Europa, breek Amerika's financiële heerschappij

Tot de financiële top dringt langzaam door dat armoede niet verdwijnt door vrij kapitaalverkeer. Nu is het zaak dat Europa zijn invloed in het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank aanwendt en de Amerikanen afhelpt van hun blinde geloof in de markt.

Duizenden demonstranten op straat. Het begint een vertrouwd beeld te worden bij de halfjaarlijkse vergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Zo ook deze week in Praag. IMF en Wereldbank wijzen verongelijkt op hun fraaie doelstellingen: respectievelijk het verzekeren van financiële stabiliteit in de wereld en de economische ontwikkeling van de armste landen.

De kritiek richt zich niet zozeer op hun doelstellingen als wel de geringe effectiviteit daarvan. Vooral de economische theorie, volgens sommigen ideologie, waarmee zij proberen deze doelen te realiseren is hier debet aan. Dit is de zogenaamde 'Washington Consensus': het geloof dat wanneer de macro-economische situatie van een land op orde is de economische groei vanzelf komt. Een geloof dat IMF, Wereldbank en de Treasury (het Amerikaanse ministerie van financiën) vanaf de jaren tachtig aan de ontwikkelingslanden hebben opgelegd.

Onder een ordentelijke macro-economie verstonden de instellingen minimale overheidstekorten, lage inflatie en gedereguleerde markten. Helaas kan dit recept contraproductief werken bij economische tegenspoed. En daar hebben de landen die bij het IMF aankloppen haast per definitie mee te maken. De hoge rente die nodig is om de inflatie te bestrijden remt de investeringen en binnenlandse vraag af en verstikt zo de economie.

Bezuinigen betekent vaak het afknijpen van voor economische groei onontbeerlijke factoren als onderwijs, gezondheid en sociale zekerheid. Het opengooien van de financiële markten beperkt de invloed op de eigen munt en vergroot de instabiliteit. Het door IMF en Wereldbank voorgeschreven recept verhindert ontwikkelingslanden om het succesvolle ontwikkelingsmodel van het naoorlogse West-Europa en Japan na te volgen. Daarin stonden in slechte tijden beheerste devaluatie van de eigen munt en stimulering van de economie centraal.

De kritiek op de 'Washington Consensus' barstte pas echt los na de Azië-crisis van 1997. Vooraanstaande economen stelden de 'Consensus' gedeeltelijk verantwoordelijk voor deze financiële crisis. De combinatie van op advies van IMF en Treasury geliberaliseerde kapitaalmarkten en onvoldoende toezicht en transparantie bleek fataal. Begerig was het westerse kapitaal toegestroomd om een graantje mee te pikken van het Aziatische groeiwonder. De kwaliteit van de leningen deed vaak nauwelijks ter zake.

In 1997 barstte de speculatieve zeepbel en stroomde het kapitaal weer weg. In de Tijgereconomieën, die het IMF zojuist nog volledig gezond had verklaard, raakten meer dan tien miljoen mensen hun baan kwijt en halveerde de koopkracht.

Om het vertrouwen van de financiële markten te herstellen eiste het IMF nog grotere begrotingsoverschotten. De rente in Indonesië ging omhoog naar 80 procent. De overheid was echter niet de voornaamste oorzaak van de crisis. Dat was de onverantwoordelijke private sector. Niet in de laatste plaats onze eigen banken. Het gevolg van de IMF-eisen was een nodeloos diepe recessie met grote sociale onrust.

Hoewel het IMF de eer blijft opeisen voor de opleving van de Aziatische economie is er een verandering in het denken waarneembaar. Begin dit jaar gaf het IMF schoorvoetend toe dat kapitaalcontroles bescherming kunnen bieden tegen financiële crises. De leiding stelt tegenwoordig dat de weg naar vrije kapitaalmarkten maar beter een geleidelijke kan zijn. Ook geeft het IMF de bestrijding van armoede een hogere prioriteit. Na het echec in Rusland benadrukt het IMF ook het belang van sterke instituties als rechtspraak, regulering en toezicht.

De Wereldbank heeft al eerder een omslag in haar denken gemaakt. Het World Development Report, het strategische 'vlaggenschip' van de Wereldbank, benadrukt het belang van onderwijs, sociale zekerheid, herverdeling en bestrijding van discriminatie. ,,Groei is goed voor de armen, maar het verminderen van armoede kan ook goed zijn voor de groei'', aldus een van de opstellers van het rapport.

Deze koerswijzigingen zijn binnen de instellingen niet onomstreden. De hervormingen stuiten vaak op onwillige stafleden. Maar ook de top van het IMF laat het nog regelmatig afweten. Het is voor de landen die het bestuur van het IMF uitmaken ook wel heel aantrekkelijk om de 'Washington Consensus' in ere te houden. Maatregelen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkelingslanden komen Europa en de VS soms slecht uit. Beperkte markttoegang, strengere financiële spelregels en vergaande schuldsanering belemmeren de export, de investeringsmogelijkheden en ze kosten geld.

Nederland heeft met de Europese partners een grotere stem dan de Verenigde Staten. Als Europa meer samen optrekt moet het in staat zijn om ook dat laatste bastion van de 'Washington Consensus' te slechten: het Amerikaanse ministerie van financiën.

Het is bemoedigend dat IMF en Wereldbank de afgelopen jaren tot inkeer lijken te zijn gekomen. Voor de toekomst is het vooral van belang dat de instellingen opener worden en bereid zijn hun beleid publiekelijk te verdedigen. Want het gevoel dat zij 'als meest onpartijdige en deskundige' organisatie de wijsheid in pacht hebben, is levensgevaarlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden