Europa, breng de vrijheden van de markt in evenwicht

Is een ander Europa mogelijk?Wel degelijk. Herstel het primaat van de politiek in de jarige Unie.

Zondag is het vijftig jaar geleden dat het Verdrag van Rome, de basis van de Europese Unie, ondertekend werd. Maar veel aanleiding tot feestvreugde lijkt er niet te zijn. Europa verkeert in een legitimiteitscrisis waar men zich geen raad mee weet. Ook Den Haag regeert angstig: liever geen nieuw referendum, vindt de nieuwe regering! Maar de geest is moeilijk weer in de fles te stoppen – ook in Nederland is de politisering van het integratieproces een feit. Voor wie Europa een warm hart toedraagt is dit in beginsel een positieve ontwikkeling, maar hiervoor is wel nodig dat we het debat over Europa minder ééndimensionaal voeren dan we in Nederland tot nu toe hebben gedaan hebben.

In plaats van alleen maar te praten over vóór of tegen Europa, over meer of minder Europese integratie, zou het moeten gaan om wat voor soort Europa we eigenlijk willen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de verhouding tussen overheid en markt, over verdelingsvraagstukken en over sociale zekerheid.

Uit onderzoek blijkt dat ook deze vragen de Nederlandse burger wel degelijk bezighouden. Ook linkse tegenstanders van de Grondwet waren bezorgd om het verlies van soevereiniteit, terwijl juist links vooral de sociaal-economische ordening van de EU zorgen zou moeten baren.

Want hoewel Europa méér behelst blijft het primair een project van marktliberalisering. Het kernprobleem van de Europese eenwording is gelegen in de asymmetrie ervan: waar marktbevorderend beleid naar Europees niveau getild is, blijven marktcorrigerend beleid en sociale bescherming primair een verantwoordelijkheid van de lidstaten. Deze beschermende rol van de overheid komt vervolgens onder druk te staan omdat op basis van Europees recht de vier vrijheden van de Europese markt (van goederen, kapitaal, diensten en personen) boven het nationale recht en dus de eigen sociaal-economische ordening gaan.

Deze constitutionele asymmetrie holt de nationale verzorgingstaten en hun marktsturende en -corrigerende capaciteit verder uit door het mechanisme van de beleidsconcurrentie. In een interne markt waarin de vrijheid van kapitaal gegarandeerd is zal beleid dat als een kostenpost wordt ervaren gemakkelijk onder druk komen te staan. Dat het fenomeen ’sociale dumping’ tot nu toe beperkt is gebleven mag dan ook worden gezien als een teken dat regeringen de afgelopen vijftien jaar met ’succes’ die beleidsconcurrentie zijn aangegaan.

Er zijn echter wel degelijk alternatieven voor het huidige neoliberale Europa. Een weg die hierbij niet meer te begaan is, is die van de volledige harmonisatie van sociaal beleid. Daarvoor kent het Europa van de 27 een te grote diversiteit. In plaats daarvan zouden we na moeten denken over hoe het primaat van de politiek hersteld kan worden.

Hiervoor dient ten eerste de asymmetrie tussen de supranationale marktintegratie en de nationale sociale bescherming juridisch opgeheven worden door in een nieuw verdrag te doen wat in de afgewezen Constitutie is nagelaten: geef sociaal marktcorrigerend beleid dezelfde status als marktbevorderend beleid. Dit betekent dat de vier vrijheden van de interne markt niet meer boven alles gaan, maar in een Europees kader in evenwicht moeten worden gebracht met het recht van lidstaten om hun eigen nationale modellen te beschermen en te verstevigen. Zogenaamde diensten van algemeen belang moeten consequent van de regels van de interne markt worden uitgezonderd, en de lidstaten mogen zelf bepalen wat wel en niet daaronder valt. De bewoordingen in het regeerakkoord dat er afspraken gemaakt moeten worden omtrent de ‘verenigbaarheid van de interne markt-gedachte met de inrichting van publieke voorzieningen’ is een stap in de goede richting maar gaat nog lang niet ver genoeg.

Ten tweede zal ook de Economische Monetaire Unie, inclusief het Stabiliteitspact, hervormd moeten worden om de werkgelegenheid en groei te bevorderen in plaats van eenzijdig op prijsstabiliteit en het verlagen van de staatsschuld gericht te zijn. Ten derde hebben we ter bevordering van sociale cohesie eerder meer dan minder Europa nodig in de zin dat de herverdelende capaciteit van de EU vergroot zou moeten worden. Tenslotte, hoewel een volledige harmonisatie onhaalbaar en onwenselijk is, kan er wel worden gestreefd naar uitbreiding van sociale minimumstandaarden.

Een ander Europa is mogelijk. Maar men moet dan nu met ideeën daarover aan de slag gaan en daarmee de burger tegemoettreden. Hopelijk geeft het bescheiden feestje van het jarige Europa daar aanleiding toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden