Europa: een debat van bedenkelijk niveau

Het is dit jaar twintig jaar geleden dat de interne markt werd voltooid. De Europese Unie veegde de interne grenzen van de kaart, er kwam vrij verkeer van goederen, diensten en personen. Er is geen grootse herdenking van dit historische feit. Dat is jammer, want het Europadebat dreigt terug te zakken naar het niveau van voor 1993.

De kromme komkommer ligt weer op tafel. Niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook op de redactieburelen van de media.

Hij is hét symbool voor Brusselse regelzucht. En er bestaat inderdaad een Europese richtlijn voor de kromtegraad van komkommers. En voor de afmetingen van het deksel van de jampot. In de aanloop naar 1993 zijn zo'n driehonderd richtlijnen van kracht geworden, om het vrij verkeer van goederen mogelijk te maken.

Die richtlijnen kwamen niet tot stand omdat Brusselse bureaucraten gek waren op komkommers en jam. Richtlijnen voor komkommers en jampotten waren er voordien ook al. Alle lidstaten hadden richtlijnen voor komkommers en jampotten. En ze waren allemaal verschillend! Het idee om met z'n allen op dezelfde manier naar een komkommer te kijken, was dus zo gek niet. De komkommerteler weet nu waar hij aan toe is, naar welk land hij ook exporteert.

Er is in die periode in de media veel gelachen over al die richtlijnen, zeker in Britse media. We zijn inmiddels wijzer, dacht ik, maar je ziet het debat terugzakken naar dit niveau. Columnist Rob de Wijk wees in de krant van gisteren terecht op de zwakke plek in de recente Europa-rede van David Cameron. De Britse premier zegt de interne Europese markt te willen behouden, maar door zich af te zetten tegen 'Brusselse bemoeizucht', legt hij juist de bijl aan de wortels van die interne markt.

Als het geluid zich zou beperken tot het Britse eiland, was er niks aan de hand, want zo kennen we Europa. Maar het geluid klinkt ook in de Nederlandse politiek, en niet alleen bij populisten.

We hebben op de redactie deze week discussie gehad, want op de keper beschouwd, waren de betogen van CDA-leider Van Haersma Buma (in de Volkskrant) en CDA-europarlementariër Wim van de Camp (bij ons op Podium) niet nieuw; het CDA pleit al jaren voor minder Brusselse regelgeving. Maar het moment en de toon maakten hun betoog wel nieuws: de christen-democraten plaatsen zich tussen de komkommers, naast een Britse Conservatief.

Gelukkig is er ook nog Europa- debat voor wie niet van komkommers houdt. Een proeve daarvan was een week geleden te vinden in het Filosofisch Elftal, in de Verdieping. Dat debat gaat over binding, binding die mensen voelen met hun eigen land, maar niet met Europa. Paul van Tongeren en Bart Jan Spruyt kruisten daarover de degens.

Vooral in nieuw-conservatieve hoek, waar Spruyt zich bevindt, bloeit de liefde voor de natiestaat. Dat zou de entiteit zijn waarin mensen zich thuisvoelen, waarvan ze gezag en bevel accepteren en waarvoor ze vechten als het moet.

Waarom per se de natiestaat, denk je dan, en niet de regio, of de stadstaat die de bindende eenheid werd toen het Romeinse wereldrijk ineen was gestort. Maar goed, het is een waardevol debat, want als er geen binding is met Europa, zal de Europese samenwerking uiteindelijk vastlopen.

Cruciaal voor dat debat is het besef dat we niet alles op hetzelfde niveau hoeven te regelen. Er wordt gemakkelijk de indruk gewekt dat we moeten kiezen tussen de natie of Europa. Dat hoeft niet. Een van de beginselen van de Europese Unie is juist dat zaken op het laagst mogelijk niveau geregeld moeten worden. Dat beginsel heet subsidiariteit. Christen-democraten zouden het moeten kennen; het heeft zijn oorsprong in de katholieke leer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden