Europa, geef de koeien nog een kans

Innovatie en landbouw zijn geen tegenpolen. Binnen zekere ecologische grenzen is landbouw wel degelijk innovatief en verdienen boeren blijvende Europese steun.

Van Haagse politici moeten de Europese subsidiestromen een andere bestemming krijgen. Van de wereld van gisteren, de landbouw, naar de wereld van morgen, de innovatieve ICT-industrie. Daarmee wordt echter een vreemde tegenstelling gecreëerd, vindt landbouwdeskundige Wouter van der Weijden. De landbouw is net zo goed iets van morgen en minstens zo innovatief. Ook deze innovatie is haar geld meer dan waard, stelt hij.

Met vernieuwing van de landbouw zijn niet alleen economische voordelen te behalen, maar vooral de steeds belangrijker wordende ecologie heeft er baat bij. De voedselvoorziening, die nu aan veel kritiek onderhevig is vanwege haar industriële en gesloten karakter en de excessen die daaruit voortkomen, kan zo weer maatschappelijk aanvaardbaar worden.

Van der Weijden heeft samen met landbouwkundig adviseur Bert van Ruitenbeek een debatreeks georganiseerd (zie kader) over de toekomst van onze voedselproductie waarin de ecologie centraal staat. "Men wordt er zich langzamerhand van bewust dat je landbouw nou eenmaal niet kunt isoleren van zijn basis: de bodem, de biodiversiteit en de kringlopen waarbij afvalproducten als mest, plantenresten en voedingsstoffen uit rioolwater en afvalverbranding worden hergebruikt", zegt Van der Weijden, die directeur is van het Centrum voor landbouw en milieu (CLM).

Door deze hernieuwde aandacht voor ecologie - men heeft op die manier vele duizenden jaren landbouw bedreven - zie je hier en daar, door de aanleg van bloeiende akkerranden, weer insecten die voor bestuiving zorgen en plagen bestrijden en schimmels in de bodem die gewassen sterker maken. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden zuinig gebruikt en soms helemaal niet meer. Van der Weijden: "Een van de interessantste ontwikkelingen is het gebruik van schimmels in de bodem. Zogenoemde mycorrhiza's gaan een symbiose aan met een plant. De schimmel geeft aan de plant mineralen af en krijgt er in ruil suikers voor terug. Soms zitten die mycorrhiza's van nature in de bodem, soms worden ze op zaaizaad geplakt. Dat gebeurt hier en daar al in de akkerbouw, bij suikerbietenteelt bij voorbeeld en ook bij aardappelen. Je moet dan natuurlijk wel oppassen met het gebruik van fungiciden opdat je deze nuttige schimmels niet doodt."

De landbouwinnovatie zal bij deze stand van zaken, volgens Van der Weijden, twee kanten opgaan. Verdergaande industrialisering in gesloten systemen en anderzijds open systemen, doorgaans regionaal opgezet, waarbij aandacht is voor ecologie en maatschappelijke verbinding. "In de plantenteelt zijn beide richtingen interessant. Je ziet aan de ene kant ecologisch werkende bedrijven in en rond de stad opkomen. Zij richten zich op verse kwaliteitsproducten en een nauwe band met de consument/burger. Dat laatste kan op zijn beurt weer vernieuwing stimuleren op het gebied van de teelt, maar ook van de zorg (gehandicapten werken op boerderij), educatie (praktijklessen voor scholen) en recreatie."

Aan de andere kant biedt een verschijnsel als PlantLab zeker mogelijkheden, vindt Van der Weijden. "Daarbij worden in gesloten ruimten onder gecontroleerde omstandigheden groenten geteeld. Het kan in parkeergarages, in kelderruimten, in leegstaande hallen of kantoorpanden. Midden in de stad dus waardoor restaurants het hele jaar door dagelijks beschikken over verse groenten. Nadeel is dat de verbinding met de consument er niet is, want de hygiëne-eisen zijn streng, dus wie zo'n systeem wil bezoeken, moet eerst een ruimtepak aantrekken. Onzeker is ook nog of de producten uit zo'n plantlab qua gezondheid gelijkwaardig zijn aan producten die van de open grond komen."

De CLM-directeur wijst ook nog op de huidige, innovatieve glastuinbouw die op grote schaal werkt met biologische bestrijdingsmiddelen als sluipwespen. "Energiebesparing is hier nog een punt. Daar wordt al veel aandacht aan besteed. Er zijn zelfs verwachtingen gewekt over een energieléverende kas. Daar zijn wel proeven mee gedaan, maar echt van de grond komen, doet het niet. Hier is nog veel innovatief onderzoek te doen."

Innovatie in de veehouderij draait vooral om dierenwelzijn. "Dat gebeurt al in de vorm van rondeelstallen (kippen), comfort-class-stallen (varkens) en eerder met groepshuisvesting voor kalveren. Bij veehouders is er in het begin soms, wat ik noem, irrationele weerstand. Ze denken dan dat het economisch niet uit kan, zoals in het geval van de kalveren. Het tegendeel bleek waar te zijn."

De CLM-directeur ziet de melkveehouderij in 2015 op een tweesprong staan. "In dat jaar worden in Europa de melkquota afgeschaft. Dat zal een impuls betekenen voor grondloze groei, dus meer koeien op hetzelfde oppervlak. Dat betekent: meer voer aankopen en meer mest afvoeren. Dat voer zal onder meer uit Zuid-Amerika komen, maar de mest zal daar niet naar teruggaan, waardoor de bedrijven verder verwijderd raken van de ecologisch vereiste kringloop. De mestdruk in Nederland wordt groter. Ik heb er zorgen over dat ook de melkveehouderij op weg gaat naar een intensieve vorm. Maar het is niet te laat, we kunnen nog kiezen."

Van der Weijden haalt nog maar eens het pleidooi aan van Aalt Dijkhuizen, de bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit. "Die ziet alleen maar toekomst in de intensieve landbouw. Ik moest toen en ook nu weer denken aan één van mijn leermeesters, de eveneens Wageningse professor C.T. de Wit. Die stelde al decennia geleden dat je onderscheid moet maken tussen planten en dieren. Bij planten kun je echt efficiëntie nastreven. Dus met zo weinig mogelijk middelen zo veel mogelijk opbrengst creëren.

Bij dieren is dat anders. Daar kun je niet gaan voor alleen efficiëntie. Daarmee tast je de waardigheid van het dier aan. Dat pikt de samenleving niet. Een beest heeft basale rechten. Dat kan een dier niet vertellen, maar zo ervaren wij mensen dat. Je kunt aan dit soort ethische zaken niet voorbijgaan. Uiterste efficiëntie bij vleesproductie in Nederland is dagdromerij van technocraten. En kijk ook eens naar de gezondheidsrisico's van heel veel dieren op elkaar. De Q-koortsaffaire heeft dat weer eens laten zien. Op een pluimveebedrijf in Horst, Limburg, hebben ze nu een half miljoen kippen. Dat is vragen om problemen."

Innovatie in de melkveehouderij gaat, als het aan Van der Weijden ligt, de ecologische richting op. "Dat hoeft niet per se biologisch te zijn. Als het maar draait om zorgvuldige omgang met de natuur. Voor mij is dat toch de koe in de wei. Een koe die ter plekke graast en daar ook zijn mest achterlaat is natuurlijk. Dat is een kringloop. Tegelijk betekent een koe in de wei contact met de samenleving. Die koe kun je als burger en consument zien, vanuit de trein of de auto, of op de fiets. Dat geeft vertrouwen. Daar gaat het uiteindelijk om."

Voedseldebatten
Onder de titel 'It's the food, stupid!' organiseren Wouter van der Weijden en Bert van Ruitenbeek, ex-directeur van Biologica en nu zelfstandig adviseur, een serie debatten. Zes maandagavonden wordt er aan de hand van stellingen gedebatteerd in de Rode Hoed in Amsterdam. Vorige week maandag was de aftrap. Vanavond is deel 2, waarin het energieverbruik in de voedselproductie aan de orde komt. Meer informatie: www.rodehoed.nl en www.clm.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden