen dat voor zichzelf begint lijkt de afgelopen jaren ook niet gegroeid.

Vorig jaar waren er voor het eerst in jaren minder starters, zegt Laure Stuyck van de organisatie van Vlaamse zelfstandige ondernemers Unizo. Maar er is wel veel belangstelling voor het zelf beginnen van een freelancepraktijk, vooral in creatieve beroepen en in de ICT. Nieuwe sites die zich hierop richten trekken veel bezoekers en info- sessies van Unizo zijn ook gewild. Voor Unizo is dit een positieve ontwikkeling, maar de organisatie waarschuwt wel voor 'schijnzelfstandigheid'. Daarbij ontslaan werkgevers mensen die ze vervolgens weer inhuren als zelfstandige. Uitzendkrachten moeten in België hetzelfde verdienen als hun collega's met een vast contract, zegt Herman Fonck van de christelijke vakbond ACV. In de praktijk gebeurt dat niet altijd en daar krijgt de bond veel klachten over. Een eigen cao voor uitzendkrachten bestaat in België niet.

Redders van de Duitse economie
Het is een oude erfenis uit de tijd van het Wirtschaftswunder in de jaren vijftig: alles gaat goed zolang de staat zich zo min mogelijk bemoeit met de vaststelling van de lonen. Vakbonden en linkse partijen kunnen hoog of laag springen, de meestal door christen-democraten gedomineerde staat weigert een minimumloon in te voeren.

Daarom werken in Duitsland miljoenen mensen voor een loon waarvan ze niet kunnen rondkomen. Dan kunnen ze twee dingen doen: bij de staat aankloppen voor een aanvullende uitkering of een extra baantje nemen. In beide gevallen ligt de winst bij de werkgevers, want langs beide wegen helpt de staat ze aan goedkope en flexibele arbeid.

Afgelopen jaar heeft de regering eindelijk besloten voor parttime werk en voor uitzendkrachten enkele minimumvoorwaarden vast te leggen. Maar juist die werknemers zijn nog altijd vaak aangewezen op een extra baantje om een fatsoenlijk inkomen te bereiken. De overheid stimuleert zulke extra baantjes, 'minijobs' geheten, met gunstige regelingen.

Zo'n 7 à 8 miljoen Duitsers, merendeels vrouwen, zijn in zulke 'minijobs' werkzaam. Ze mogen daarin tot 450 euro verdienen zonder belastingen of premies te betalen. Voor werkgevers zijn 'minijobbers' een flexibele oplossing voor drukke tijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden