Europa bestaat niet, Europese Unie wel

Wat Europa voorstelt is niet belangrijk, wel wat de EU kan doen voor de mensen. Maak dat weer duidelijk.

Na het ’nee’ van 2005, in het referendum over de Europese grondwet, heeft Nederland bij monde van minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen het idee van een Europese identiteit opgegeven. Dat is maar goed ook. In plaats van te zoeken naar wat Europa voorstelt, zouden we in de geest van Monnet en Schuman opnieuw op zoek moeten gaan naar wat de Europese Unie moet doen zodat ’de mensen er iets van merken’, waarbij die mensen inzien wat gedaan moet worden om vrede en welvaart te handhaven in hun regio – hoe groot die regio ook zal zijn.

Verhagen stelde voor onze aandacht te verleggen van ’het Europa van principes, naar het Europa van de praktijk’. Prima je te richten op de grondgedachte van de Europese Unie: veiligheid en welvaart voor burgers van de lidstaten. Immers, men kan Europa afbakenen zo men wil, maar we hebben in concreto alleen te maken met de politieke en juridische entiteit genaamd Europese Unie. Zeggen dat Europa niet bestaat heeft geen praktische consequenties, maar zeggen dat er geen Europese Unie is, is ronduit dom: er is een geheel van afspraken en verdragen tussen een aantal staten dat uitmaakt wat er tussen die staten mogelijk is.

Natuurlijk proberen intellectuelen ons de ’identiteit van Europa’ op de mouw te spelden (zoals George Steiner in zijn ludieke en magistrale Nexus-essay The idea of Europe (2005). Ze wijzen op grote historische gebeurtenissen: het ontstaan van de democratie in Griekenland, het ontstaan van wetenschap in Italië, het formuleren van mensenrechten in Frankrijk, of de verdragen na de twee grote Wereldoorlogen.

Ze benoemen een ’Europese School’: een Europese mentaliteit die stoelt op een canon, of op een ontdekte, specifieke relatie tussen godsdienst, staat en wetenschap. Maar hoe overtuigend dit ook moge klinken, ik geloof er niets van. Europa, als iets dat we zouden aantreffen, bestaat niet. De Europese Unie wel, en gelukkig erkent de Nederlandse regering dat ook.

Dat het zoeken naar het ’wezenlijke van Europa’ verlammend kan werken, laat de kwestie-Turkije zien. Velen benadrukken dat Turkije niet op onze ’Europese’ manier tegen de wereld aankijkt, bijvoorbeeld inzake de mensenrechten, of de praktijk van scheiding tussen kerk en staat. Turkije deelt, volgens sommigen, niet onze Europese historische lessen. Het punt is echter dat dit niet ter zake doet. De Europese Unie heeft namelijk niets te maken met welke filosofisch of historisch verantwoorde omschrijving van de ’essentie van Europa’ dan ook.

De Europese Unie is een manier, pijnlijk ontdekt door een aantal nationale staten, om bepaalde problemen het hoofd te bieden: met name politieke instabiliteit (oorlogsdreiging), en economische crises. De Europese Unie is ook niet bedoeld om Europa te belichamen op de meest ’essentiële’ manier. De EU is simpelweg een pragmatische club met toelatingseisen.

Na de Tweede Wereldoorlog was de grote vraag: ’Wat te doen met Duitsland?’ De toenmalige Franse minister van buitenlandse zaken, Robert Schuman, deed een beroep op de Franse zakenman en politicus Jean Monnet om vorm te geven aan het in 1948 te Den Haag reeds uitgesproken idee van een ’verenigd Europa’. Dit resulteerde uiteindelijk in het Verdrag van Parijs (1951) waarmee de Europese Gemeenschap voor Kolen- en Staal (EGKS) in het leven werd geroepen. Frankrijk, Duitsland, Nederland, België, Luxemburg, en Italië, leggen het idee vast dat het doel van het verhogen van de levensstandaard en het militair en politiek stabiliseren van ’Europa’ het best gerealiseerd kan worden door de Frans-Duitse kolen- en staalproductie onder een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit te stellen. Iedereen die in dit idee gelooft (vrede via economische welvaart), kan instappen.

De EGKS was dus een middel om te komen tot een doel. Willen we vanaf nu verder met de later hieruit ontstane Europese Unie dan zullen we dus opnieuw moeten bedenken hoe er voldoende solidariteit gekweekt kan worden om de door ons gewenste doelen te realiseren. Dat de vertegenwoordigers van de lidstaten daarin nog steeds tekort schieten (waar Wilders’ PVV garen bij spint) is duidelijk, maar dat betekent niet dat we moeten gaan zoeken naar de ’identiteit van Europa’!

Te denken dat je de Europese Unie verder kunt brengen door te blijven peinzen over wat Europa nu precies tot Europa maakt, zou wel eens een catastrofale misvatting kunnen zijn – catastrofaal in de zin dat de levensstandaard in de Europese Unie over de hele linie zal dalen of, erger nog, dat de club uit elkaar valt en men de wapens weer opneemt.

De nationale politiek moet zich dus buigen over een nieuwe manier om het belang van de Europese Unie aan haar burgers uit te leggen. Wie kan het ons immers kwalijk nemen uit een club te willen stappen, wanneer de club ons niets te bieden heeft? Gelukkig lijkt de aanloop naar de Europese verkiezingen van 4 juni voldoende mogelijkheden te bieden om opnieuw duidelijk te maken wat de Europese Unie kan doen voor de mensen. Politici, grijp die kans!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden