Europa heeft de Britten nodig op het wereldtoneel

Tegenstanders van de Brexit tijdens een speech van premier David Cameron Beeld epa
Tegenstanders van de Brexit tijdens een speech van premier David CameronBeeld epa

Hoe gaat het verder met Europa als economisch handelsblok, als politieke en als militaire eenheid, als de Britten op 23 juni zouden besluiten de Europese Unie te verlaten?

1. Als economisch machtsblok zal Europa aan macht inboeten

Zonder Groot-Brittannië staat de Europese Unie er in de internationale economische machtsverhoudingen zwakker voor. Het Verenigd Koninkrijk is goed voor 17,6 procent van de gezamenlijke EU-economie en vormt qua inwonertal de derde lidstaat. Rond 2030 is Groot-Brittannië Frankrijk voorbij, volgens EU-statistiekbureau Eurostat, mede door de komst van arbeidsmigranten. Tien tot vijftien jaar later haalt het land zelfs het vergrijzende Duitsland in. Een Brexit neemt dus een flinke hap uit het handelsblok Europa.

Dat heeft gevolgen, gezien de richting waarin de wereldeconomie beweegt. Het aandeel van westerse landen in de mondiale welvaart neemt af. Die krimp maakt het moeilijker voor Washington en Europese hoofdsteden om via 'hun' instanties, zoals het Internationaal Monetair Fonds, hun regels aan de rest van de wereld op te leggen. Landen als China, India, Brazilië, Turkije, Indonesië en Mexico groeien juist. Zij trekken zich minder aan van het Westen. China richt bijvoorbeeld zijn eigen Aziatische Infrastructuur Investeringsbank op, als concurrent voor de 'westerse' Wereldbank.

Tegelijkertijd werkt China aan de 'nieuwe zijderoute'. Dat is een netwerk van door Peking gecontroleerde havens en spoorverbindingen door landen die op de route naar de Europese markt liggen. Deze vorm van staatskapitalisme vermengt economie met buitenlandse machtspolitiek. China sluit hierbij geen handelsdeal omdat het zo winstgevend is, maar omdat het macht over een ander land geeft. Geo-economie heet dat. Net als bij geopolitiek draait het om machtspolitiek tussen landen, nu via handel in plaats van militaire middelen. Dat fenomeen is op zich niet nieuw, maar de vermenging van staatsmacht, infrastructuur en export vanuit opkomende machten kan de vrije markt en de positie van Europese landen ondermijnen.

Gazprom
Hoe dat gaat? Zie Gazprom. De door het Kremlin gecontroleerde energiereus geeft korting aan regeringen die de Russische politieke lijn volgen, en verhoogt ineens de prijs voor aardgas als een land iets doet wat president Vladimir Poetin niet bevalt. Winsten wendt Gazprom aan om pijpleidingen aan te leggen waar alleen Russisch gas doorheen stroomt, zodat consumerende landen nog afhankelijker van Rusland worden. Daar hebben vooral Oost-Europese landen last van. Zij zijn opgelucht dat de Europese Commissie als hoeder van het Europese mededingingsrecht de strijd met het bedrijf aangaat. Het lijkt erop dat Gazprom gevoelig is voor de dreiging met miljardenboetes voor schending van het mededingingsrecht.

De Europese Commissie kan de confrontatie met Gazprom en het Kremlin opzoeken, omdat zij de grootste economie en consumentenmarkt ter wereld vertegenwoordigt.

Vergelijkbare stappen als tegen Gazprom zijn in de toekomst denkbaar tegen Chinese transportondernemingen, als zij op last van Peking de eigen exportbedrijven bevoordelen in de havens of op de spoorwegen van de nieuwe zijderoute. Maar bij zo'n strijd zou een Europese Unie zonder de grote Britse economie zwakker staan.

Harde eisen
Britse voorstanders van een vertrek uit de Unie denken meer Chinese investeringen te kunnen aantrekken zonder bemoeienis van Brussel. Groot-Brittannië wil China bijvoorbeeld als markteconomie aanmerken, zodat handelsbarrières wegvallen. Nu moeten de EU-landen dat samen besluiten. Lidstaten wier industrieën mogelijk last krijgen van de dumping van goedkope Chinese producten trappen nog op de rem.

De Europese Unie zal na een Brexit vermoedelijk harde eisen aan Londen stellen. In ruil voor ongelimiteerde toegang tot de Europese markt moeten de Britten de kant van de Unie kiezen in handelsconflicten met China of Rusland. Het is voor Europese landen onwenselijk dat een Chinees bedrijf zich kan vestigen in het Verenigd Koninkrijk, en buiten de rechtsmacht van de Europese Commissie vrijelijk naar het continent mag exporteren. Dat zou de eenheid en machtspositie van Europa tegen opkomende economieën ondermijnen. De precieze economische relatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk na een Brexit is dan ook van groot belang voor de Europese positie in de wereld.

2. Diplomatiek raakt Europa meer verdeeld

Het is verleidelijk te denken dat een vertrek van de Britten tot een kleiner maar slagvaardiger en eensgezinder Europa leidt. Want de Britten staan bekend als eurosceptici. Bij ieder Europees verdrag bedingen zij uitzonderingen, en ze willen geen verenigd Europees defensiebeleid. Maar juist de Britten dragen vaak bij aan compromissen en gezamenlijke standpunten over internationale veiligheid. In het traditionele buitenlandbeleid, waar diplomaten en generaals de dienst uitmaken, zou een Brexit de tegenstellingen onder de achterblijvers in Europa daarom niet verkleinen, maar vergroten.

Grofweg zijn de Europese landen in de EU en de Navo verdeeld in twee kampen. Frankrijk en Italië zien terrorisme, instabiliteit in Afrika en ongecontroleerde migratie als de grootste bedreigingen. Ze zijn sceptischer over sancties tegen Rusland en dragen weinig bij aan de Navo-troepen aan de oostgrens. Polen, de Baltische staten en Roemenië vinden juist Rusland de grote dreiging. Zij zien weinig noodzaak om actief te worden rond de Middellandse Zee.

Middenpositie
Groot-Brittannië neemt een middenpositie in en werkt met iedereen samen. Londen gaat waarschijnlijk een Navo-bataljon in Estland leiden en is voorstander van economische sancties tegen Moskou. Tegelijkertijd bombarderen Britse straaljagers Islamitische Staat en bevoorraden Britse transportvliegtuigen de Franse missie in de Sahel. Londen heeft onder de Europese verdragen weliswaar een uitzonderingspositie bij het migratiebeleid, maar stuurde vorig jaar wel als een van de eerste landen een marineschip richting de Libische kust toen daar boten met migranten zonken.

Zonder het Britse oliemannetje is het voor Parijs en Warschau vermoedelijk lastiger consensus te bereiken.

Een muurschildering in Bristol, gemaakt door leden van de groep We Are Europe Beeld afp
Een muurschildering in Bristol, gemaakt door leden van de groep We Are EuropeBeeld afp

3. Op militair gebied verandert er weinig

Het minst merkbaar zijn de gevolgen van een Brexit waarschijnlijk voor praktische militaire samenwerking. Europese achterblijvers en de Britten kunnen ook buiten de EU om doorgaan met wat ze gewend waren: via een-tweetjes samenwerken. De Britten zijn sinds jaar en dag mordicus tegen een Europees leger of een federaal Europees defensiebeleid. Dat idee speelt af en toe op in Parijs of Berlijn. Onlangs spraken zowel commissievoorzitter Jean-Claude Juncker als de Duitse defensieminister Ursula von der Leyen zich hiervoor uit. Een gecentraliseerd defensiebeleid zou doelmatiger zijn dan 28 individuele legers.

Londen vindt juist dat Europese landen het beste militair kunnen samenwerken via de Navo. Met een Europees leger ontstaat een Europese superstaat, wat voor de Britten de ultieme nachtmerrie is. Maar ze hebben ook pragmatische bezwaren. Ze zien de Navo als de beste manier om de Verenigde Staten bij Europa betrokken te houden, en willen vermijden dat Europese landen hun schaarse defensiebudget besteden aan nog een hoofdkwartier met stafofficieren in plaats van straaljagers of fregatten.

Samenwerking
Maar ook zonder de Britten is een Europees defensiebeleid moeilijk voorstelbaar. Frankrijk en Duitsland belijden met de mond vergelijkbare idealen over militaire samenwerking via de EU, maar zijn in de praktijk moeilijk samen te voegen tegenpolen. Parijs zet zijn krijgsmacht vaak in om belangen in zijn voormalige Afrikaanse koloniën te behartigen of op terroristen te jagen. Dat gebeurt onder direct bevel van de Franse president, en het parlement oefent weinig controle uit. Een groter contrast met Duitsland is moeilijk denkbaar. Berlijn dringt vrijwel altijd aan op een mandaat van de Verenigde Naties, debatteert uitgebreid over militaire inzet, en doet liever opbouwmissies dan gewelddadige aanvallen met commando's.

In de praktijk werken Europese landen dan ook samen met een of twee landen met dezelfde strategische cultuur. Duitsland kan het goed vinden met Nederland. De Berlijnse manier van werken komt overeen met de Haagse, waar parlementariërs uitgebreid discussiëren over militair-technische en volkenrechtelijke details van uitzendingen. Frankrijk werkt liever informeel samen met Londen en Washington. Die zijn ook geneigd om zonder VN-mandaat en buiten de aandacht van pers en parlement het leger in te zetten, en bereiden hun commando's voor op wereldwijd optreden. Verschillende media melden bijvoorbeeld dat Franse en Britse speciale eenheden al actief zijn in Libië. Samenwerking is voor beide landen waardevol en gaat ook na een Brexit door.

4. Vechtscheiding of omgangsregeling: een wereld van verschil

De daadwerkelijke gevolgen van een eventuele Brexit hangen sterk af van hoe de Britten en Europa uit elkaar gaan. Komen Brussel en Londen tot goede afspraken over zaken als werkvergunningen voor elkaars inwoners en het voorkomen van handelsbelemmeringen, dan blijft de verstandhouding waarschijnlijk goed. Bij een vechtscheiding krijgt Londen mogelijk geen voorkeursbehandeling op de interne Europese markt. Dan kan onderlinge wrevel overslaan naar de Navo, en de samenwerking tussen de EU en de Britten rond internationale veiligheid verzuren.

In de internationale politiek bestaat namelijk geen eenduidige definitie van Europa. Voor de een is Europa de Europese Unie en haar lidstaten, voor de ander is het een combinatie van landen die veelvuldig samenwerken: soms via de EU, soms via de Navo, soms via informele diplomatieke coalities.

Op economisch gebied is de samenwerking het meest innig. In de Wereldhandelsorganisatie vertegenwoordigt de Europese Commissie de leden van de Unie, en als beschermer van de interne markt kunnen de Brusselse bestuurders optreden tegen buitenlandse bedrijven die in Europa willen handelen.

Dezelfde veiligheidsbelangen
Op militair en veiligheidsgebied speelt de EU een kleinere rol. Landen werken vaak samen in gelegenheidscoalities. De interventie tegen de Libische dictator Muammar Kadafi in 2011 was bijvoorbeeld een initiatief van de Britse premier David Cameron en de Franse president Nicolas Sarkozy. Later droegen zij de operationele leiding van de missie over aan de Navo. En de Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president François Hollande voeren gesprekken met Moskou over de Russische militaire bemoeienis in Oekraïne. Daarbij vertegenwoordigen zij officieel niet de EU, maar hebben ze wel de steun van de lidstaten.

Ook als het de Unie verlaat, kan Groot-Brittannië dus samenwerken met Europese landen om gemeenschappelijke veiligheidsbelangen te behartigen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden